Vloek

Het leek wel op therapeutisch shoppen. Zoals vrouwen zich in winterkoopjes storten, zo hebberig hebben eredivisieclubs de transfermarkt bestookt. Daarbij werden behoorlijk wat elleboogstoten uitgedeeld. Wintertransfers: een vloek.

Het systeem is bedacht om clubs de kans te geven zware blessures op te vangen. Over blessures gaat het niet meer, het gaat nu om falend inkoopbeleid alsnog een positieve draai te geven. Noem het een publieke biecht voor types als Martin van Geel: met de penitentie van enkele miljoenen zijn we weer van een melaatse hand af. Althans, dat is de bedoeling.

Natuurlijk wordt de competitie vervalst door het tussentijdse transfercircus. Laat Afonso Alves van Heerenveen naar AZ gaan, en in Alkmaar kan de vlag uit voor de play-offs. Gelukkig heeft de grillige hebzucht van Afonso dit onrecht voorkomen. Overigens, Dirk Scheringa is wel toe aan een lesje in nederigheid. Je mag dan kapitaalkrachtig zijn, maar met geld dicht je geen gaten in het geheugen van een mens. Toch niet bij Brazilianen.

Hoe zou het, na de winterkoopjes, met de begroting van de eredivisieclubs gesteld zijn? Een kaas met gaten, wellicht. Kampioen van paniekaankopen is Willem II. De tricolores hebben tijdens de winterstop een half elftal bij elkaar gescharreld. En niet in dorpen uit de buurt, niet bij RBC en RKC, of bij de amateurs van Hoogerheide. Nee, ze hebben werelds ingekocht: bij Borussia Dortmund en AA Gent, bij Mineiro en IFK Göteborg. Kon dat niet in de zomer? Zit er ineens Russisch gas onder en achter Willem II? Het is nooit helemaal duidelijk in de winter, met die hijgerige aankopen na Kerst en Nieuwjaar.

Dat paniek iets mag kosten, is van alle tijden. Zelfs onze koningin laat nu staatsiefoto’s maken door Anton Corbijn. Het zal wel geen verlangen naar wiet en verderf zijn, maar het is toch een statement van diepe onzekerheid. Hoe lik ik mij in, in de wereld van vandaag. Ook nog met gebakken haren? Hoe transferabel ben ik nog naar het volk toe? Die onzekerheid. Dirk Scheringa en Jan Reker zouden het bij god niet weten, maar ze doen wel alsof.

Zou paniek niet de tweede natuur van Nederland zijn geworden?

Dan krijg je abcessen van verderf, van bezweringen en populistische praatjes. Dan wordt Afonso Alves ineens staatsvijand. Terwijl hij alleen maar de rek is in een duister kapitalisme van club en bond. Uiteraard met carnavaleske inborst: Olé, olé!

Dodelijk voor de mores van het Nederlandse voetbal is de transfer van Berry Powel, in het laatste uur van de open markt, van De Graafschap naar FC Groningen. De Graafschap heeft nooit overschot gehad. In niets, niet in spelers, niet in trainers, niet in materiaalmannen. Eigenlijk is het altijd de FC Vrijwilligersbende gebleven. In de – ook morele – snit van het Leger des Heils, maar dan met bier en majoretten.

Ineens was Powel weg. Nou, probeer maar eens een spits te vinden, midden in de nacht. In de transfer van Powel ligt de hele duisternis van het Nederlandse voetbal bestorven. Business zonder grandeur, zonder mededogen voor middenstanders die hun best doen om bij de tijd te blijven. Groninger-trainer Ron Jans stond glunderend op de foto, met zijn nieuwste aanwinst. Alsof het zijn eigen kind betrof. De slaaf Ron Jans.

Ik begrijp het wel. Ajax had zijn vaderhart beroofd van Rasmus Lindgren en Bruno Silva. Dan is er gewoon geen vader en geen hart meer. Dan neemt de kantine het over. Zelfs bij een moralist als Ron Jans. Groningen was voor hem altijd een geschenk – geen business. Maar hoe houd je romantiek vol in een pooierswereld? Niet dus. Niet in Groningen, niet met Martin van Geel als alter ego. Je mag al blij zijn dat ABN Amro nog een gezicht heeft. Zij het enigszins pokdalig.

Transfers nemen grandeur weg. Zo simpel kan Nederlands voetbal zijn. De vragen blijven: Hoe kan het dat je als Europese club gaat winkelen in Groningen? Wat hebben provincialen toe te voegen aan Ajax? Manchester City alla, of Deportivo, of Benfica, maar toch niet Groningen? Jawel, de Zweed Rasmus Lindgren, is van de waterkant en dus van de glorie van Ajax.

Het klotst lekker door.

Nee, ik zie Marco van Basten niet lekker mee klotsen. En ook niet luisteren naar het water. Maar hij kan wel leren van zijn spiegelbeeld: de koningin, kapsel, Anton Corbijn. Het diepe verlangen om alleen te zijn.

Ave.

Alaaf.