Kristian Bezuidenhout oogt als een verhalenverteller aan de fortepiano

Klassiek Kristian Bezuidenhout (fortepiano). Werken van W.A. Mozart. Gehoord: 2/2 Concertgebouw (Kleine Zaal), Amsterdam.

Voor de fans van Johann Nepomuk Hummel was het een teleurstelling. Kristian Bezuidenhout (28), met voorsprong de interessantste fortepianist van het moment, wijzigde zijn debuutprogramma voor het Amsterdamse Concertgebouw van Hummel, Beethoven en Schubert naar uitsluitend Mozart. De reden daarvoor is dat Bezuidenhout hetzelfde Mozart-programma binnenkort opneemt voor Harmonia Mundi. En het cd-label heeft meer plannen met hem; de samenwerking begint dit jaar met vioolsonates van Mozart, in samenwerking met Petra Müllejans.

Achter de fortepiano oogt Kristian Bezuidenhout als een voorlezer; fronsend, opverend, de lippen tuitend. Die parallel klinkt door in zijn muzikale aanpak, waarvan een grote vertelkracht uitgaat. De elkaar aantrekkende en afstotende thema’s in het openingsdeel van Mozarts Sonate in F (KV 533/494) leken een oude ruzie uit te vechten, een dalend basloopje klonk luguber. Bezuidenhout is in die zin het schoolvoorbeeld van een ‘authentiek’ musicus van de jongste generatie. Hij speelde op een Weense Rosenberg-fortepiano uit 1802 – ongeveer Mozarts tijd en plaats – maar streng of dogmatisch spel is hem wezensvreemd; het Andante uit dezelfde sonate klonk zelfs bijna ‘romantisch’ door de vrije, breed ademende aanpak.

Bezuidenhout benadrukte zelf in een korte toelichting hoe ver een 19de-eeuwse concertzaal als het Concertgebouw af staat van de intieme salons waarin Mozart zelf zijn sonates speelde. Maar door zijn onopgesmukte benadering wist Bezuidenhout toch een soort huiskamersfeer op te roepen. Zo waarschuwde hij minzaam voor de niet-gelijkzwevende stemming van zijn instrument, waarin de woeste en gewaagde modulaties van de Mozarts Fantasie in c vervolgens inderdaad rauw progressief en avontuurlijk overkwamen; Mozart zoals Bezuidenhout hem het liefst lijkt te horen.

Want hoe aardig ook de speelse variaties op Unser dummer Pöbel meint naar een themaatje uit een opera van Gluck, de Sonate in Bes vergde meer van Bezuidenhouts muzikale fantasie. Die bloeide daardoor op in een vrije omgang met tempi en fel aangezette dissonanten. Bezuidenhout extrapoleert muzikale kenmerken en scherpt ze dramatisch aan, maar dat maakt hem zeker niet tot een fortepianistische thrillseeker pur sang. De toegift, een sonatedeeltje van de door Mozart hogelijk bewonderde Georg Benda, betoverde juist door de manier waarop één akkoord uit het vorige kon voortvloeien; organisch verkleurend en bijna sensueel van subtiliteit.