Tank geen wonderwapen voor problemen Uruzgan

In het opinieartikel `Tanks. Dat heeft onze missie nodig` (NRC Handelsblad, 24 januari) presenteert Peer de Vries de tank als een oplossing voor een aantal problemen in Uruzgan. Tanks zouden beschermde mobiliteit verschaffen, langer op het gevechtsveld kunnen verblijven en zeer precies vuur kunnen afgeven. Hierdoor zou ook de ”mentale afstand” tot de vijand kunnen worden beperkt en de geweldsproportionaliteit weer beter kunnen worden beoordeeld door onze militairen. Dit wonderwapen bestaat helaas niet, en is zeker niet de oplossing voor het probleem dat door De Vries wordt gesignaleerd: het grote aantal burgerslachtoffers waarvan in Uruzgan sprake is.

De tank verschaft weliswaar beschermde mobiliteit, maar is daarentegen kwetsbaar in bergachtig gebied en een verstedelijkte omgeving. Snelheid kan niet worden gemaakt, terwijl snelheid juist bescherming biedt, bovendien worden de bewegingen van de tank gekanaliseerd en daardoor voorspelbaar. Belangrijker nog: de tank heeft een negatief psychologisch effect op de burgerbevolking en contact tussen de tankbemanning en de bevolking is bovendien zo goed als onmogelijk.

De diffuse verantwoordelijkheid waarvan volgens De Vries momenteel sprake is, bestaat ook niet: in procedures is nauwkeurig vastgelegd wie waarvoor en wanneer verantwoordelijk is bij de inzet van de beschikbare wapensystemen.

Het grote aantal burgerslachtoffers is helemaal niet het gevolg van het beschikbare wapenarsenaal. Het is geen hardware, maar een softwareprobleem. De burgerslachtoffers kunnen veelal worden `toegeschreven` aan onjuiste rules of engagement, of aan een onzorgvuldige uitvoering daarvan. Deze kwestie behoeft nader onderzoek. Normaliter dient bij dit soort missies een positieve visuele identificatie van de vijand plaats te vinden, alvorens het vuur mag worden geopend. Dat voorkomt onnodige burgerslachtoffers, én waarborgt bovendien de veiligheid van de eigen troepen. Dus geen tanks, maar vooral gevechtsvelddiscipline.