Duitse inzet Afghanistan stuit op zijn grenzen

Nieuwsanalyse

Duitsland reageerde als door een horzel gestoken op de oproep van de Verenigde Staten om meer militairen in het zuiden van Afghanistan in te zetten.

Eén brief uit Washington over Afghanistan, en Berlijn staat op zijn achterste benen. Het maakt duidelijk hoe gevoelig de militaire missie van Duitsland ligt: een open zenuw.

De Amerikaanse minister van Defensie, Robert Gates, roept in een recente brief Duitsland en andere NAVO-partners op zich meer in te zetten tegen de Talibaan in het zuiden van Afghanistan.

Eind deze week vergaderen de ministers van Defensie van de NAVO in Vilnius (Litouwen), vooruitlopend op de top van staatshoofden en regeringsleiders van de alliantie begin april in Boekarest (Roemenië).

Duitsland reageerde als door een horzel gestoken op de brief van Gates, die vrijdag uitlekte in de Süddeutsche Zeitung. Vrijwel meteen was er een afwijzende reactie van de minister van Defensie, Franz Josef Jung (CDU). ’s Avonds was bekend wat de meeste fracties in de Bondsdag ervan vonden.

Algemene teneur: Duitsland moet zich niet laten verleiden deel te nemen aan gevechten in Zuid-Afghanistan. De Duitsers hebben hun handen vol aan de pogingen tot wederopbouw in het noorden en in de hoofdstad Kabul.

NAVO-topman Jaap de Hoop Scheffer zei gisteren in Bild am Sonntag dat hij weliswaar tevreden is over de Duitse inzet in het noorden, maar dat het werk „natuurlijk ook elders in Afghanistan” nodig is. „Ik zet me bij alle NAVO-landen in voor meer flexibiliteit van onze strijdkrachten.”

Duitsland stuurt al sinds het begin van de internationale veiligheidsmacht, zes jaar geleden, militairen naar Afghanistan; gemiddeld zo’n drieduizend man. Zij zijn er voor handhaving van de orde en veiligheid in noordelijk Afghanistan, inclusief Kabul. Duitsers leveren ook een bijdrage aan de training van Afghaanse militairen en politieagenten.

Beschermen, bemiddelen, opleiden – en als het nodig is vechten om deze vormen van hulpverlening en wederopbouw mogelijk te maken. Daarin voorziet het mandaat dat de Bondsdag verstrekte. In het relatief rustige noorden kwamen tot nu toe zesentwintig Duitse soldaten om.

Duitsland zal waarschijnlijk in Vilnius worden gevraagd of het Noorwegen wil aflossen in de als riskant beoordeelde snelle interventiemacht in Noord-Afghanistan. Als de regering ‘ja’ zegt – en als de Bondsdag het goedkeurt – gaan nog eens minstens tweehonderd Duitsers naar Afghanistan.

Minister Jung zei gisteren dat het „een grote fout” zou zijn het noorden te veronachtzamen door troepen terug te trekken en „in de verschillende regio’s te laten rouleren”. Maar, zo voegde hij eraan toe, „we hebben altijd duidelijk gesteld dat we zullen helpen als de nood echt aan de man is”.

Op de achtergrond spelen twee belangrijke kwesties: de Bondsdagverkiezingen van volgend najaar en de materiële beperkingen van de Bundeswehr.

Het Duitse leger zou over te weinig pantservoertuigen en helikopters, en ook over onvoldoende moderne verkennings- en communicatiesystemen beschikken. Jung bevestigde gisteren dat de industrie „een zekere tijd” nodig heeft om het aantal pantservoertuigen op de vereiste sterkte te brengen.

Politiek kan de presentie in Afghanistan op steun rekenen van een ruime meerderheid in de Bondsdag. Dat wil zeggen: bij het huidige mandaat, waarin wederopbouw en vredeshandhaving centraal staan. Voor een mandaatswijziging, bijvoorbeeld om Duitse soldaten voor langere tijd te laten vechten in Zuid-Afghanistan, kan een nieuwe stemming in het parlement nodig zijn.

Zo’n ‘vechtmissie’ is omstreden. De eerste signalen uit de Bondsdag duiden op massale afwijzing. Nog afgezien van de principiële kanten van een mandaatswijziging, kijkt iedereen in Berlijn vooruit naar 2009. Dan zijn er landelijke verkiezingen. Mede met het oog daarop dienen de risico’s in Afghanistan zo beperkt mogelijk te blijven, is de algemene opvatting.