Verzwogen

Net als half Nederland heb ik gister vrijwel de hele avond voor de buis gezeten. Eerst heb ik naar Boer zoekt vrouw gekeken en vervolgens naar de Peter R. de Vries.

Het contrast had niet groter kunnen zijn. Ik zag Boer zoekt vrouw voor het eerst, maar het is niet moeilijk om te ontdekken waarom dit programma zo mateloos populair is. Boer zoekt vrouw brengt ons terug naar Nederland uit de jaren vijftig, althans, naar onze romantische verbeelding van die jaren.

We zagen fraaie Hollandse luchten, dieren, stallen en weilanden en we hoorden boeren spreken zoals ze vijftig jaar geleden ook moeten hebben gesproken: in hun plaatselijke dialect. Net zoals in veel Nederlandse films en televisieprogramma’s was er van alles niet goed te verstaan. Hele zinnen werden ingeslikt en weggemompeld, maar ik had niet de indruk dat je hier inhoudelijk veel aan miste. Als er echt dialect werd gesproken, werd er ondertiteld. „Tis ’n best [onverstaanbaar]”, zei boer Jan op een gegeven moment, wat volgens de ondertiteling betekende: „Het is een mooi kalf.”

Toch was de uitzending niet helemaal jaren vijftig. Een potentiële boerin die een ommetje ging maken legde een briefje op tafel met de tekst „ben ff luchten”, wat toch onversneden msn-taal is. Even later hoorden we dezelfde vrouw over haar gevoelens voor boer Gerard praten. „Je raakt me diep, in je zijn”, zei ze. Het kwam er wat aarzelend uit, want ze was niet gewend „om in no time voor het gevoel te gaan”.

Boer Gerard reageerde op dit Viva-Nederlands met Oud-Hollandse nuchterheid; hij vond dat ze wat hard van stapel liep, „want je kent me pas een paar dagen”.

Alles bij elkaar was het een leerzame uitzending, vol Unox-muziekjes, boerenkool, kaas en leverworst, crucifixen aan de muur, wagenwielen als plafondversiering en waarheden als koeien die je ook niet meer zo vaak hoort, zoals deze, van een vrouw genaamd Siepie: „Het is maar een vraag en een vraag verdient antwoord.”

Met Peter R. de Vries kwamen we met een harde klap terug in het heden, ook wat betreft het taalgebruik. Inhoudelijk vond ik de uitzending schokkend. De manier waarop Joran over Natalee sprak was aanstootgevend, ook als je verdisconteert dat hier een zelfingenomen, egocentrische puber indruk probeerde te maken op iemand die zich eerder had gepresenteerd als een doorgewinterde wiethandelaar. Joran sprak volkomen zonder mededogen of respect.

Slechts één enkele keer zag ik enige verlegenheid in zijn ogen („misschien was ze inderdaad niet dood”), maar voor de rest klonk het allemaal even oprecht als gewetenloos.

Van de gemoedelijke boerenwijsheden („Je kunt beter op een gewone manier ’n wief uitzoeken”), kwamen we opeens terecht in de straattaal van Aruba, met veel fockings, met een sms’je dat begon met de woorden „hey swa’’ (hé gast, goser), met uitdrukkingen als luister dit, dat is monster (gaaf), dat is vies (vet, cool, te gek) en je ergens geen conjo (geen reet) van aantrekken.

Volgens de hoofdofficier van justitie op Aruba is Joran van der Sloot zeer intelligent, maar toch niet intelligent genoeg om het werkwoord verzwijgen correct te vervoegen, want vol trots vertelde hij dat hij tot nu toe in verhoren op cruciale momenten had ‘gezwogen’.

Die stilte is nu verbroken met een knal die nog lang zal nagalmen.

Ewoud Sanders