Eén stapje voorwaarts

De verkiezing van de Europees georiënteerde Tadic tot president van Servië is een lichtpuntje. In de tweede ronde van de presidentsverkiezingen heeft Tadic, leider van de Democratische Partij, met circa 51 procent immers nipt gewonnen. Zijn pro-Russische tegenstander Nikolic, kandidaat namens de radicaal nationalistische partij omdat de echte leider, Seselj, wacht op berechting door het Joegoslavië Tribunaal, bleef steken rond 47 procent.

Maar met de overwinning van Tadic zijn niet alle problemen rijp voor een oplossing. Of Tadic bij de ingrijpendste kwestie in Servië, de toekomstige status van Kosovo, een beslissende rol kan spelen, is zelfs de vraag. Ten eerste omdat het presidentschap minder om het lijf heeft dan de felheid van de campagne deed vermoeden. Ten tweede heeft zijn Democratische Partij binnen de regerende coalitie onvoldoende macht. Voor Tadic is het lidmaatschap van de EU dé prioriteit. Kosovo is het tweede agendapunt. Maar twee coalitiepartners, waaronder de partij van premier Kostunica, benadrukken dat ze Kosovo nooit zullen loslaten.

De presidentsverkiezingen waren niet alleen een binnenlandse aangelegenheid. Bijna twee weken geleden intervenieerde Rusland. Staatsonderneming Gazprom kocht toen een meerderheidsbelang van 51 procent in de Servische staatsolieraffinaderij NIS. Gazprom wil Servië te gebruiken als het schakelpunt in Southstream, de pijplijn die Zuid-Europa via de Middellandse Zee voor Russisch aardgas moet ontsluiten.

Nikolic tamboereerde op de betekenis van deze vriendschappelijke transactie. Tevergeefs. De kiezers in Servië kennen hun geschiedenis kennelijk beter. Rusland heeft Servië in het verleden inderdaad altijd gesteund als het zich tegen Europa wenste af te zetten. Maar tot meer dan lippendienst was Moskou nooit bereid, het Kremlin is zich te zeer bewust van de werkelijke en materiële belangen van Rusland.

Een week later deed Europa precies het omgekeerde. Onder druk van de Nederlandse minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) werd een staaltje harde diplomatie bedreven. Hij blokkeerde het aanvankelijke voornemen van de EU om vóór de tweede ronde van de verkiezingen het Stabilisatie- en Associatieakkoord met Servië te ondertekenen. Eerst de van oorlogsmisdaden verdachte Mladic uitleveren aan het Joegoslavië-tribunaal, aldus Verhagen.

Die harde houding heeft geen averechts effect op de Servische kiezers gehad. Een goede gok dus. Maar Verhagen heeft zich daarmee wel een plicht op de hals gehaald. De Nederlandse regering moet nu al haar invloed aanwenden om te voorkomen dat de EU straks instemt met eenzijdige onafhankelijkheid van Kosovo. Pristina is rijp voor vergaande soevereiniteit, maar niet voor totale onafhankelijkheid.

Servië wil Europees worden. Wie de burgers van een getraumatiseerd land streng toespreekt over de wijze waarop ze met hun verleden omgaan, moet diezelfde burgers ook de hand reiken als ze in de stembus laten blijken naar de toekomst te willen kijken.