Tegen Belly Wien wordt al jaren geprotesteerd

Protest tegen wilde dieren in circussen komt niet alleen van activisten. Ook de Kamer toont zich steeds kritischer. Maandag blijkt of een verbod aanstaande is.

Ergens in het noorden van het land heeft circus Belly Wien zijn winterkwartier opgeslagen, maar waar precies, dat mag niet in de krant. „Anders komt iedereen hier kijken’’, zegt circusdirecteur Roman Zinnecker. „,En dan krijgen we problemen met de gemeente.”

In een van de grote hallen staan enorme caravans en Mercedessen opgesteld. In de andere staan de geel-blauwe circuswagens en kooien van de dieren. De verblijven zijn ruim en schoon, en voor zover je dat kunt zien, lijken de dieren op hun gemak.

De mensen van Belly Wien zijn ondertussen druk aan het werk. Roman Zinnecker is net onder een oplegger vandaan gekropen, en heeft een grote vettige hand uitgestoken. De krant is welkom om rond te kijken. „We hebben niets te verbergen.’’ Praten met de pers wil Zinnecker eigenlijk niet. Pas na enige aandrang begint hij te vertellen. „Er is zo ontzettend veel rotzooi over ons geschreven.’’

Belly Wien, van oorsprong Oostenrijks, is een van de laatste circussen in Nederland dat zelf wilde dieren houdt: tijgers, een giraffe, apen, kamelen. Juist daarom ligt het ‘klassieke dierencircus’ onder vuur van activisten. En van politici. Afgelopen maandag leek zich tijdens een nota-overleg over dierenwelzijn zelfs een Kamermeerderheid af te tekenen voor een totaalverbod op het houden van wilde dieren in het circus.

Op de campagnesites van ‘Wilde dieren de tent uit’ en ‘Circusleed’ spelen de dieren van Belly Wien een hoofdrol. De foto’s en video’s brengen geen misstanden aan het licht. Maar door de trieste muziek die er onder is gemonteerd, maken de makaken in hun kooi een depressieve indruk en lijkt giraffe Kenay somber rondjes te draaien achter zijn omheining. Nu komt Kenay monter aangeschommeld, als Roman Zinnecker zijn naam roept. Zinnecker aait de giraffe over zijn neus. „Ze filmen de dieren zó dat het hok zo klein mogelijk lijkt’’, zegt Zinnecker in het Duits. Hij maakt een wegwerpgebaar. Géén foto’s voor de krant. Daar heeft Belly Wien ook slechte ervaringen mee opgedaan.

Belly Wien is de broodwinning voor vijftien werknemers, van wie er twaalf de naam Zinnecker dragen. Twintig jaar geleden begon Roman (45) met zijn vrouw Diana Renz („van de echte familie Renz, uit Duitsland”) het familiebedrijf. Ze zetten een traditie voort die teruggaat tot de negentiende eeuw. „Mijn kinderen’’, zegt hij trots, „zijn de zevende generatie circusartiesten’’. Optreden in Oostenrijk doet het circus niet meer. In dat land is het sinds 2005 verboden om wilde dieren in het circus te laten optreden.

Ook in Nederland heeft Belly Wien problemen. Rondom optredens wordt voortdurend gedemonstreerd. Gemeenten waar Belly Wien zijn tent op zet, krijgen een brandbrief van Jeroen van Kernebeek van ‘Wilde dieren de tent uit’. In de brief memoreert Van Kernebeek aan een incident uit 2006, toen in Heerhugowaard een van de makaken een klein meisje beet. Belly Wien vormt een „gevaar’’ voor de „veiligheid en volksgezondheid’’, schrijft de actiegroep. Nog ernstiger, liet de actiegroep weten in november 2006, is dat het „welzijn van wilde dieren in het circus structureel ernstig is aangetast door kleine en onnatuurlijke huisvesting en continue transporten.” Winschoten en Veendam hebben al circussen met wilde dieren verboden.

Maar wat is er nou eigenlijk mis met de verzorging van de dieren bij Belly Wien? „Het gaat ons niet om de verzorging”, zegt Van Kernebeek. „Waar het om gaat, is dat je dieren in een circus nooit diervriendelijk kunt houden.” De hokken in het circus zijn te klein, zegt Van Kernebeek. Er is de voortdurende stress van het reizen.

En dan is er nog een argument: het „ethische”, of morele. Waarom zouden wilde dieren kunstjes moeten vertonen ter vermaak van het publiek? Het is een argument dat ook een rol speelt in de Haagse politiek. „We moeten op zoek naar andere kunstjes”, zegt Kamerlid Ineke van Gent (GroenLinks). Samen met de Partij voor de Dieren heeft ze een motie voorbereid waarin wordt voorgesteld het houden van wilde dieren vanaf 1 januari 2010 te verbieden. Maandag, tijdens de tweede termijn van het overleg, moet blijken hoe groot de steun in het parlement is.

Vraag is of minister Verburg (Landbouw, CDA) het idee overneemt. Al eerder had de minister aangekondigd dat het welzijn van circusdieren zou worden onderzocht. Een onderzoeksgroep onder leiding van de Universiteit Wageningen moet aan het einde van dit jaar conclusies trekken.

Activisten en sommige Kamerleden willen zolang niet wachten. „Begrijp me goed”, zegt Van Gent. „Ik heb helemaal niets tegen het circus.” Dat is ook wat Van Kernebeek zegt: „We willen niet dat het circus stopt. We willen dat het stopt met wilde dieren.”

Maar bij Circus Belly Wien kunnen ze zich daar geen voorstelling van maken. „Een circus zonder dieren is geen circus”, zegt Zinnecker. „Je kunt dit alleen doen met hart en ziel”, zegt zijn dochter Marilyn (23). „We doen dit met, maar ook vóór onze dieren.”