‘We gaan helemaal niet te ver!’

Afgelopen vrijdagavond werd in Amsterdam voor het eerst in de historie een klassiek concert op klimaatneutrale wijze uitgevoerd. Het was niet te merken.

Wij waren erbij. In het Amsterdamse Concertgebouw speelde zich vrijdagavond een volgens concertorganisator Fred Luijten historische gebeurtenis af. Voor het eerst in de mondiale geschiedenis van de klassieke muziek werd daar een concert op klimaatneutrale wijze uitgevoerd.

Dit betekent niet, zoals sommige bezoekers veronderstelden, dat de vier cantates van Johann Sebastian Bach met gedoofde lampen werden uitgevoerd, de grote zaal voor deze gelegenheid niet was verwarmd en de buffetten gesloten zouden blijven om energie te sparen.

Nee. De lampen bleven aan. Het was ronduit heet in de zaal en meegebrachte truien konden in de tas blijven. Bezuinigd op het gebruik van koffie en bier werd er niet. Evenmin speelde het Vlaamse barokensemble La Petite Bande onder leiding van Sigiswald Kuijken met vier solisten de cantates extra snel, opdat het publiek snel naar huis kon en het Concertgebouw wat vroeger de elektrische installaties kon afsluiten.

Wat een klimaatneutraal concert dan wél betekent, is dat alle CO2 die is uitgestoten om deze avond mogelijk te maken, wordt gecompenseerd. Een bedrijf dat hierin is gespecialiseerd, de Klimaatneutraal Groep, rekent uit wat de vijftienhonderd bezoekers gemiddeld zoal uitstoten om tot aan de muziekzaal te geraken, en telt daarbij de broeikasgassen op die het Concertgebouw voor zo’n avond zelf verbruikt.

Dan kom je uit, vertelt directeur Denis Slieker van de Klimaatneutraal Groep, op 12,5 ton CO2. Het bedrijf rekent een tarief van 10 euro per ton, zodat voor de reeks van vier concerten 500 euro is betaald, inclusief btw 650 euro. „Een erg laag bedrag eigenlijk”, zegt initiatiefnemer Maurits Groen. De grote industrieën betalen in het verplichte Europese systeem van emissiehandel ongeveer 20 tot 25 euro per ton, en zelfs dat bedrag is volgens velen nog véél te laag om de klimaatdoelstellingen te halen. Met het bedrag investeert de Klimaatneutraal Groep in een biogasproject in Bangladesh. „Dit concert levert daarom per saldo geen bijdrage aan de opwarming van de aarde”, aldus het programmaboekje. Directeur Denis Slieker wil wel reageren op kritiek dat dit soort projecten in ontwikkelingslanden ook zonder steun van bezorgde westerlingen er wel zou zijn gekomen. „Wij selecteren projecten die zonder onze bijdrage niet van de grond komen. Maar het is soms best lastig aan te tonen dat zonder het compensatiegeld zo’n biogasproject niet zou kunnen draaien.”

Minister Jacqueline Cramer (VROM, PvdA) was er ook. Ze hield een korte toespraak waarin ze zei dat het organiseren van klimaatneutrale concerten één van de manieren is om klimaatverandering tegen te gaan. Een goed initiatief derhalve. „Ook al zijn er misschien mensen in de zaal die de wenkbrauwen fronsen en zich afvragen ‘Gaan we niet te ver’?” De zaal vond van niet. Er was zelfs één bezoeker die opstond en naar de minister schreeuwde „We gaan helemáál niet te ver!” om daarna weer rustig te gaan zitten.

Het was een mooi concert. Na afloop schieten we de minister nog even aan met de vraag of zo’n gecompenseerd concert moet worden beschouwd als een ludiek statement, of als het begin van een dagelijkse routine. En zou je het compenseren van CO2 bij concerten wellicht verplicht moeten stellen? Minister Cramer: „We moeten allemaal een steentje bijdragen. Ik zou het prettig vinden als de samenleving zélf zoiets doet. Het is een pavlovreactie om altijd maar weer te vragen naar een verplichting. Maar mocht er na een jaar nu echt helemaal niets van terechtkomen, dan zou je over zo’n verplichting kunnen gaan nadenken.”

Tot zover het eerste klimaatneutrale concert ter wereld. De eerlijkheid gebiedt nog wel te zeggen dat de popmuziek er al eerder bij was. De Zeeuwse muziekformatie Bløf heeft al eerder concerten gecompenseerd. De ervaring leert, zo vertelt een manager van de groep, dat als je een behoorlijke prijs wilt betalen voor CO2, een concertkaartje ongeveer 20 tot 25 eurocent duurder zou moeten maken.