Zwart en aardig

Hoe blanken toch nog fijn langs al die ‘leuke zwarte mensen’ heen leven.

Jim Meyers Foto Margriet Oostveen Oostveen, Margriet

Hoe peil je het belang van een gebeurtenis? Als journalisten hun kinderen mee naar politieke bijeenkomsten beginnen te nemen, dan zegt dat iets: geen school voor jou vandaag, jij mag met eigen ogen zien hoe geschiedenis wordt geschreven.

Afgelopen maandag, bij de rally met Barack Obama waar maar liefst drie Kennedy’s hem als de opvolger van JFK kwamen aanwijzen, stond ik met opvallend veel kinderen in het persvak. De bekende blogger C. probeerde met twee dochtertjes hangend aan zijn armen iets op te schrijven. De echtgenote van een televisie-Brit kwam binnenstuiven om de zoon nog net op tijd naast papa te positioneren. Kinderen waren uitgerust met eigen bloknootjes. Je zou denken dat de eerste zwarte president al was gekozen.

Een paar dagen daarvoor kwam bijna niemand luisteren naar Jim Myers, die hier een lezinkje hield in een bibliotheek. Zes mensen zaten in het zaaltje. Hij schreef het boek Afraid of the Dark: What Blacks and Whites need to Know about Each Other. Jim Myers heeft het doorleefde uiterlijk van een zigeuner en leidt een wat rommelig leven. Zo wil hij niet voor het middaguur worden bezocht, want dan is hij „nog niet aanspreekbaar”. Nee, hij is niet de flitsende topauteur die je zo hier zo vaak ziet paraderen. Geen naamsbekendheid, geen bestsellers. Jim Myers is gewoon een man met een goede pen die toevallig trouwde met een zwarte vrouw en al bijna twintig jaar in het beruchte, zwarte deel van Capitol Hill woont, de buurt rond het Amerikaanse Congres. Daar zoek ik hem na zijn lezing nog eens op.

Alle oudere zwarten in Capitol Hill die hij kent, zegt Myers, halen nog altijd de mooiste herinneringen op aan de jaren ’40 en ’50. „Juist de jaren waarin de segregatie nog bestond, ironisch genoeg.” Washington was toen een soort schaakbord, waarop huizenblokken met witte en zwarte bewoners elkaar afwisselden. „Binnen zo’n blok was iedereen er voor elkaar. De kinderen voedde je samen op.”

Toen segregatie werd verboden, vluchtten de witte bewoners de stad uit. Blokken vervloeiden in buurten en Washington werd ‘Chocolate City’, waar uiteindelijk 80 procent van de inwoners zwart was. „Nu is dat een beladen term, maar aanvankelijk vonden zwarten het prachtig.”

Hij woonde nog geen jaar in zijn huis, of de drugshandel en de bendes floreerden. Mensen in zijn omgeving begonnen elkaar dood te schieten. Jim Myers heeft daarover een schitterend verhaal geschreven in het tijdschrift Atlantic Monthly, met de titel ‘Aantekeningen bij de Moord op Dertig van Mijn Buurtgenoten’. We lopen even naar buiten, zodat hij wat plaatsen uit dat stuk kan aanwijzen. Daar zie je de resten van het Chinese restaurant The New Dragon, centrum van drugshandel. In die straat lagen de lijken van David en Paul. En daar van Derek en Coy. Ginds stond de wasserette met het bordje ‘Haal voor iedere Wasbeurt Munten en Kogels uit uw Zakken’.

Wat het verslag in Atlantic Monthly zo bijzonder maakte, is dat Myers de moorden ontdeed van de politieterm ‘drugsgerelateerd’. Als een witte schrijver zulke doden consequent beschrijft als ‘mijn buurtgenoot’, ‘mijn vriend’, ‘mijn buurman’, dan is het moeilijk je er nog voor af te sluiten.

Toen Atlantic Monthly het stuk publiceerde, in 2000, kwamen juist meer blanken in de straten direct rond het Capitool wonen. Daar waren veel stafleden uit het Congres bij, die niet blij waren met het veelbesproken artikel. Prompt degradeerden ze zijn afgelegen deel van Capitol Hill tot „niet echt Capitol Hill”.

Ruim de helft van alle Amerikanen is nu geboren na de burgerrechtenbeweging. Daardoor komt het dat ras geen onderwerp meer is, denkt Myers. Maar verder is er nog niet zoveel veranderd. „Dat mensen niet meer zo nadrukkelijk als vroeger over rassenkwesties willen spreken, betekent niet dat die kwesties met een eerste zwarte president zijn afgesloten.”

Inmiddels zijn de mensen uit de gesubsidieerde huurwoningen in de buurt verplaatst naar woonkazernes buiten de stad. Nu kopen witte, hoog opgeleide dertigers met babybuggy’s zelfs huizen in Myers’ deel van Capitol Hill, en mag het weer wél zo heten. „Het gaat om typische Obama-stemmers”, zegt Myers plagerig. „Zij maken zich hard voor een betere buurt. Jawel, zij gaan zorgen dat Starbucks en Whole Foods hier komen, voor koffie en boodschappen die hun buurtbewoners niet kunnen betalen. Maar dat realiseren ze zich niet.”

Enthousiast wandelen zijn nieuwe blanke buurtgenoten langs al die ‘leuke zwarte mensen’. „Maar met mobiele telefoons tegen hun hoofd geklemd en zonder te registreren hoe ze hun zwarte buren krenken, omdat ze wel even zwaaien maar nooit eens een praatje maken.”

Jim Myers is zo’n man die met iedereen bevriend raakt. Ook met de nieuwkomers. Hij heeft ze wel eens gevraagd of ze het dóór hadden, hoe ze hun buurtgenoten over het hoofd zagen. „Stomverbaasd zijn ze dan: is dat verkeerd? Maar we vinden die zwarte mensen toch aardig?”