Het woord privacy zal verdwijnen

Geen idee meer hoe ze aan mij gekomen waren of ik aan hen, maar ineens zaten we daar op een terras op de Nieuwe Zijds Voorburgwal in Amsterdam, de twee gesluierde en verhulde vrouwen en ik. Ze kwamen uit Iran en ze hadden een missie. Iets met kindertehuizen, goed werk, hulp die ze boden in het grootste geheim want de mollahs werkten hun flink tegen. De ene vrouw vertelde een vreselijk verhaal over haar vermoorde man, de andere beperkte zich tot ondersteunend knikken en toen lag ook ineens dat album op tafel, met allerlei foto’s en kaartjes van gulle gevers, plus de bedragen die ze hadden geschonken. Geen kleine sommetjes. Onder 10.000 gulden, het was nog in de gulden-tijd, zat niemand. En natuurlijk ging ik ook een gift doen, dat was wel duidelijk en zeker.

Terug op het werk deed ik pas wat ik eerder had moeten doen: hun organisatie opzoeken op internet en in het krantenarchief. Wat ik daar las stemde niet opgewekt. Het was helemaal niet zo zeker aan welke kant deze organisatie eigenlijk stond, en waar het geld heen ging. Fluks alles weer afgeblazen, rekening geblokkeerd voor het geval ik misschien toch wel eigenlijk al iets getekend had dat…enfin, men is soms heel onnozel.

Er heeft nog eens iemand van de desbetreffende organisatie boos opgebeld om te zeggen dat mijn informatie niet deugde, maar daar bleef het bij.

Toen.

Maar nu? Ik heb ze op internet opgezocht, met ze getelefoneerd. Vandaag de dag zouden we vast en zeker wel langs een of andere beveiligingscamera zijn gelopen, de dames en ik. Dat zou allemaal opgeslagen zijn.

Laatst hoorde ik iemand vertellen dat ze naar Iran ging, de Perzische keuken bestuderen. Leuk! Zou wel mee willen! Stel: ik ging.

Allemaal onschuldig, ik heb niets te verbergen, evenmin als iedereen die zich totaal geen zorgen lijkt te maken over de toenemende spionage van overheidswege in onze rechtsstaat. Die iedereen die er niet aan denkt dat je zo maar in een of ander zoekprofiel kan gaan passen en dan sta je ineens op een lijst die nooit meer verdwijnt. Die iedereen die niet luidkeels begint te protesteren als CDA-kamerlid Sybrand Haersma Buma na de vrijspraak voor de leden van de Hofstadgroep zegt: „Misschien is het wel te moeilijk te bewijzen dat iemand deel uitmaakt van een terroristische organisatie. Dan moeten we wel bereid zijn de wet aan te passen.” Ja natuurlijk. Als je de mensen niet zomaar kunt straffen, dan pas je de wet aan. Het zekere voor het onzekere.

Er wordt evenmin enorm geschreeuwd over de chip die in alle auto’s ingebouwd gaat worden voor het rekeningrijden en die als handige bijkomstigheid heeft dat de overheid ook ieders gangen kan nagaan. Kan ook heel handig zijn als je aanstaande mogelijke terroristen wilt oppakken. Die trouwens, dankzij eerder aanpassingen van de wet, al tamelijk gemakkelijk zomaar gearresteerd en enige tijd vastgehouden kunnen worden. Of van elektronisch betalingsverkeer uitgesloten. Zekerheidshalve.

We staan nog maar aan het begin van het grote spioneren en we zullen er weinig tegen kunnen doen, zo bleek wel uit het tamelijk verontrustende stuk van Folkert Jensma afgelopen zaterdag in deze krant. De afluister-, scan- en volgmogelijkheden worden alleen maar groter. Privacy is een woord dat zal gaan verdwijnen – níets is meer privé, behalve gewoon helemaal analoog gaan leven, zonder computer, zonder telefoon, zonder auto en je niet meer in de stad wagen waar overal camera’s hangen. Maar, zo zei hoogleraar regulering van technologie Bert-Jaap Koops, dat is eigenlijk ook geen mogelijkheid, want afgezien van de praktische problemen, zal voor je het weet betalen met baar geld verdacht worden, het kopen van een anonieme OV-kaart verdacht, alle handelingen waarmee je jezelf beschermt tegen spionage en controle: verdacht.

Zag laatst in De Wereld Draait Door D66 europarlementariër Sophie in ’t Veld, die zich wel zorgen maakt over de toenemende controle van overheidswege. Ze kon niet op veel begrip rekenen van de kant van presentator Matthijs van Nieuwkerk, die zorgeloos zei „als je niets te verbergen hebt” en dat wij toch in een democratie leven. Dat dat nu juist betekent dat de overheid ons níet bespioneert, zei In ’t Veld terecht. Ook dat sloeg niet aan, het vertrouwen in de goede bedoelingen van de overheid is blijkbaar grenzeloos.

Waarom zijn we niet banger? Waarom verdedigen we onze rechten niet beter? Omdat we nog banger voor iets anders zijn, zo verschrikkelijk angstig dat we bereid zijn om in een politiestaat te gaan wonen. En tegelijkertijd geloven we, ondanks corruptieschandalen, ondanks verhalen over justitiële vergissingen, ondanks de wetenschap dat systemen gekoppeld zijn en dat internet nooit meer iets vergeet, hoe fout en onwaar het ook was, dat onze overheid, waartoe parlementariërs horen die heel rare dingen beweren, het allerbeste met ons voor heeft.

„,Misschien moeten we kijken of we het samenwerken met terroristische organisaties niet makkelijker te bewijzen moeten maken”, zei Haersma Buma. Tuurlijk.

Vanzelfsprekend moet terrorisme bestreden worden. Maar is het echt zo dat die bestrijding een vorm van rechteloosheid die aan het vogelvrije grenst met zich mee moet brengen?

Reageren kan op nrc.nl/vos (Reacties worden pas openbaar gemaakt na goedkeuring door de redactie).