Eindelijk concurrentie voor Google

Yahoo heeft het publiek, Microsoft de techniek. Een combinatie biedt adverteerders meer mogelijkheden, maar creëert ook een ‘duopolie’ in zoeken op het web.

Zo dun als pindakaas op een boterham. Zo spreidt Yahoo zijn zaken op internet. Gebruikers kunnen zoeken, e-mailen, chatten, nieuws lezen, foto’s beheren, video’s bekijken en nog veel meer, maar het concern blinkt nergens in uit.

De kritiek in de uitgelekte memo van november 2006 loog er niet om. Brad Garlinghouse, een topmanager bij Yahoo, schreef ruim een jaar geleden dat te veel bureaucratie en gebrek aan innovatie het bedrijf ernstig parten spelen. „Ik haat pindakaas. En dat zou iedereen hier moeten doen”, schreef Garlinghouse.

Steve Ballmer ziet dat anders. De bestuursvoorzitter van Microsoft aast al enige tijd op Yahoo. Vrijdag maakte Ballmer een vijandig bod op het bedrijf bekend van 44,6 miljard dollar (30,1 miljard euro). Microsoft noemde het nergens heel concreet, maar de overname moet het grootste softwarebedrijf van de wereld vooral wapenen tegen Google. Met de techniek van Microsoft en het publiek van Yahoo.

Wordt Yahoo nu het volgende internetbedrijf dat het tempo van het web niet meer kan bijhouden?

De portal Yahoo.com trekt 180 miljoen unieke bezoekers per maand; 50 miljoen mensen gebruiken maandelijks diensten van Yahoo. Denk aan de index van websites, de dienst waarmee Stanford-studenten Jerry Yang en David Filo in 1994 begonnen, maar ook aan de zoekmachine, webmail, de fotodienst Flickr en het bookmarksysteem Delicious.

Yahoo mag in Nederland niet zo bekend zijn – bijna iedere webgebruiker zoekt hier met Google – in de Verenigde Staten, China en Japan is het bedrijf zeer populair. Yahoo heeft kantoren in Europa, Azië, Latijns-Amerika, Australië, Canada en de VS.

Opvallend is het verschil in tijd die gebruikers doorbrengen op sites van Yahoo, Google en Microsoft. Volgens onderzoeksbureau Nielsen waren gebruikers in december gemiddeld meer dan drie uur per week actief op sites van Yahoo; Google komt niet verder dan een klein half uur, MSN van Microsoft circa drie kwartier.

Het probleem van Yahoo is dat het veel minder goed dan Google in staat blijkt om het bezoek om te verzilveren. Google domineert de lucratieve markt voor tekstadvertenties op het web. De vertraagde introductie van Yahoo’s nieuwe advertentiesysteem Panama maakt de achterstand alleen maar groter. Yahoo stond stil, terwijl de rest van internet volwassen werd, zei een analist dit weekeinde.

Dat geldt bijvoorbeeld voor een immens populaire dienst als sociale netwerken. Yahoo probeerde met Yahoo 360 de strijd aan te gaan met MySpace en Facebook, maar voorlopig zonder succes. Dat geldt trouwens ook voor Orkut van Google.

Fundamenteler is het feit dat Yahoo niet is meegegroeid met de manier waarop mensen tegenwoordig informatie zoeken en vinden op het web. Tien jaar geleden – toen gebruikers nog niet zo bekend waren met internet – was de index populair, een Gouden Gids voor het web. Yahoo en in Nederland Startpagina.nl wezen op de belangrijkste sites in allerlei genres. Tegenwoordig nemen steeds minder mensen de tijd om rustig te browsen door lijstjes met sites. Wie iets wil vinden, zoekt. En meestal met Google. De zoekmachine is sinds 2005 de best bezochte website van Nederland, aldus onderzoeksbureau Multiscope. Veelzeggend is dat Google Startpagina verdreef van de eerste plek.

Zowel de index als de zoekmachine verdient zijn geld met advertenties. Yahoo via traditionele ‘webvertising’ als banner en buttons, Google via tekstadvertenties. Deze korte commerciële boodschappen zijn zeer populair bij adverteerders want net als bij direct marketing kan de inhoud van de advertentie zeer specifiek worden afgestemd op de ontvanger. Gebruikers van Gmail, de webmail van Google, kennen het verschijnsel. Wie regelmatig mailt over een vakantie naar Andalusië ziet rechts op het scherm verwijzingen naar huurauto’s en vakantiehuizen in de regio.

Online advertenties vormen een groeimarkt, de enige vorm van adverteren met dubbele groeicijfers. Microsoft schat de omvang in de VS dit jaar op 40 miljard dollar, groeiend naar 80 miljard in 2010.

Microsoft kocht vorig jaar advertentiebedrijf aQuantive, Google lijfde DoubleClick in.

Adverteerders en mediabureaus juichten het afgelopen weekend de geplande overname van Yahoo toe. Eindelijk concurrentie ten opzichte van Google, zo is de gedachte. De nieuwe combinatie heeft naar schatting een marktaandeel van ruim 22 procent; Google zit op bijna 29 procent.

Het gevaar bestaat echter dat het (bijna) monopolie van Google – zowel bij tekstadvertenties als in het zoeken op internet – wordt vervangen door een ‘duopolie’. Twee grote partijen beheersen dan het web: wie niet gevonden wordt door een van beide zoekmachines bestaat simpelweg niet in de ogen van miljoenen webgebruikers.

Aan nieuwe zoekmachines wordt gewerkt, bijvoorbeeld door de oprichter van internetencyclopedie Wikipedia, maar het zal even duren voordat die een substantieel marktaandeel hebben behaald.

Zo ver is het nog niet. Eerst moet het bestuur van Yahoo zich nog definitief uitspreken over het bod van Microsoft. De kwalificatie „vijandig” van zaterdag geeft al enigszins aan welke kant het opgaat. Vervolgens moeten de mededingingsautoriteiten in de VS en Europa groen licht geven. Brussel houdt niet zo van Amerikaanse giganten die gulzig een broodje pindakaas verorberen.

Meer nieuws en achtergronden over de overname van Yahoo door Microsoft op ww.nrc.nl/economie