Het verhaal van Joran

Met de heimelijk opgenomen verklaring van Joran van der Sloot over de verdwijning van de Amerikaanse Natalee Holloway op Aruba heeft televisiemaker Peter R. de Vries gisteravond een opvallende bijdrage geleverd aan de opheldering van het raadsel. Volgens Van der Sloot overleed ze tijdens een vrijpartij, waarna hij haar lichaam in het holst van de nacht door een vriend ver uit de kust in zee liet gooien. Einde van zijn verhaal. Een mogelijke opluchting voor de nabestaanden is dat zij tenminste één keer de verdachte uit zichzelf over die nacht hebben horen praten.

Maar of dat ook de hele waarheid was, staat nog te bezien. Van der Sloot sprak met een ingehuurde infiltrant die zich voordeed als toekomstig zakenpartner in het criminele drugscircuit. En hij was kennelijk stoned. Dat kan allebei grootspraak bevorderen. Achteraf ontkende hij weer alles.

Dat de rechter-commissaris vanochtend het arrestatie verzoek heeft afgewezen, is begrijpelijk. Om op deze verklaring een kansrijke vervolging te baseren, is nog heel wat extra bewijs nodig. Juridisch is alles denkbaar tussen moord en doodslag en een paniekerig ongeluk, waarbij een slachtoffer in de steek werd gelaten. Van de hoofdpersoon staat vooral zijn ongeloofwaardigheid vast. De verdienste van De Vries is wel dat de richting waarin dat extra bewijs gezocht moet worden, nu bekend is.

De betekenis van de zaak zit in de proporties die hij kreeg door de onblusbare publieke belangstelling. Een heuse nieuwscascade kwam op gang, aangewakkerd door commerciële belangen van televisiebedrijven. Toegesneden op de behoeften van wat wel de dramademocratie wordt genoemd, waar impulsen, belevenissen en emoties centraal staan. Media reiken het format aan, het ‘frame’ waarin het verhaal betekenis krijgt voor de kijker. Zo groeide een dronken ontmoeting van alledag op zomaar een tropisch strand uit tot een drama met een tv-cast en een herkenbare rolverdeling: de ongeschoren jongen met de donkere ogen, de blonde schoonheid met de parelketting.

In dat script stapte gisteren de vierkante Hollandse held binnen, met een onverwachte wending van het plot. Particulier recherchewerk, showmanschap en mediamarketing gingen hand in hand. Journalistiek was het undercoveronderzoek toelaatbaar, gezien het belang van de zaak.

Maar eenzijdig was het ook. De verdachte kreeg met de retorische voorhamer verwijten en morele bezwaren van de presentator te incasseren. Bij een eventuele strafmaat zal zeker het effect van de televisieveroordeling worden afgetrokken. Ook zal de rechter meewegen dat de verdachte destijds minderjarig was en zonder strafblad. Blijft de vraag of justitie niet zélf per infiltrant de verdachte had moeten benaderen. Of kan de Staat het doorprikken van zaken beter overlaten aan dezelfde krachten die er een belang bij hebben hem eerst op te blazen? Het antwoord is nee. Het Openbaar Ministerie op Aruba moet zich afvragen waar het tekortschoot. Het vertrouwen in de rechtshandhaving is geschaad.