Vier vragen voor bankpresidenten

Win Bischoff, president-commissaris van Citigroup, heeft gezegd dat het normale proces van de verwerking van transacties niet volstaat om het risico dat banken lopen in goede banen te leiden.

Oordeelkundigheid aan de top is ook een vereiste. Maar ondanks het belang dat de effectenhandel inmiddels voor banken vertegenwoordigt, hebben slechts weinig topmannen een handelsachtergrond. Nog minder bankpresidenten hebben praktijkervaring opgedaan met de ingewikkelde financiële producten van tegenwoordig. De grootschalige en rampzalige doorverkoop van risicovolle hypotheken is pas de afgelopen tien jaar van de grond gekomen, evenals de markt voor aandelenderivaten waarop de losgeslagen handelaar van Société Générale speculeerde. Hier zijn vier vragen die aandeelhouders kunnen stellen als ze willen weten wat de bankpresidenten van risicobeheer afweten.

1) Wat is het totale risico, door alle activiteiten heen, dat uw bank loopt met haar grootste handelspartner? Bij de meeste transacties maakt de ene partij winst en lijdt de andere verlies. Maar je kunt je winst pas innen als je tegenpartij daadwerkelijk over de brug komt. Een hedgefonds of andere bank kan in de problemen komen. Uw bank kan ook kredieten hebben verstrekt aan een tegenpartij. De risico’s stapelen zich op.

2) Hoe wordt de totale risicopositie van uw bank in de gaten gehouden? Het antwoord kan luiden: via de zogenoemde ‘value at risk’, een veel gehanteerde maatstaf voor de verwachte winst of verlies gedurende een bepaalde periode. Het probleem is echter dat deze louter statistische betekenis heeft. Eén enkel cijfer is bovendien veel te simplistisch, want het slechtst denkbare scenario of afzonderlijke risico-elementen worden er niet in weergegeven. Hoeveel geld zou uw bank bijvoorbeeld verdienen of verliezen als alle creditspreads (het verschil tussen de kortlopende en langetermijnrente)met een kwart procentpunt zouden stijgen?

3) Welk deel van de bezittingen van uw bank heeft geen marktprijs, en hoe waardeert u die bezittingen? Dit zou een eitje moeten zijn, want veel banken boeken moeilijk te waarden bezittingen inmiddels afzonderlijk. Maar de onderliggende veronderstellingen zijn van cruciaal belang. In hoeverre zijn de waarderingen bijvoorbeeld gebaseerd op ‘verdachte’ kredietwaardigheidsbeoordelingen? En hoeveel trekt uw bank van de theoretische waarde af om zich in te dekken tegen mogelijke onverkoopbaarheid?

4) U heeft onlangs een spoedcursus risicovolle hypotheken gevolgd, maar bent u ook op de hoogte van andere grote risico’s? Neem bijvoorbeeld ‘credit default swaps’ (een soort kredietrisicoverzekeringen). Zakenbanken zijn grote spelers op deze markt, en naar verwachting zullen de aantallen debiteuren die niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen scherp stijgen. Grote winsten of verliezen kunnen het gevolg zijn, evenals problemen bij de tegenpartij.

Als uw topman deze vragen niet naar tevredenheid kan beantwoorden, moet u zich zorgen gaan maken.

Richard Beales

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com