Schuwe verzamelaar blaast abstracte kunst leven in

Expositie: There is Desire Left (Knock, Knock). Kunstmuseum Bern, Hodlerstrasse 8-12, 3000 Bern, Zwitserland. Tot 27 april. www.kunstmuseumbern.ch. Daarna in museum Wiesbaden, van 1/6 tot 23/9

Caroline de Gruyter

Bern, 2 febr. - De Duits-Zwitserse Adrian Koerfer is geen doorsnee kunstverzamelaar. Hij koopt geen werk omdat hij dit mooi vindt of omdat hij dit als een goede belegging ziet. Koerfer volgt kunstenaars die hij belangrijk acht voor de ontwikkeling van de moderne (schilder)kunst, en koopt hun werk. Hij ‘speelt’ museum.

Een deel van Koerfers collectie is momenteel te zien in een écht museum, het Kunstmuseum in het Zwitserse Bern. Van de tentoonstelling, There is Desire Left (Knock, Knock) spat de vitaliteit af.

Kunst verzamelen is ‘in’. Mensen die miljoenen hebben verdiend in de dotcom-economie of met hedge funds, zwakken er hun kapitalistische imago mee af. Hun budget ligt vele malen hoger dan dat van musea. Zij lenen hun schilderijen dan ook geregeld aan musea uit - waarna die bij een veiling nog meer opbrengen.

Verzamelaar Adrian Koerfer is uit ander hout gesneden. Hij mijdt publiciteit. Hij verzamelt al ruim 25 jaar, maar verstopt zich het liefst achter de verzamelnaam van de collectie: Mondstudio. In de catalogus van de tentoonstelling, die vorige week werd geopend, wordt hij ‘de verzamelaar’ genoemd.

Koerfers geld is oud geld. Zijn vader vergaarde een fortuin met auto’s (BMW) en onroerend goed. Adrian, die midden vijftig is, groeide op tussen Manets, Bonnards en Van Goghs. Zijn ouders lieten na hun dood alles veilen. Dan zouden hun acht kinderen er niet over ruziën en konden de schilderijen eens aan het publiek worden getoond. Een aantal van hun kinderen verzamelt inmiddels zelf. Zo heeft Thomas Koerfer een bekende fotocollectie en bezit Adrian Koerfer, aldus Hans Gieles van de Amsterdamse galerie Vous-êtes-ici, die hem heeft geholpen heeft bij het opzetten van de expositie in Bern, „een van de beste collecties moderne (semi-)abstracte kunst van Europa”.

Het begon in 1982, met een vriendschap. Koerfer, die bij uitgeverij Suhrkamp werkte, ontmoette kunstenaar Ingo Meller. Via Meller leerde hij anderen kennen die zich bezighielden met de abstracte schilderkunst. Koerfer besloot een collectie op te bouwen.

Intussen bezit hij 650 werken, ook van kunstenaars die het schilderen zelf als onderwerp kiezen. In zijn collectie bevinden zich onbekende en bekende kunstenaars, als Gerhard Richter.

In het Kunstmuseum in Bern toont Koerfer er per zaal twee of drie. Hij wil zo laten zien hoe de een op de ander voortborduurt, hoe mensen elkaar onbewust versterken. Dat geeft coherentie, een duidelijke lijn. Zo zijn Andy Warhols gekleurde eieren op zwart, (Eggs, 1982) verwant aan de gekleurde ballonnen van Bernard Frize (Suite Segond, 1981) en aan de kleurige ballen van Jerry Zeniuk (2004) – al zijn ze technisch anders. Op deze manier ook, worden de tradities in de abstracte kunst zichtbaar, en wordt de tentoonstelling toegankelijk voor een breder publiek.

Voor een museum is het even slikken als een ander de zalen inricht. En Koerfer is zo’n man die overal bovenop zit. „Maar hij kent zijn collectie beter dan wie ook”, zegt curator Claudine Metzger. Dus lieten zij en het museum in Wiesbaden, waar de tentoonstelling later heen reist, hem grotendeels begaan.

Introverte monochrome doeken van Joseph Marioni hangen naast textiel van Andreas Exner. Exner schildert niet, maar naait de openingen van kledingstukken met lappen van een kleur die net afwijkt. Die twee werken, kortom, volgens dezelfde schilderkundige traditie.

Volgens Jos van Merendonk, met vijf werken de enige Nederlander in Bern, heeft Koerfer oog voor die overeenkomsten. Wat helpt, is dat hij iedereen persoonlijk kent. „Hij wil met je eten, je werkplek bezoeken. Vriendschap met ons vindt hij belangrijk. Ik heb eens een avond geprobeerd uit te leggen dat als een werk af is en ergens hangt, de kunstenaar er niet meer toe doet. Ik heb hem niet overtuigd.” Van Merendonks vloeiende groen-op-witte schilderijen hangen bij die van Helmut Federle, die ook in lagen maar juist hoekig en in plakkaten schildert. Ook die wisselwerking heeft effect.

Zo bezien lijkt de abstracte kunst springlevend. Het wachten was kennelijk op een erfgenaam met de tijd en de middelen om het te bewijzen.