Lebbis’ Antigone heftig en compact

Theater Antigone naar Sophocles door Noord Nederlands Toneel. Regie: Hans Sibbel. Gezien: 30/1 Machinefabriek, Groningen. Te zien t/m 9/2 aldaar. Inl.: www.nnt.nl

Zo is de beroemde Griekse tragedie Antigone nooit eerder begonnen: met een liefdesscène tussen de heldin en haar geliefde, Haemon. Ze liggen op een hedendaagse bank en doen elkaar eeuwige beloften van liefde tot de dood erop volgt.

Regisseur Hans Sibbel, beter bekend als cabaretier Lebbis, levert met Antigone zijn eerste regie af. De intieme, liefdevolle openingsscène heeft hijzelf geschreven. In zoverre is zijn Antigone een bewerking. En het is een terechte opmaat van dit drama: in het oorspronkelijke verhaal is het altijd onduidelijk hoeveel Antigone en Haemon van elkaar houden. Uiteindelijk is Haemons liefde puur opportunistisch.

Antigone, gespeeld door Lotje van Lunteren, is het hardnekkigste karakter uit de toneelliteratuur. Koning Creon, haar oom, wil een van haar broers niet begraven maar overlaten aan de honden en de gieren. Zij verzet zich tegen deze schanddaad. Haemon, als zoon van Creon, kiest slinks en vals partij voor zijn vader.

Antigone is vooral de tragedie van het gelijk: de koning heeft gelijk als hij in Antigone’s broer de vijand ziet. Ook Antigone heeft gelijk en zelfs Haemons standpunt is gerechtvaardigd.

Lebbis voorziet elke speler van een tatoeage. Hiermee toont hij aan dat de spelers tot een gang behoren. Een schitterende vondst zijn de Griekse zuilen van bruin pakpapier, evenals de vloer. Spelers scheuren dwars door dat papier heen, een windmachine maakt aan het slot een chaos van flarden papier.

Deze Antigone is heftig en compact. De strijd om de waardige begrafenis houden de spelers op de achtergrond, en dat is een juiste interpretatie. Het gaat om de eer: wie verliest in de woordenstrijd en wie wint? Van Lunteren is aanvankelijk een felle en geleidelijk een berustende Antigone. Dat maakt haar rol subtiel en triest. Martijn de Rijk als Haemon switcht pijnlijk van hartstocht naar verloochening.

Dit drama van de persoonlijke vrijheid krijgt groots gestalte in het karakter van koning Creon, vertolkt door Iwan Walhain. Hier is een machthebber pur sang aan het woord die het heeft over algemeen belang en de toekomst van het volk terwijl het feitelijk draait om zijn individuele triomf. Tegen elke redelijkheid in vernedert hij het prille, levenslustige meisje dat Antigone ook is. Het gaat hem helemaal niet om die waardige begrafenis, maar om louter machtswellust.

Cabaretier Lebbis heeft van Antigone geen cabaret gemaakt, maar een serieuze tragedie. Als er gelachen kan worden, is dat uit de pijn van de argumentatie. „Helden willen niet dood!”, roept Antigone uit. Dat is een mooi-dramatische zin die we vergeefs in het origineel zoeken.