Taal verandert snel tijdens volksverhuizingen of bij de vorming van staten

Taalverandering is geen gelijkmatig verlopend proces. Talen kunnen soms in korte tijd zeer snel veranderen, en zo ontstaan er telkens nieuwe talen. Deze theorie van het punctuated equilibrium (onderbroken evenwicht) wordt nu ondersteund door een analyse van de woordenschat van 500 talen (Science, 1 februari).

Onderzoekers van de universiteit van Reading maakten gebruik van een statistische methode uit de evolutionaire biologie. Daar speelt een vergelijkbare discussie: is de biologische evolutie geleidelijk en gelijkmatig, of gaan de veranderingen soms plotseling en snel? De onderzoekers bekeken drie taalfamilies (Indo-Europees, Bantoe en Austronesisch). Binnen iedere familie hebben de talen allerlei woorden die op elkaar lijken, simpelweg omdat ze allemaal afstammen van hetzelfde oerwoord. Het Nederlandse ‘nacht’, het Engelse ‘night’ en het Spaanse ‘noche’ stammen bijvoorbeeld allemaal af van het Indo-Europese oerwoord ‘nekwt’.

Om dit soort woorden ging het in het onderzoek. De onderzoekers bekeken 65 Indo-Europese talen. Ze gingen na in hoeverre 200 veel voorkomende basiswoorden nog tot hun oerwoorden herleidbaar waren.

Als de oorspronkelijke vorm er nog was, noteerde men een 1. Was die vervangen door iets anders, dan noteerde men een 0. Zo ontstond er voor iedere taal een eigen code: een reeks van tweehonderd nullen of enen. Met die codes rekenden de onderzoekers een optimale stamboom van taalverwantschap uit.

Die stamboom had natuurlijk allerlei vertakkingen: punten waarop nieuwe talen ontstaan. Het aantal vertakkingen tussen een huidige taal en het proto-Indo-Europees verschilde per taal. Ook de lexicale afstand tussen de huidige taal (tweehonderd nullen of enen) en de oertaal (tweehonderd enen) verschilde per taal. Dan blijkt: hoe meer vertakkingen onderweg, hoe groter de lexicale afstand. Volgens de onderzoekers bewijst dit dat taal niet gelijkmatig verandert. Want als dat wel zo was, dan zou het aantal vertakkingen tussen oertaal en huidige taal geen invloed mogen hebben op de lexicale afstand tussen die twee.

De andere twee taalfamilies (Bantoe, Austronesisch) werden op dezelfde manier aangepakt en dat leverde vergelijkbare resultaten op.

De versnelde verandering in taal zou zich voordoen bij bijzondere historische veranderingen: bijvoorbeeld volksverhuizingen, de vorming van een groot rijk dat daarna weer ineenstort (Romaanse talen), de vorming van staten die zich profileren met een eigen taal (Nederlands, Duits). Berthold van Maris