Crisis in N’Djamena betekent hoofdpijn voor Parijs

Frankrijk steunt de Tsjadische president Idriss Déby. Maar het vecht niet mee in Tsjaad. Parijs is vooral bang voor verdere instabiliteit rond Darfur.

René Moerland

Crisis in Tsjaad betekent vanzelf spanning en koorts in Parijs. De ex-kolonie is nog altijd deel van de Afrikaanse achtertuin voor Frankrijk. President Sarkozy wisselde dit weekeinde overleg met de Tsjadische president Idriss Déby af met noodoverleg met de Franse ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie. Die om de haverklap camera’s en microfoon opzochten om verklaringen af te leggen.

Minister van Defensie Hervé Morin om te verzekeren dat Frankrijk niet meevecht in Tsjaad en zich concentreert op de evacuatie van honderden Fransen en andere buitenlanders naar Gabon. De Franse gevechtsvliegtuigen, zes Mirages, zijn in veiligheid gebracht buiten de Tsjadische hoofdstad N’Djamena.

En Morins collega op Buitenlandse Zaken, Bernard Kouchner, om te onderstrepen dat dit alles niet betekent dat Frankrijk „neutraal”. „Wij steunen de zittende macht. Déby is een gekozen president”, zei hij zaterdag.

Ondertussen is allang duidelijk dat het Franse optreden niet alleen een kwestie is van steun of geen steun aan Déby, oude compagnon van met name Sarkozy’s voorganger Chirac. Déby werd door de Fransen gesteund sinds zijn machtsgreep in 1990. Eind jaren negentig leken de Fransen aan invloed te verliezen toen Déby, gesterkt door olie-inkomsten, afstand nam van de ex-kolonisator. Het kwam zelfs tot een uitwijzing van de Franse ambassadeur. De laatste jaren werden de betrekkingen weer intensiever. Het Franse leger werd er herhaaldelijk van beschuldigd actieve steun te verlenen aan militaire acties van Déby’s troepen rond de grens met Soedan. De Franse autoriteiten ontkennen dat hun medewerking verder gaat dan het naleven van militaire samenwerkingsakkoorden over logistieke hulp en bijstand in de gezondsheidszorg.

Morin bevestigde dit weekeinde dat Frankrijk Déby vrijdagavond al heeft voorgesteld hem te evacueren, „als hij vreest voor zijn leven”. Déby wilde niet.

Aan de Quai d’Orsay (Buitenlandse Zaken) heerst in de eerste plaats vrees voor verdere regionale instabiliteit in en rond Darfur. Sinds Sarkozy en Kouchner zijn aangetreden, heeft Parijs zijn Tsjaad-politiek meer afgestemd op beheersing van de situatie in buurland Soedan. Frankrijk was de stuwende kracht achter de Europese vredesmacht Eufor die juist deze week zou afreizen naar Oost-Tsjaad, de grens met Darfur. Van de 3.700 man zijn er 2.100 Frans. Die politiek wordt door de rebellenaanval op Déby’s regime doorkruist. De ambassadeurs van de EU-lidstaten waren gisteren in Brussel om de missie uit te stellen.

Met de – moeizaam verkregen – steun van de Europese lidstaten aan de vredesmacht heeft Frankrijk zijn benadering van Tsjaad als uitvalsbasis voor hulp in Darfur ook een Europese kwestie gemaakt. Morin legde dit weekeinde een „direct verband” tussen de rebellenaanval en de naderende komst van Eufor.

Voor Déby betekent de koers van Sarkozy en Kouchner vooral dat Frankrijk de afgelopen maanden rap een steeds gevaarlijker bondgenoot is geworden. Dat bleek ook al in de affaire over de poging van de Franse organisatie Arche de Zoé om Tsjadische kinderen vermomd als wezen uit Darfur naar Frankrijk te brengen. Dat zorgde voor een scherpe anti-Franse stemming in Tsjaad. Déby hekelde Frankrijk, maar de Tsjadische autoriteiten werkten wel mee aan een snelle overplaatsing van veroordeelden naar Frankrijk. De banden bleken niet doorgesneden.