Een bekentenis op televisie is nog geen bewijs

Hoe indringend de ‘bekentenis’ van Joran van der Sloot ook was die Peter R. de Vries gisteravond uitzond, er blijven tal van vragen onbeantwoord.

„Ze wordt nooit meer gevonden”, concreter kon de bekentenis van Joran van der Sloot over het lot van de sinds 2005 vermiste Amerikaanse studente Natalee Holloway niet zijn. Terwijl de verborgen camera’s draaiden, wist Patrick van der Eem, de infiltrant van Peter R. de Vries, aan Van der Sloot veel details te ontlokken over Holloways laatste nacht op het strand van Aruba in mei 2005.

Of Peter R. de Vries hiermee de oplossing van de veelbesproken zaak-Holloway leverde die hij beloofd had, is voer voor juristen. Maar vast staat dat de uitzending, die door ruim zeven miljoen mensen werd bekeken, de zaak een nieuwe dimensie geeft. De opwinding is ook in Amerika doorgedrongen, waar Peter R. de Vries deze week onder andere te gast is bij ABC en CNN.

Maar daarmee is volgens hoogleraar internationaal strafrecht Gert-Jan Knoops in juridische zin het bewijs dat Van der Sloot betrokken was bij de verdwijning van Holloway nog niet geleverd. „Er moeten een aantal juridische hobbels genomen worden om die vraag te kunnen beantwoorden”, aldus Knoops.

Volgens Knoops zal de rechter zich om te beginnen moeten uitspreken over de vraag of deze schending van de privacy zo ernstig is dat dit als bewijsmateriaal moet worden uitgesloten. „Uit de jurisprudentie blijkt dat door burgers opgenomen gesprekken in beginsel door justitie mogen worden gebruikt als de afgeluisterde in redelijkheid had kunnen verwachten dat iemand heeft meegeluisterd”, stelt Knoops. „Er is dus een cruciaal verschil tussen gesprekken die in een openbare ruimte zijn opgenomen en gesprekken in een privé-omgeving. Omdat de gesprekken in een auto zijn opgenomen, lijkt het me bijna uitgesloten dat een rechter dit materiaal als bewijs zal toelaten.”

Maar dat sluit niet uit dat justitie en politie op Aruba op basis van de verklaring een nieuw opsporingsonderzoek kunnen beginnen. Dat zal onder andere betrekking hebben op Daury, de 21-jarige Antilliaan die het levenloze lichaam van Holloway volgens Van der Sloot in zee zou hebben gedumpt. In een eerste reactie stelde Daury tegen gratis krant Dag dat hij destijds niet op de Antillen was. Maar ook andere details in het verhaal van Van der Sloot zullen moeten worden uitgezocht.

Afgezien van de vraag of de bekentenis van Van der Sloot mag worden gebruikt, zijn er vraagtekens bij de juridische waarde ervan. Dat klemt te meer nu Van der Sloot heeft gezegd dat hij tijdens de opgenomen gesprekken loog. Knoops: „Het is niet alleen van belang wat Joran gezegd heeft, maar ook hoe hij dat gezegd heeft en in welke context. Daarom moeten alle banden worden bekeken.”

[Vervolg BEKENTENIS: pagina 3]

BEKENTENIS

Video mogelijk van belang voor civiele claim

[Vervolg van pagina 1] Maar zelfs als alle banden bekeken zijn, kan Van der Sloot niet veroordeeld worden op basis van een ingetrokken bekentenis. „Er is meer bewijsmateriaal nodig”, stelt Knoops. „De uitspraken van Van der Sloot zullen moeten worden geobjectiveerd en onderbouwd. Bijvoorbeeld met verklaringen van de man van het bootje of forensisch materiaal van dat bootje of het lichaam van Natalee Holloway. Zolang haar lichaam niet gevonden is, kan justitie die lacune niet invullen.”

Als het Openbaar Ministerie op basis van dit materiaal vindt dat Joran van der Sloot moet worden vervolgd, is er nog een horde te nemen. Nadat Van der Sloot eind vorig jaar voor de tweede maal werd aangehouden en vrijgelaten, is de zaak formeel gesloten. „De drempel voor een nieuwe vervolging ligt juridisch hoog”, stelt Knoops. „En het is niet het OM maar de onderzoeksrechter die die knoop doorhakt.”

De onderzoeksrechter heeft vooralsnog besloten dat het onderzoek op basis van de uitlatingen van Van der Sloot alleen niet zal worden heropend. Justitie en politie in Aruba moeten nu aan het werk om op basis van de bekentenis van Van der Sloot meer nieuw bewijsmateriaal te verzamelen.

Mocht het lukken om nieuwe bewijzen boven tafel te krijgen, dan volgt de vraag wat Van der Sloot verweten kan worden. Is hij slechts betrokken bij de verdwijning van een lichaam? Of kan hem dood door schuld worden verweten?

Knoops: „Dat laatste kan alleen maar als uit ander bewijsmateriaal zou blijken dat Natalee nog te redden was geweest als er onmiddellijk medisch gehandeld was.”

Voor het laten verdwijnen van het lichaam of dood door schuld, zijn de straffen relatief laag: zes of negen maanden. Dat verandert als Daury, de man met het bootje, een bekentenis zou afleggen en zou verklaren dat Holloway nog leefde op het moment dat haar lichaam in zee werd gegooid, stelt Knoops. „Dan kan er zelfs sprake zijn van doodslag en daarop staat maximaal vijftien jaar cel.”

Uit de banden van De Vries blijkt in ieder geval dat Van der Sloot niet zeker wist of Holloway nog leefde. De doodsoorzaak van Natalee Holloway kan niet kan worden vastgesteld zolang haar lichaam niet is gevonden.

Die kwestie is echter minder van belang voor een civiele claim die de familie van Holloway zou kunnen indienen in de Verenigde Staten. Dan gaat het immers om immateriële schade en het leed dat de familie is aangedaan. Daarvoor zou het materiaal van Peter R. de Vries van grote betekenis kunnen zijn.

Knoops: „Dan kan een rol spelen dat Van der Sloot heeft gelogen over zijn betrokkenheid bij de verdwijning van Natalee.”