Dirk van Gelder was een groot natuurliefhebber

Tentoonstelling Dirk van Gelder, t/m 6 april in het Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag di-zo 11-17 uur. Catalogus door Susan Adam, Titus Eliëns en Agnes van den Noort-van Gelder, 49,95 euro. Inl.: 070-338 1111 www.gemeentemuseum.nl

Je moet er even naar zoeken, maar eenmaal aangekomen in het Prentenkabinet, in de meest verre uithoek van het Haags Gemeentemuseum, ontvouwt zich een hele microkosmos. We zien, op techniek gerangschikt, prenten en tekeningen van Dirk van Gelder (1907-1990). Van Gelder was geobsedeerd door de natuur, hij was een meester in het kleinste detail: een disteltakje, boomwortels, een vlinder, mossen, schelpen, paddestoelen. En zelfs wanneer hij landschappen met hoge luchten maakte, zie je de dakpannen van de boerderijen in de verte en de sprietjes in een hooiberg. Op zijn bosgezichten hebben de bomen een kriebelig loof. Het is genieten met een loepje.

Van Gelder was de enige kunstenaar in een gezin van artistiek geïnteresseerde intellectuelen. Zijn vader, H.E. van Gelder, was vanaf 1912 directeur van het Haags Gemeentemuseum. Hij zou met Berlage een nieuw museumgebouw ontwikkelen. Dirks broer Jan werd kunsthistoricus en hoogleraar in Utrecht (met een recordaantal promoties). Dirk, opgevoed in een tijd en een milieu waarin de kinderen met botaniseertrommeltjes de duinen in trokken, maakte zijn gymnasium niet af en wilde van het tekenen zijn beroep maken. Als vanzelfsprekend ging hij te rade bij bekende kunstenaars als H.J. Haverman, Theo Goedvriend en Jan Toorop. Bij Jan Voerman jr. (de tekenaar van vele albums van Verkade) kreeg hij de smaak van het lithograferen te pakken. Van zijn geleerde broer Jan kreeg hij de eerste etsbenodigdheden.

Of het nu krijt, de etsnaald of de burijn was, Dirk ging er uiterst precies mee om. Maar die detaillering betekent niet dat een grotere visie ontbreekt. De composities zitten altijd goed in elkaar en zijn lang niet altijd risicoloos. Vooral bij de bosgezichten zit het verdwijnpunt niet zelden op een weinig voor de hand liggende plaats.

Van Gelders etsen verraden en grote liefde voor Rembrandt, Van Goyen en Albrecht Dürer. Maar het gaat om meer dan invloed, hij kruipt als een ambachtsman in de huid van de ouden. Hij gaat er bijna wetenschappelijk mee om. En zo ging het ook met het werk van de Franse negentiende-eeuwse graficus Rodolphe Bresdin, van wie hij bezeten raakte, alles verzamelde en ten slotte een oeuvrecatalogus en een reeks van kunsthistorische artikelen uitgaf. Het lijkt bovendien wel of Van Gelder in zijn eigen prenten diens bosrijke landschappen met fijn geëtste bomen wil evenaren, overtreffen zelfs.

Kort voor de oorlog trouwde Van Gelder met een kleindochter van Haagse Schoolschilder Anton Mauve, zuster van de graficus Thijs Mauve. Het echtpaar vertrok naar het Zeeuwse kunstenaarsstadje Veere. Daar begon Dirk met de houtgravure, een niet eenvoudige techniek die tot dan toe vooral voor gelegenheidsgrafiek werd gebruikt. Houtgravures leveren een groter zwart-witcontrast en zijn harder. Je kunt zien hoe Van Gelders werk moderner wordt, hoe hij scherpere lijnen gaat zetten, hoe hij gaat spelen met strakke vormen. Zijn werk sluit naadloos aan bij dat van Nederlands beste illustratoren en grafici uit de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw, die dezelfde techniek ontdekt hadden, zoals Pam Rueter en M.C. Escher.