Jongensmeisje

Het kon niet uitblijven, gistermiddag bij de uitreiking van de Anna Bijns Prijs aan Wanda Reisel voor haar roman Witte liefde in de Balie in Amsterdam: een discussie over de ondergeschikte plaats van door vrouwen geschreven literatuur in de canon.

Het grappige was dat de hele discussie aan de winnares, Wanda Reisel, nauwelijks besteed leek. Dat was al gebleken uit enkele interviews met haar en het bleek opnieuw uit haar glasheldere dankwoord, dat ze eindigde met de kloeke zinnen: „Goede literatuur slaat een nieuw haakje in je verbeelding. Dan is het feest, dan springt het hart op en danst samen met de hersenen. Dan wordt literatuur een met niets te vergelijken ervaring. Daarom is het noodzakelijk dat de ware schrijver zich in zijn romans scherpzinnig, liefst controversieel en ook amoreel betoont. Man of vrouw: I couldn’t care less.”

Het was maar goed dat ze dit dankwoord aan het einde van de middag uitsprak, de discussie zou iets overbodigs hebben gehad als ze erna had plaatsgevonden. Niet dat er onverstandige dingen werden gezegd, maar zo langzamerhand kennen we alle argumenten wel. De vrouw komt er bekaaid af in de literatuurgeschiedenis, en dat zegt meer over de macht van de man in die geschiedenis dan over de kwaliteit van het vrouwelijke werk. Mag ik het zo samenvatten?

Wat mij later meer bezighield, was het uitdagende begin van Reisels dankwoord, niet toevallig getiteld Het jongensmeisje: „Moet je horen: ausgerechnet IK krijg de Anna Bijns Prijs, een literaire onderscheiding voor een vrouwelijke auteur…Kan je je het voorstellen, ik, het jongensmeisje, dat niet met poppen maar met pistolen en auto’s speelde, bomenklom, eruitzag als een straatschoffie, inbrak in de tuinen van de buren, stiekem in het Vondelpark rondsloop, er Alaska-sigaretten rookte in de dikke boom.”

Had ik jongensmeisjes in mijn eigen jeugd gekend? Nauwelijks. Vaag herinner ik me meisjes die wel eens met ons mee voetbalden, maar ik geloof niet dat zij een geaccepteerd lid van de groep waren.

Veel sterker herinner ik me Huub, geen jongensmeisje, maar een meisjesjongen op mijn lagere school. Huub was voor mij een soort vrouw. Hij had een vol gezicht en slagen in zijn dikke haar, en hij liep met licht wiegende heupen. Hij was een oppassende jongen, maar niet op een onderdanige manier – hij werd dan ook goddank niet gepest.

Homo’s hebben mij vaak verteld dat zij zich al in hun vroege jeugd ‘anders’ voelden. Zou dat bij Huub ook zo geweest zijn? En hoe heeft hij óns ervaren? Ik zal het nooit weten.

Wanda Reisel vertelde dat ze als jongensmeisje van zeven jaar met de jongens hutten bouwde op de zandverstuiving bij Radio Kootwijk. Ze gingen cowboy & indiaantje spelen en toen moest ‘for obvious reasons’ Wanda de indiaan zijn. Ze werd aan een boom vastgebonden (door de latere uitgever Peter Loeb!) en zó lieten ze haar in de schemer achter.

„Ik weet niet of ik daarvoor of daarna groter verlatingsangst in mijn leven gekend heb”, vertelde Wanda. „Je zou denken dat ik nooit meer met jongens meeging hutten bouwen of wat dan ook, maar dat is niet waar. Ik heb daarna met menig man een boom opgezet.”

Anders gezegd: gewoon goede boeken schrijven, zoals Wanda Reisel, dan is er geen uitgever meer die de vrouwelijke auteur aan haar lot overlaat.