‘Jazz is een van de grote innovaties van 20ste eeuw’

Nederland heeft zijn eerste jazzprofessor: Walter van de Leur. Naast zijn jazzcolleges wil hij de Nederlandse jazzgeschiedenis documenteren.

Walter van der Leur geeft vanaf 9 februari college in Amsterdam: „Ik verheug me erg op bijvakkers, die straks kennismaken met jazz.” Foto Andreas Terlaak Jazzprofessor Walter van de Leur in een van de lokalen van het Conservatorium van Amsterdam. Foto: Andreas Terlaak Terlaak, Andreas

Ging de benoeming van pophoogleraren in de jaren negentig gepaard met scepsis, de benoeming van een jazzprofessor stuit vooralsnog op weinig weerstand.

,,Wie tégen is, denkt nog dat jazz het soort vrijgevochten muziek is dat geen plaats heeft op de universiteit of zelfs conservatorium”, zegt Walter van de Leur. ,,Ik geef toe: aan de cijfers gaan we niet zien dat er een jazzprof is gekomen. Maar wel aan de onderzoeken. En met specialisten op het terrein van middeleeuwse muziek en de klassiek romantische traditie, mag jazz – toch één van de grote muzikale innovaties van de afgelopen honderd jaar – gewoon niet ontbreken.”

De jazz kwam bij Muziekwetenschappen altijd vluchtig aan bod. Nu zullen vanaf 9 februari jazzcolleges aan de Universiteit van Amsterdam te volgen zijn als keuzevak. Er was vraag naar de jazzleerstoel, stelt de voor vijf jaar benoemde jazzhoogleraar Walter van de Leur (Krimpen a/d IJssel, 1962) in zijn werkkamer. Dat blijkt al uit de ruim zestig aanmeldingen voor komende colleges.

„We hebben veel actieve musici in Nederland. Hoewel de muziek geen groot marktaandeel heeft, is de muziek alom aanwezig: op tv, in reclames en in bars. Het jazzpubliek groeit. Neem iemand mee naar jazz die denkt er niet van te houden en die is altijd blij verrast. Ik verheug me erg op bijvakkers die straks kennis maken met jazz. Elke liefhebber kent het moment dat de deur openging. Die deur zet ík graag open.”

Desondanks zal Van de Leur het vak van hoogleraar jazz, een initiatief van het conservatorium van Amsterdam, de vakgroep Muziekwetenschappen en de Nederlandse jazzdienst, slechts een dag per week uitoefenen. Maar hij is ‘niet het type dat op de klok werkt’. Als gepromoveerd musicoloog kent hij de weg in de Amerikaanse archieven. Twee jaar lang deed hij research in Washington voor zijn proefschrift over de componist/arrangeur en rechterhand van Duke Ellington: Billy Strayhorn.

Voor zijn boek Something to live for: The music of Billy Strayhorn is hij internationaal erkend, onder andere met de Irving Lowens Book Award van de Society for American Music. Twee dagen werkt hij als onderzoekscoördinator en docent bij het Conservatorium van Amsterdam. De rest van zijn tijd besteedt hij aan onderzoek voor diverse jazzorkesten.

Zijn aandachtsveld wordt de jazz in Nederland. ,,Een puur geografische bepaling. Ik loop bewust om de benaming ‘Nederlandse jazz’ heen, want ik wil niet onderscheiden wat daar wel of niet onder valt. Het gaat mij om alles wat zich binnen de landsgrenzen heeft afgespeeld. Maar ik trek ook parallellen met Amerika.” Niet alleen avant garde jazz met vernieuwing en theatraliteit, benadrukt hij. ,,Ik reken álle jazz tot mijn domein. En ook het debat om de muziek en de rollen van de verschillende participanten - de musici, de beleidsmakers en de journalistiek - vind ik interessant.”

Al vanaf de jaren dertig wordt in Nederland jazz gemaakt, met allerlei mogelijke ensembles. Veel Amerikanen verbleven hier voor de oorlog een bepaalde tijd, zoals Don Byas en Coleman Hawkins. ,,Het speelniveau ontwikkelde zich rap en bijna gelijktijdig met Amerika.. Toen in Amerika gedurende de jaren zestig de jazz onderdeel werd van een groot sociaal cultureel debat, zag je dat ook hier terug. De muziek weerspiegelt zijn tijd.”

De leerstoel bevordert ‘dat jazz serieus wordt genomen als zelfstandige kunstvorm’. Een ongelukkige omschrijving, vindt Van de Leur. ,,Want kunst is geen absoluut criterium. We maken immers met elkaar uit of het kunst is. Daarnaast ben ik er niet zo in geïnteresseerd om jazz als kunstvorm op de kaart te zetten, zoals trompettist Wynton Marsalis probeert cultureel kapitaal te verwerven in Amerika. Ik hoop veel meer duidelijk te maken wat de Nederlandse jazzgeschiedenis omvat.”

Een helder geschiedverhaal ontbreekt nog, meent hij. ,,Weliswaar wordt de hele naoorlogse jazz gedocumenteerd bij het Nederlands jazzarchief, maar er is veel zoek en verborgen, van bladmuziek tot opnames. Veel staat niet op papier.”

Neem Nederlandse jazzcomposities. ,,Bij jamsessies wordt maar al te vaak een Amerikaanse jazzstandard als All the Things You Are ingezet. Nederlandse composities worden nauwelijks verzameld en gedoceerd. Een mogelijk route zou kunnen zijn om jazzcomponisten zelf te vragen hun tien belangwekkendste stukken aan te geven.”