PRINS BERNHARD ONTMOET IAN FLEMING

De ontmoeting tussen prins Bernhard en de schrijver van James Bond, de Britse geheim agent Ian Fleming, in 1940 in Londen, eindigde met een enorme knal. Dat blijkt uit de voorpublicatie in deze M uit de stripbiografie over Bernhards leven, ‘Agent Orange’

Stond prins Bernhard zur Lippe Biesterfeld model voor James Bond, de spionerende levensgenieter die het geesteskind was van de Britse journalist en ex-spion Ian Fleming?

Daarover is al veel gespeculeerd, en de vraag is opnieuw actueel. Ten eerste omdat dit jaar herdacht wordt dat de schepper van James Bond honderd jaar geleden geboren is, op 28 mei 1908. De erfgenamen van Fleming, die in 1964 overleed, verenigd in het Ian Fleming Centre, hebben de Fleming Centenary groots aangepakt. De Koude Oorlog mag dan voorbij zijn, de beroemdste fictieve held uit die periode, James Bond, wordt in leven gehouden. Er zijn al James Bond herdenkingszegels verschenen in Groot-Brittannië, begin dit jaar.

Flemings Bondboeken, waarvan de eerste, Casino Royale, in 1953 verscheen, zijn in een nieuw jasje op de markt gebracht. In april opent een tentoonstelling gewijd aan het leven van de Britse spion-schrijver in het Imperial War Museum in Londen. Er komt een officeel nieuw James Bond-avontuur uit, Devil May Care, geschreven in de geest van Fleming, door de Britse auteur Sebastian Faulks. Er zullen nieuwe biografieën van Ian Lancaster Fleming verschijnen. En er wordt hard gewerkt aan een nieuwe, 22ste James Bond-film, waarvan de titel nog niet bekend is. Was Bernhard de inspiratiebron voor Fleming voor meesterspion Bond? De oud-correspondent voor het NOS-journaal in Londen, Peter Brusse, heeft dat al wel eens gesuggereerd in een bijdrage aan een geschiedenisprogramma van de Vpro.

Kenners van Bond weten dat in het negende James Bond-boek, dat Fleming in 1961 publiceerde, Thunderball, in ieder geval een graaf Lippe voorkomt. Deze ‘Count Lippe’ wordt door Fleming als volgt getypeerd: ‘De man was uitzonderlijk knap – een donkerbruin gebronsde vrouwenversierder met een elegant snorretje boven een koele mond van het type dat vrouwen graag kussen in hun dromen. Hij was atletisch lang, gekleed in een goed gesneden tweedjasje [...] Bond vatte hem samen als een goed uitziende schurk, die al de vrouwen kon krijgen die hij wilde, en waarschijnlijk van hen leefde – en er goed van leefde.’ Deze graaf Lippe heeft een raadselachtige tatoeage op zijn arm: een zigzaggende lijn die twee verticale lijnen kruist. Helemaal prins Bernhard is count Lippe dus niet, want Bernhards tatoeage op zijn rechterarm bestond uit een zigzaggende lijn die door één verticale lijn gekruist werd.

Het leven van prins Bernhard (1911-2004) laat zich in ieder geval lezen als een variant van een James Bond-verhaal. Met dat verschil dat Bernhards levensverhaal, inclusief snelle auto’s en vliegtuigen, echt gebeurd is. Hoewel veel over zijn leven nog steeds in nevelen gehuld is.

Zo wordt in sommige kringen (historici, complotdenkers, Bernhard-watchers) reikhalzend naar volgende maand uit gekeken. Want dan worden misschien geheime stukken uit Amerikaanse archieven over Bernhards leven in oorlogstijd openbaar. Bernhard zou in 1942, gaat het hardnekkige gerucht, een brief aan Hitler hebben geschreven. Daarin stelde hij voor dat hij wel als ‘stadhouder’, als landvoogd van ons land zou willen optreden, als de Duitsers de directe bezeting van Nederland op zouden willen geven in onderhandelingen met de Britten – en daar leek in die fase van de oorlog sprake van te zijn. Over die stadhoudersbrief is eindeloos gespeculeerd. Sommigen beweren hem gezien te hebben. De prins ontkende de brief ooit geschreven te hebben. Misschien dat opening van de zogenoemde Holland Papers volgende maand meer duidelijkheid kan brengen.

True fiction

Zeker is dat Ian Fleming en prins Bernhard elkaar ontmoet hebben in de oorlogsjaren, in de zomer van 1940 in Londen. Hoe die ontmoeting plaatsvond, wordt beschreven en in beeld gebracht in het derde deel van de historisch verantwoorde stripbiografie Agent Orange, De oorlogsjaren van Prins Bernhard, die dit jaar verschijnt. Een voorpublicatie over de kennismaking tussen Bernhard en Fleming vindt u in dit nummer van M, op deze pagina’s. Zoals bij alle episodes in deze stripbiografie, hebben tekenaar-schrijver Erik Varekamp en schrijver Mick Peet veel onderzoek gedaan naar wat er nu werkelijk voorgevallen is.

‘We maken geen wetenschappelijk historische biografie’, vertelt Mick Peet, ‘want daarvoor zijn te veel feiten onbekend. Wij willen het hele leven van de prins vertellen, en over sommige dingen is gewoon niets bekend, of spreken de bronnen elkaar tegen. En wij moeten toch een continu verhaal vertellen, de levensloop laten zien. Dus moeten we soms keuzes maken.’

‘Maar dat doen we verantwoord’, zegt Erik Varekamp. ‘Alle ontmoetingen en voorvallen die we in beeld brengen zijn historisch verantwoord. Die zijn in bronnen allemaal terug te vinden. Maar dialogen vatten we samen of verzinnen we zelf. Daarom noemen we onze stripbiografie van Bernhard ook true ?ction.’ ‘Maar we laten alles wel historisch controleren’, zegt Peet. ‘Al onze verhalen worden onder meer door het Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie bekeken. Of de historisch bekende feiten kloppen. En ook andere Bernhard-kenners checken alles nog. Omdat bronnen elkaar soms tegenspreken, hebben we soms leuke discussies. Wij kiezen dan steeds voor de meest waarschijnlijke scenario’s. Hoewel dat natuurlijk moeilijk is, want we hebben nu altijd wijsheid achteraf. Dat moet je dan proberen uit te sluiten.’

Een duidelijke, en voor sommigen omstreden, keuze in de eerste delen van de stripboeken (De jonge jaren van Prins Bernhard, verschenen in 2004, en de Het huwelijk van Prins Bernhard, 2006) is dat de prins in de jaren dertig regelmatig in nazi-uniformen is afgebeeld. ‘Daar zijn geen foto’s van, dat Bernhard in nazi-uniform te zien is. Maar hij was lid van de Motor SS en Motor SA, zoals zoveel van zijn vrienden uit Duitse adellijke kringen. Hij heeft zelf gezegd dat hij in nazi-uniformen rondliep, en ook nog wel van de beste Duitse kleermakers, zoals Hugo Boss’, vertelt Mick Peet. In de ‘geautoriseerde’ Bernhard-biografie van Alden Hatch komt de kwestie van het SS-lidmaatschap aan de orde. Bernhard benadrukt dat hij SS-lid werd om als rechtenstudent in Berlijn mee te kunnen doen aan autorally’s met zijn vrienden. ‘Geen van ons wil SS’er worden om snel promotie te maken of wat dan ook. We komen in onze auto’s en rijden samen tot we afgestudeerd zijn. En dan gaan we er weer uit’, vertelt Bernhard zelf over de voorwaarde van zijn SS-lidmaatschap. Er werden overjassen aan hen uitgereikt, vervolgt de biograaf ‘en ze gingen naar de beste kleermakers van Berlijn om hun uniformen naar maat te laten maken’. ‘Ik moet zeggen dat we er keurig uitzagen,’ zegt Bernhard’ in de biografie.

Mick Peet: ‘Door onze stripbiografie, merk je dat de kracht van het beeld veel doet. Als er geschreven staat dat hij zulke SS-pakken droeg, heeft dat toch minder impact dan dat je afgebeeld ziet dat hij in zo’n pak rondliep. Dat heeft Gerard Aalders, historicus van het niod ook gemerkt. Hij publiceerde al jaren over Bernhard, maar toen ons eerste stripdeel verscheen, waarin Bernhards nsdap-schap in beeld gebracht werd, toen belde Bernhard hem, om zijn gal te spuwen. Dat het uit moest zijn met dat verhaal over zijn nazi-verleden. Aalders werkt mee aan de strip, en dankzij het niod hebben we ook Bernhards nsdap-lidmaatschapsbewijs in dat boek op kunnen nemen.’

Bon vivant

Dat leverde ook een opmerkelijk historisch nieuwsfeit op: door de publicatie van dit stripdeel van de biografie, met het lidmaatschapsbewijs, gaf de prins, via een woordvoerder, vlak voor zijn dood in 2004 voor het eerst toe dat hij nsdap-lid was geweest. Althans: hij gaf toe dat zijn naam op de ledenlijst van de nazipartij had gestaan. Maar, verzekerde de woorvoerder, de prins had zichzelf niet als lid opgegeven, betaald en uitgeschreven.

Deze nazomer verschijnt het derde deel – er zijn in totaal acht gepland – van de verstripte Bernhard-biografie Agent Orange: het eerste deel over de oorlogsjaren in Londen van de prins.

Peet: ‘Dat was natuurlijk een zeer interessante tijd voor de prins. Zijn vrouw, Juliana en de kinderen zaten veilig in Canada. En hij, als bon vivant en avonturier, liep daar in high-society Londen rond en had niks te doen. Dus hij ging bij de Britse vorst, George iv, op bezoek, met de vraag of hij niet iets kon doen voor de goede zaak, als piloot of spion bijvoorbeeld. George beloofde zijn best te doen. Maar de Britse inlichtingendiensten waren natuurlijk op hun hoede. Een verse nazi-prins die nu met de Britten mee wilde doen. Was dat geen spion? Bij de geheime dienst en de luchtmacht vertrouwden ze het niet: ‘A leopard never changes his spots’, zeiden ze daar. Een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken.’

Varekamp: ‘Maar bij de inlichtingendienst van de marine pakten ze het anders aan. Daar werkte sinds de oorlog Ian Fleming. Hij was persoonlijk assistent van admiraal John Godfrey. Fleming was door hem persoonlijk aangesteld, omdat hij zo internationaal georiënteerd was.’ Fleming, geboren uit een rijk Schots geslacht, had eerst de militaire academie Sandhurst geprobeerd: daar voelde hij zich niet thuis. Hij werd door zijn moeder naar een privéschool in Oostenrijk gestuurd, om hem klaar te stomen voor een baan bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Maar voor dat Foreign Of?ce-examen zakte hij ook. Fleming werd journalist bij persbureau Reuters, waar hij onder meer in Rusland een spionage-zaak onthulde. Maar journalistiek bracht te weinig op, en Fleming, die een luxe leven waardeerde, ging werken bij een bank in Londen. Daar werd hij toen de oorlog begon door de admiraal gerekruteerd, vanwege zijn internationale contacten en talenkennis.

‘Fleming verkeerde in dezelfde kringen als de prins. En Fleming kreeg opdracht inlichtingen over de prins in te winnen. Ze ontmoetten elkaar bij een gemeenschappelijke vrind, de journalist Sefton Delmer’, vertelt Peet.

‘En Bernhard ontsnapte – niet voor de eerste keer in zijn leven – aan de dood bij die ontmoeting, omdat hij nog even wat bleef drinken. Daardoor stond hij niet op straat toen daar een Duitse bom insloeg.’De prins is uiteindelijk gaan vliegen bij de Royal Air Force, dus blijkbaar werd hij, misschien door Flemings rapportage, niet als een gevaar gezien.

De ontmoeting tussen Fleming en de prins is niet het enige onderwerp in het binnenkort verschijnende deel drie van Bernhards stripbiogra?e. Ook de contacten van de prins met nsb’ers, de contacten tussen hem en zijn broer Aschwin die aan de Nederlandse grens gelegerd was, en zijn nooit helemaal opgehelderde reis in mei 1940 naar Parijs, waar hij sprak met de Franse premier, president en maarschalk Pétain, komen aan bod. ‘Nee, wij maken echt geen verzuurd portret van de prins, waarin hij alleen maar als schurk neergezet wordt. Hij is eerder, zoals zo vaak gezegd wordt, een a-politieke opportunist. Maar er is zoveel dat nog onduidelijk is’, vertelt Mick Peet. ‘Wij houden al het Bernhard-onderzoek voortdurend in de gaten, zoals afgelopen zomer, toen zijn naam weer opdook in een omkoopschandaal voor de aanschaf van Britse tanks door het Nederlandse leger. Wij houden ons zo veel mogelijk aan de feiten. En die zijn al heel fascinerend.’

En stond Bernhard nu model voor James Bond? Tekenaar-schrijver Erik Varekamp: ‘Fleming leidde zelf ook een leven van luxe, mooie auto’s en mooie vrouwen en spioneren. Dus of Bernhard nu echt een bron van inspiratie voor James Bond was, dat weet ik niet. Maar Bernhard heeft een soortgelijk leven geleid, hij is de Nederlandse James Bond, dat staat voor ons wel vast. Vandaar dat we onze stripbiogra?e over de prins ook een Bond achtige titel gegeven hebben: Agent Orange.’ M

Het derde deel van de stripbiografie ‘Agent Orange; De oorlogsjaren van Prins Bernhard’ verschijnt in de loop van dit jaar bij uitgeverij Van Praag, Amsterdam. Deel een en twee (‘De jonge jaren van Prins Bernhard’ en ‘Het huwelijk van prins Bernhard’) verschenen apart en samen in omnibusvorm. Informatie www.uvp.nl en www.agentorange.nl

Erik Varekamp werkt als freelance illustrator voor diverse kranten en tijdschriften.

Mick Peet is scenarist en art director.

Paul Steenhuis is redacteur van NRC Handelsblad.