VVD put hoop uit modernisering van liberale grondbeginselen

VVD-leider Mark Rutte gaat aan een nieuwe beginselverklaring werken. Maar welke richting de liberalen op moeten is nog helemaal niet duidelijk.

Sandra Heerma van Voss en Herman Staal

Er was saté, cabaret en Annemarie Jorritsma trad voor een uitverkocht huis op als Tina Turner. Bij Proud Mary kwam de zaal helemaal los. Het was vorige week nog een dolle boel bij de VVD. De partij vierde haar zestigjarige bestaan in het Amsterdamse hotel Krasnapolsky.

Maar tussen de feestelijkheden door gebeurde er ook iets ingrijpends: partijleider Mark Rutte kondigde aan dat de VVD zich moet bezinnen op waar de partij nu eigenlijk voor staat. Samen met fractievoorzitter uit de Eerste Kamer Uri Rosenthal neemt Rutte het voortouw bij het opstellen van een nieuwe beginselverklaring. Na het partijcongres in november dit jaar wil hij dat er een „offensief” document op tafel ligt „dat blaakt van zelfvertrouwen”.

Maak een rondgang langs VVD’ers die zich in de beginselen en de partij-ideologie verdiepten en ze zeggen dat ieder actief partijlid de uitgangspunten van de liberalen moet kunnen dromen: vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. De vijf punten staan in het eerste van twaalf artikelen van het huidige beginselprogramma uit 1980. Hoe heilig zijn die vijf begrippen nog? En wat betekenen ze precies?

‘Vrijheid’ bijvoorbeeld was in het klassieke liberalisme bedoeld als tegenwicht voor de grip die kerk en staat op de samenleving hadden, zegt Kees den Blanken, voorzitter van de ‘herbronningscommissie’ die een jaar geleden werd ingesteld om alle VVD-standpunten eens goed tegen het licht te houden. Maar nu is vrijheid vaak een „negatief begrip”. Den Blanken: „Bij Wilders’ PVV staat vrijheid voor: ‘Bevrijd mij van maatschappelijke druk’. Ik vind dat wereldvreemd. Voor ons betekent vrijheid dat mensen vrij van religieuze en morele dogma’s kunnen denken en leven, maar wel binnen de grenzen van een verantwoordelijk burgerschap. Misschien wordt het tijd om dat laatste meer te onderstrepen.”

VVD-denkers zijn enthousiast over het initiatief van Rutte. Patrick van Schie, directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD de Teldersstichting, noemde de beginselverklaring vier jaar geleden al „kort maar niet bijster krachtig”, en „zo tam dat zij de partij geen eigen identiteit verschaft”. Historicus en partij-ideoloog Frank Ankersmit vindt dat de liberalen zich er niet mee van andere partijen onderscheiden. „We willen een catch-all party zijn en er teveel mensen mee aanspreken.”

Dat is riskant in een tijd waarin „iedereen en alles liberaal is geworden”, aldus Den Blanken. „Ook Wouter Bos drukt zich op een aantal terreinen in liberale termen uit.”

Geert Dales, voorzitter van de commissie die twee jaar geleden het Liberaal Manifest schreef, beaamt dat bij PvdA, CDA en zelfs bij de SP liberale uitgangspunten wortel hebben geschoten. Maar uiteindelijk „druipt bij die partijen toch het corporatisme, het collectivisme en het paternalisme er van af”. „Rouvoet, Balkenende of Bos moeten mij niet voorschrijven of ik naar een pornofilm wil kijken. Dat bepaal ik zelf wel.”

Oud-minister Johan Remkes werd in 1978 als „toen nog jonge belofte” betrokken bij het opstellen van de nieuwe beginselen. Het duurde twee jaar: het stuk werd op 6 september 1980 goedgekeurd, maar daar waren wel drie algemene vergaderingen voor nodig.

Toenmalig fractieleider Hans Wiegel was niet bij het proces betrokken; Mark Rutte trekt het nu uitdrukkelijk naar zich toe. Eerste Kamerlid Heleen Dupuis vindt het „prima” dat hij als politiek leider een voorstel doet over wat nu de liberale koers moet zijn. „De beginselverklaring is een open document, dat moet door de partij circuleren.”

Dat de VVD niet eerder aan de beginselen tornde, is geen toeval. Den Blanken: „Het is voor een partij riskant om ze in discussie te brengen. Je kunt dat het beste tijdens een periode van oppositie doen, dan ben je minder gebonden aan een regeerakkoord.”

Over de politieke richting die de VVD moet inslaan, bestaat geen eenduidig oordeel. Links en rechts betekenen weinig meer. Het woord waar iedereen zich aan vastklampt is ‘liberalisme’. Remkes: „Ik weet tegenwoordig niet wat het redelijke midden is, of wat rechts is. Dat hangt af van het thema.”

Op welke thema’s moet dan de nadruk liggen? Remkes noemt het onderwijs. „De VVD is op dat punt zijn profiel wat kwijtgeraakt, terwijl het wezenlijk is voor de emancipatie van mensen.” Aan de vrijheid van onderwijs mag niet worden getornd en ook niet aan de vrijheid van godsdienst. „Het is een gotspe dat een partij die zich de Partij van de Vrijheid noemt dat wel doet.”

Remkes vindt dat ook globalisering meer aandacht verdient. „Wij staan met een open houding naar de wereld. Maar er komt ook ellende uit voort. Daar moeten we op ingaan.”

Dales noemt naast het onderwijs veiligheid cruciaal. Dat de VVD zich als milieupartij moet profileren, zoals binnen de partij is te beluisteren, ziet Dales niet. „Een groenrechtse partij? Milieu vindt iedereen belangrijk. Daarmee onderscheiden we ons niet.”

Ankersmit wil een duidelijker visie op de staat. Dat onderwerp overstijgt thema’s als integratie en veiligheid, vindt hij. „Onze staat is erg aan herstel toe. Niemand weet meer wat de kern is, en wat de bijgebouwen zijn.” Publieke bevoegdheden zijn volgens hem te veel in private handen gekomen.

Grote verwachtingen moet de VVD niet hebben van de modernisering van haar beginselen, meent Remkes. „Kiezers gaan ze echt niet eerst lezen en dan massaal op ons stemmen.” Ankersmit: „Maar ik hoop natuurlijk dat dit als een klaroenstoot door de samenleving gaat. Nu is het allemaal wat droevig gesteld met de VVD.”