Badmintonners horen thuis in Peking

Badmintonspeelster Judith Meulendijks werd gisteren kampioen van Nederland.

Ze wil naar de Spelen in Peking, maar de weg ernaartoe is wel heel zwaar.

Tja, hoe moet ze haar ongenoegen formuleren. Badmintonspeelster Judith Meulendijks vindt diep in haar hart de eisen voor de Olympische Spelen te zwaar, maar ze wil niet overkomen als de verontwaardigde zielenpiet. Het zit haar echter niet lekker dat de Nederlandse badmintonners ‘Peking’ dreigen te missen, terwijl een viertal er volgens de speelster, die gisteren in Almere Nederlands kampioen werd, absoluut thuishoort.

Neem de Korea Open, anderhalve week geleden in Seoul. Meulendijks was dicht bij de vereiste kwartfinale, maar verspeelde tegen Lu Lan, de Chinese nummer drie van de wereldranglijst, een voorsprong van 17-11 in de derde set. Ze was vier punten verwijderd van de Spelen. En zo verging het haar vaker in de Super Series, de nieuwe mondiale toernooienreeks die de olympische kwalificatie-eis voor Nederlandse badmintonners aanzienlijk heeft verzwaard.

Voorheen was een hoge klassering bij een belangrijk grandprixtoernooi ook toereikend. Maar daar waren er zoveel van, dat de Aziatische topspeelsters er altijd wel een aantal lieten schieten. De twaalf Super Series zijn voor de ranking en met prijzengeld dusdanig hoog gewaardeerd, dat de top-32 standaard aanwezig is.

Dat maakt het voor speelsters van het kaliber Meulendijks – de nummer twintig van de wereldranglijst – moeilijk de door sportkoepel NOC*NSF verlangde kwartfinaleplaats te halen. Meulendijks, nog net niet wanhopig: „Ik heb het niveau, dat heb ik meerdere keren bewezen. De nummer twee en drie van de wereld heb ik ooit verslagen. Maar dat moet nu een keer op het juiste moment gebeuren.”

Meulendijks was van haar nederlaag in Seoul „héél erg ziek”. Ja, ze vindt zelf ook dat ze bij die stand de partij niet had mogen weggeven. „Nee, ik blokkeerde niet, maar Lu speelde het slot van de partij zó goed, daar was niets tegen te doen. Bij het terugkijken van de video bleek dat ik de partij voor tachtig procent onder controle had. De bevestiging dat mijn niveau hoog genoeg is. Daaruit put ik dan maar weer moed.”

Zeker, Meulendijks begrijpt dat NOC*NSF olympisch toerisme wil voorkomen, maar ze vraagt zich af of er deze keer voor de badmintonners wel sprake is van een redelijke normering. Enige coulance zou ze rechtvaardig vinden. „Maar daar hoeven we niet op te rekenen. Dat zou terecht zijn als Dicky Palyama, Eric Pang, Yao Jie en ik niet hadden bewezen van topspelers te kunnen winnen. Dan praten we nergens over. Maar we hebben allemaal onze overwinningen behaald, dat vind ik ook wat waard.”

Als olympische plaatsing niet lukt via de twee resterende Super Series in Zwitserland en Engeland krijgen de Nederlanders in april een laatste kans bij de EK in het Deense Herning. De eis is een halvefinaleplaats. Pittig, maar niet onhaalbaar bij absentie van de vele Aziatische plaaggeesten. Maar appeltje-eitje wordt het ook weer niet, zegt Meulendijks. „Het wordt een open strijd, omdat een tiental Europese speelsters erg aan elkaar gewaagd is.”

Mochten de Spelen aan haar neus voorbij gaan, dan is dat voor Meulendijks geen reden te stoppen. Ze mag in september dertig jaar worden, ze voelt zich mentaal en fysiek nog sterk genoeg om in de top mee te draaien. Meulendijks blijft zeker in Denemarken, waar ze na de gemiste Spelen van Athene in 2004 naartoe verhuisde. Maar of ze doorgaat bij Team Århus weet ze nog niet. Ze heeft een aanbieding op zak van VEB uit Frederikshaven, waar Claus Poulsen, voormalig assistent-bondscoach van Nederland, hoofdtrainer wordt. „Die club heeft een visie waarin ik wel pas. Maar ik ga eerst praten met Århus, dat mij altijd goed heeft behandeld.”

Meulendijks’ keuze zal afhangen van de aanbieding. Ze is sinds 1 februari haar A-status van NOC*NSF kwijt wegens een te lage ranking en zoekt compensatie in een verbeterd contract. „Maar voor een habbekrats van zeg honderd euro extra vertrek ik niet uit Århus. Als ik verkas moet er sprake zijn van heel goede aanbieding. Ik moet er tenslotte van leven.”

Hoe graag ze ook naar de Spelen wil, bij een gemiste kwalificatie stort haar wereld niet in. Omdat ze de Spelen van 2000 in Sydney heeft meegemaakt, maar vooral omdat ze de laatste vier jaar heeft leren omgaan met teleurstellingen. Als gevolg van een gescheurde achillespees in 2004 was ze bijna een jaar uit de roulatie. Eind 2006 overleed haar vader. Vooral die gebeurtenis bracht Meulendijks van haar stuk. Haar vader leed al geruime tijd aan slokdarmkanker en was met zijn 54 jaar nog jong. Pas in de loop van 2007 kwam de badmintonster die klap te boven en keerde ze terug op haar oude niveau. Maar toen was de olympische kwalificatieperiode al een eind op streek.