Zielig voor de dieren

Kinderen tussen acht en twaalf jaar worden steeds vaker vegetariër. Noodgedwongen roeren vleesetende ouders in twee pannetjes. „Dan zei ik: ik ga een heerlijk frikadelletje halen. Maar nee hoor, zij wilde niet.”

Nederland, Amsterdam, 23-01-08 Familie Bakker met dochter Iris. © Foto Merlin Daleman gezinnen eten diner gedekte tafels koken Daleman, Merlin

Vlees, Joëlle was er vroeger dol op. Ze at alles wat op haar bord lag, zegt haar moeder. Op haar zesde was het plotseling over. Ze gaf te kennen geen vlees meer te willen eten omdat ze het „zielig voor de dieren” vindt. Nu, drie jaar later, volhardt ze nog steeds in haar besluit.

Keek ze in het begin nog weleens verlekkerd naar een bal gehakt of knakworst, tegenwoordig taalt ze er niet meer naar, zegt haar vader. Zelfs de kroepoek bij de nasi laat ze liggen, sinds ze weet dat die van garnalen is gemaakt, vult moeder aan. Toch is het soms moeilijk, vindt Joëlle, zoals laatst, toen ze watertandend toezag hoe er thuis kibbeling werd gegeten. Maar nee, geproefd heeft ze er niet van.

Voor Joëlle’s zusje en ouders, Jeanette en Marcel van der Snee, is vlees altijd een dagelijks onderdeel van de maaltijd geweest – en gebleven, ook nadat Joëlle er afstand van had gedaan. Het gevolg van deze nieuwe status quo aan tafel is dat ze voortaan „in twee pannetjes staan te roeren”.

Marcel van der Snee: „Opeens zagen we ons gesteld voor de vraag wat er in haar pannetje moest. Je probeert de smaak na te bootsen maar als je het gehakt uit de macaroni haalt, mis je de vleessappen die belangrijk zijn voor de smaak. Nou ja, veel knoflook erover is ook lekker.”

„Ik heb haar in het begin wel uitgeprobeerd om te zien of het geen gril was. Je wilt je geen onnodig werk op de hals halen. Dus dan zei ik: ‘ik ga straks een heerlijk frikadelletje halen’, maar nee hoor, zij wilde niet. We krijgen wel reacties van ouders die zeggen: als het mijn kind was zou ik het niet accepteren.’’

Jeanette van der Snee: „We stimuleren vegetarisch eten niet, maar we verbieden het evenmin. Je kunt een kind niet dwingen te eten. Ik heb de huisarts gevraagd wat ik moest aanvullen om zeker te weten dat ze niets tekort komt. Als ze maar genoeg melkproducten en vleesvervangers binnenkrijgt, zei hij. En dat hoor ik van iedereen.”

Ook de Nederlandse Vegetariërsbond, een organisatie die zich sinds de oprichting in 1894 tot taak heeft gesteld vegetarisme en vleesvermindering te bevorderen, heeft volgens directeur Vibeke Helder te maken met ouders die al dan niet bezorgd informeren naar gezonde voeding voor hun vegetarisch etende kroost. „Het is opvallend dat kinderen vaak tussen de acht en twaalf jaar zijn als ze zich ethische vragen gaan stellen over het doden van dieren voor consumptiedoeleinden. Het is een leeftijd waarop ze besef krijgen van hun omgeving. Op internet weten ze ons te vinden en ze bestellen bij ons regelmatig een jeugdbrochure om te gebruiken voor een spreekbeurt. Niet iedereen blijft vegetariër: in de puberteit komt een deel van hen er onder groepsdruk van terug.”

Kok Pierre Wind die geregeld scholen bezoekt als ‘ambassadeur van de smaak’, voor een door hem geïnitieerd lesprogramma over eten en smaak voor basisschoolleerlingen, constateert dat het aantal jeugdige vegetariërs toeneemt. Een mogelijke verklaring is volgens hem de grote media-aandacht voor dierenleed en -welzijn. „Dieren zijn hot. Dierenprogramma’s en journaalbeelden van zielige varkentjes hebben een grote impact op kinderen. Mijn dochter van elf eet om die reden ook geen vlees. Ik merk sowieso dat vooral steeds meer meisjes daar gevoelig voor zijn en ze beïnvloeden elkaar. Als er één vegetariër in de klas is, volgt een tweede al gauw. Die belangstelling is echt van de laatste jaren, maar je moet natuurlijk afwachten of het een modegril is of dat het een levensvisie wordt.”

Onderzoek op dit gebied ontbreekt. Uit voedselconsumptiepeilingen die het RIVM in de jaren tachtig en negentig heeft uitgevoerd en waarbij onder meer is gekeken naar kinderen die als leefregel vegetarisch of veganistisch hadden aangegeven, blijkt dat het toen om ongeveer één procent ging. Of de groep inmiddels is gegroeid kan het RIVM niet bevestigen: recente gegevens zijn nog niet beschikbaar.

Onbekend is ook hoe groot het percentage kinderen is dat bewust kiest voor vegetarisme zoals Joëlle, en hoeveel kinderen vegetarisch worden opgevoed zoals in het gezin van Gabriëlla en Jeroen van Leeuwen. Voor Martijn (11), Annika (9) en Peter (6) zijn vlees- en visloze maaltijden altijd vanzelfsprekend geweest. Vanaf zijn zevende begon Martijn er naar zijn zeggen zelf over na te denken en realiseerde hij zich dat hij het ‘niet prettig’ vindt een dier op te eten. Desondanks is een hamburger of frikadel soms erg verleidelijk: „Die kan ik niet weerstaan, als ik ze zie.’’

Dat Martijn een enkele keer vlees eet heeft volgens zijn moeder niet alleen te maken met nieuwsgierigheid maar ook met het feit dat hij niet wil opvallen: „Hij zit op scouting en als ze daar frikadellen hebben, mag ik voor hem niet een vegetarische frikadel kopen. Hij wil geen uitzonderingspositie. De kinderen mogen van ons af en toe best vlees en vis proeven, want uiteindelijk moet het hun eigen beslissing worden.”

Vlees verminderen is al jaren een trend, stelt Astrid Verhoef van de Vegetariërsbond. Kijk naar de explosieve uitbreiding van het assortiment vleesvervangers in de supermarkten. Vlees en vis volledig achterwege laten is weliswaar „voor de meesten een stap te ver”, de vele vegaburgers duiden er wel op dat steeds meer mensen vlees vaker een dag overslaan. Op het moment, aldus Verhoef, telt ons land zo’n drieënhalf miljoen ‘parttimevegetariërs’, ook wel ‘flexitariërs’ genoemd.

Een voorbeeld daarvan is Iris (13), die in de woorden van haar vader Frank Bakker een ‘vegetarisch-lightversie’ volgt. Ze was elf jaar toen ze, geïnspireerd door een vriendinnetje dat vegetariër is, besloot vlees van het menu te schrappen. Vis daarentegen heeft ze nooit afgezworen. „Ik heb altijd vlees en vis gegeten en volgens mij is het niet goed voor je lichaam als je daar opeens helemaal mee stopt. Ik dacht ook dat ik het niet zou volhouden zonder vis, dat leek me te moeilijk. Ik hou van vis en ik heb daar niet zo het gevoel bij dat het heel zielig is, zoals bij legbatterijkippen. Op televisie zag ik een keer hoe ze opgesloten zitten, dat vond ik heel erg.”

Frank Bakker zegt zelf eveneens minder vlees te zijn gaan eten en meer, vooral vette, vis als zalm en tonijn. „Ik koop nu ook vegetarische burgers en van die falafelballetjes. Pasta bolognese maak ik in twee varianten, de ene saus is met gehakt en de andere met vegetarische kruimelhaché. Het is hooguit vijf minuten meer werk.”

„Minder vlees eten is niet ongezond. Maar toen Iris er helemaal mee stopte vond ik haar na een jaar toch wat bleekjes, traag, weinig energiek. Hoewel het misschien te maken kan hebben met de intredende puberteit, ben ik met haar gaan praten of het niet verstandig was af en toe rood vlees te eten. Ze was vrij snel overtuigd en sinds ik één keer per week bijvoorbeeld een biologisch biefstukje koop, lijkt ze inderdaad vitaler.”

„Ik heb eens ergens iets gelezen over een verband tussen hersenontwikkeling van jonge kinderen en ijzertekort. Het al of niet vlees eten zou daarop van invloed zijn. Het gaat per slot om een fase waarin hersenen zich sterk ontwikkelen en het lijkt me ook beter nu en dan vlees te eten. Het idee van vegetarisme is natuurlijk mooi en we zijn erg gevoelig geworden voor hoe we met dieren omgaan, maar de mens wordt in het algemeen beschouwd als een omnivoor. Het zijn onder andere de hoektanden in het gebit die erop wijzen dat hij van origine óók een vleeseter is.”

Vlees weglaten uit de maaltijd, zegt een voedingsdeskundige van het Voedingscentrum desgevraagd, is voor kinderen niet bezwaarlijk mits ze op een andere manier genoeg ijzer binnenkrijgen. „Mensen denken bij vegetarische gerechten al gauw aan champignons en kaas, maar dat zijn geen volwaardige vleesvervangers omdat ze niet of weinig B-vitamines bevatten. Bij vlees gaat het met name om B12, een vitamine die in meer dierlijke producten zit. Wij geven een boekje uit, waarvan op jaarbasis vijfduizend exemplaren worden besteld, met vleesloze recepten en informatie over vleesvervangende producten. De eerste uitgave die ongeveer twintig jaar geleden verscheen, heette Eten zonder vlees, kan dat? Een paar jaar later was het: Eten zonder vlees, dat kan en nu is de titel Vandaag geen vlees. Die verandering van een vragende naar bevestigende zin geeft wel aan dat we veel vertrouwder zijn geraakt met vegetarisch eten.”

Toch is er ook nog veel onwetendheid, constateert Martine de Klein, redacteur van het door de Vegetariërsbond uitgegeven magazine Leven. Als overtuigd vegetariërs stond het voor haar en echtgenoot Edwin van Alstede van meet af aan vast dat ze voor hun dochtertjes Marloes (6) en Karlijn (4) geen vlees en vis zouden klaarmaken. Het is een leefwijze, zo ondervinden zij, die mede beïnvloed door de ‘vleespropaganda’ niet zelden op onbegrip en kritiek stuit.

Martine de Klein: „Wie zijn kinderen vegetarisch wil opvoeden moet stevig in zijn schoenen staan. In zwangerschapsbladen wordt geadverteerd dat je vooral vlees moet eten, ook met je kinderen. De strekking van zo’n advertentie was dat kleine kinderen die huilen een ijzertekort zouden hebben. Marloes kwam een keer uit school met een boekje met tips voor traktaties. Het waren allemaal traktaties met vlees. Het bleek een brochure te zijn van het voorlichtingsbureau Vlees.

„Ik ben tegen de bio-industrie. Als student heb ik daarom een poos biologisch vlees gegeten, maar als vegetariër maak je een duidelijker statement, vind ik. Ik wil niet dat dieren voor mij gedood worden als het niet strikt noodzakelijk is. Als je dat consequent doorvoert, moet je veganist worden, maar dat zou ik omwille van de kinderen niet gauw doen. Voor hen ben ik ook minder streng dan voor mijzelf want zij kiezen er niet bewust voor. Dus af en toe koop ik een toetje dat bereid is met gelatine en ik ben er niet tegen als ze een snoepje krijgen waar gelatine inzit. Het sociale aspect vind ik belangrijk. Het is heel vervelend als je altijd de uitzondering bent. Vegetariërs zullen altijd wel een minderheid blijven, maar ik verwacht en hoop dat als de kinderen ouder zijn, vegetarisme normaler is en ze zich niet meer altijd hoeven te verweren.’’