Onamerikaanse cadans

Amerikanen moeten weinig hebben van hun eigen spoorwegen. Toch is de trein comfortabel en het personeel goedgemutst. Ieder heeft een bestemming, maar voorlopig gaat niemand ergens heen.

Red Train in Rural Landscape, Colorado Jupiterimages

Een groepje reizigers staat te vernikkelen op het naargeestig verlichte perron. Ze roken snel een sigaretje, want de trein kan ieder moment weer vertrekken. „Where the hell are we?”, vraagt iemand. „In Ottumwa, je weet wel, de plaats waar Radar O’Reilly uit M.A.S.H. vandaan komt”, antwoordt een vrouw met lange dreadlocks. „Oh ja...”, zegt de man.

Het is laat op de avond, ergens in Iowa. De trotse treinfluit klinkt en de conducteur roept uit volle borst „Aaaaallll aboooard!”, met zo’n fijne uithaal naar boven toe. Ottumwa, midden in de honderden kilometers niksigheid van de Mid-West, is alweer vergeten. De naam klonk de Amerikaanse passagiers bekend in de oren omdat ze het uit een serie kenden, maar niemand was er ooit geweest. En toch zien die eindeloze velden er ergens wel vertrouwd uit, als een filmdecor. Of werkt dat alleen zo voor Europese ogen? Weldenkende Amerikanen vliegen. Treinreizen is onamerikaans.

Wie een Amerikaan het plan voorlegt om het land te doorkruisen per trein krijgt de verbaasde reactie: „Wow, ik wist niet dat dat kon…” En vervolgens komen er allerlei goedbedoelde waarschuwingen over Amtrak, de spoorwegmaatschappij die passagiers vervoert. „Vertragingen van vijf uur zijn niet ongewoon, hoor.”

Die doemdenkerij vervliegt meteen bij de aanblik van een glimmende dubbeldekker op Penn Station in New York. Behulpzame conducteurs brengen de passagiers naar hun stoelen, die er comfortabeler uitzien dan de gemiddelde business class vliegtuigstoel. En overal blijkt het personeel even goed gehumeurd. Zoals de hoofdsteward Ra’oof die al bijna dertig jaar omroept: „Ladies and Gentleman! We hope to welcome you in our diningcar!” Alwaar een sappige steak wordt geserveerd. De hele rit door is de snackwagon open voor een hotdog of een cocktail. Wie nog meer luxe wil, huurt een eigen slaapvertrek, drie maaltijden per dag inbegrepen.

Amtrak rijdt over bijna 34.000 kilometer spoor in 46 staten. In 1971 werd het bedrijf opgericht als publiek-private maatschappij die het passagiersvervoer van kleine private vervoersmaatschappijen overnam en was het de bedoeling dat het na een paar jaar zelfstandig zou worden. Maar Amtrak kwam nooit meer uit de rode cijfers. Sindsdien woedt een heftig debat of het nog wel zo nodig is, een nationaal treinnetwerk. Bush en zijn regering stelden eerder voor om de staatssubsidie te staken. Maar de laatste jaren stijgt het aantal reizigers gestaag als gevolg van hogere olieprijzen en overvolle vliegvelden, naar 25,8 miljoen in 2007. Toch wordt er nauwelijks meer een treinstel vervangen. „Deze wagens waren er al toen ik begon”, zegt conducteur Phil, die al 23 jaar bij Amtrak werkt.

Hij weet dat Amtrak een slechte reputatie heeft, maar Phil blijft lachen. „President Bush is het probleem. Hij lijkt niet te snappen dat er ter wereld geen enkele nationale vervoersmaatschappij bestaat die geen staatssubsidiëring krijgt.” Conducteur Wilma Hodges krijgt wel eens boze reacties: „Maar het is niet onze schuld. Alleen goederentreinen en moeder natuur zorgen voor vertragingen.” Vooral in het westen zijn die soms urenlang, omdat de passagierstreinen over het spoor van privémaatschappijen moeten rijden. Alleen volgens de wet heeft passagiersvervoer voorrang.

Amtraks routes hebben tot de verbeelding sprekende namen, zoals de Crescent (via New Orleans) en de Lake Shore Limited (van New York naar Chicago). Maar de mooiste route is wel de California Zephyr, genoemd naar de god van de westenwind Zephyrus. Iedere dag gaat er een trein vanuit Chicago westwaarts, en een vanuit San Francisco oostwaarts, over bijna 4000 kilometer. Het treinschema is zo uitgekiend dat de mooiste gedeeltes bij daglicht te zien zijn. Saaie vlakke stukken doorkruist de trein ’s nachts.

Toen de California Zephyr in 1949 voor het eerst ging rijden, werd deze als ‘een vakantie op zich’ gepromoot. De luxe streamliner had ‘Vista Dome Cars’: penthouse-achtige wagons waarop je vanuit een leren stoel de rotspartijen kon aanschouwen. Diners werden geserveerd aan tafels met wit linnen en verse anjers. Er waren stewardessen aan boord, de ‘Zephyrettes’, aangenomen op uiterlijk én intelligentie, die behalve als gastvrouw ook fungeerden als gids, babysitter of verpleegster. Maar de lijn verdween in 1969. Te weinig animo. Amtrak lanceerde een remake in 1983 via een aangepaste route en met minder glamour.

Na het industriële achterland van Chicago en de Amerikaanse graanvoorraad van Illionois, Iowa en Nebraska (met hele trailerparksteden en een ‘Bible Discount Store’) steekt de Zephyr de Missisippi en de Missouri over en slingert na Denver de hele dag langs en door de Colorado Rockies, waar de dennenbomen met een prachtig laagje verse sneeuw bedekt zijn.

In de observation lounge is het inmiddels een gezellige boel. De stoelen staan naar de ramen gericht, voor maximaal uitzicht. Zo’n vijftien Amish kijken hun ogen uit en becommentariëren de rotsen in onverstaanbaar archaïsch Duits. Op het spoorwegnet zie je ze overal. De streng religieuze Amish mogen niet vliegen. Ze merken niets van de aandacht die hun anachronistische uiterlijk trekt: de mannen met potkapsels en stompe baardjes, de vrouwen met wit gesteven haarkapjes. De kindertjes zijn exacte miniversies van hun ouders met dezelfde simpele bloezen en zwarte overalletjes (bijeengehouden door spelden, want knopen zijn ook te high-tech). Opa Moses vertelt dat ze op weg zijn naar een Mexicaanse dokter. De jongeren doden de tijd met kaarten en eten ondertussen enorme hoeveelheden – heel wereldse – chips en gummibeertjes.

Treinreizen is veel minder anoniem dan de auto, en minder vluchtig dan het vliegtuig. Er hangt een vreemde saamhorigheid: iedereen is zich ervan bewust iets heel ongewoons te doen. Reizigers ontspannen onder de regelmatige cadans van de trein en knopen gesprekjes met elkaar aan: een groepje Britse toeristen, een moeder met haar bejaarde vader, zielsgelukkig met zijn blikje Budweiser. En ook twee heuse cowboys mét hoed en laarzen die samen met hun kinderen reizen – Brokeback Mountain in het echt. Ieder heeft een bestemming, maar voorlopig gaat niemand ergens heen. Het is zoals de Britse Jennifer Diski zegt in haar boek Stranger On A Train: „Je kunt geen kant op. Een treinpassagier zijn in Amerika betekent in een aangepaste staat leven, de 51e en enige mobiele staat in de Verenigde Staten.”

En door gaat de Zephyr, dwars door Colorado naar Salt Lake City, het hoofdkwartier van miljoenen Mormonen. Na Salt Lake City zijn er grote zoutvlaktes in Utah en woestijnen in Nevada. Saai, dus ’s nachts. De reiziger in de coach class moet dan wel even wennen aan zijn ongewenste voyeursrol: over stoelen gedrapeerde lijven, zoveel kwijlende open monden en ongemerkt ontblote stukken buik. Maar iedereen snurkt wel eens, dus de kwetsbaarheid schept ook een band.

En zoveel nacht tussendoor is ergens wel prettig. Na duizenden kilometers is het te veel adembenemend uitzicht. Dit is één land – duizelingwekkend voor Nederlanders voor wie drie uur van grens tot grens norm is. Misschien dat daarom al die Amerikanen wel vliegen: de ruimte tussen de twee kusten gaat de menselijke maat te boven.

In de loop van de ochtend komt de trein aan in Reno. Ooit een duf stationsplaatsje maar toen gokken legaal werd al snel een boomtown. Tegenwoordig is het een depressieve 50-plusversie van Las Vegas, waar de oudjes met hun SUV’s in de file staan voor het volgende gokpaleis om zich vol te proppen bij het all-you-can-eat-buffet.

En dan rijdt de trein naar Californië. In Reno zijn er twee gepensioneerde heren ingestapt, die over de intercom wetenswaardigheden vertellen. Fred en George zijn vrijwilligers voor het Sacramento Rail Road Museum en echte rail buffs, spoorwegfanaten van het eerste uur.

Bij het Donnermeer kwam ooit een groep van negentig pioniers uit Illinois vast te zitten in de sneeuw, vertelt Fred. Uiteindelijk moesten ze elkaar opeten om te overleven. We zitten hier zo’n 2000 meter boven zeeniveau, en de enorme sneeuwval maakte het destijds bijna onmogelijk de treinroute over de Donnerpas aan te leggen. De trein gaat door tunnels en langs steile afgronden.

In de Sierra Nevadaketen rijdt de trein nog op, of vlak langs het handgemaakte oude traject van de Transcontinental Railroad. Over deze oost-westverbinding werd al vanaf 1830 gepraat, maar hij werd pas echt interessant toen in Californië in 1849 de goudkoorts losbarstte. Vanaf 1863 bouwden twee spoorwegmaatschappijen het spoor tussen Sacramento en Omaha. Westwaarts had de Union Pacific het aanvankelijk makkelijk op de hoogvlaktes, totdat ze op Indiaanse stammen stuitten die niet veel moesten hebben van de ‘Iron Horse’. De Central Pacific Maatschappij werkte oostwaarts met duizenden gastarbeiders uit China, die het record vestigden van 16 kilometer spoor per dag. Het was gevaarlijk werk, arbeiders lieten bij bosjes het leven. George vertelt dat de meest steile afdaling, Cape Horn, werd aangelegd door Chinezen die in mandjes werden neergelaten om de bergen met explosieven op te blazen. Uiteindelijk werden de twee spoorwegen in 1869 in Utah verbonden.

In San Francisco een overstap van de Zephyr op de Coast Starlight die vlak langs de kustlijn richting zuiden scheert. Van zo dichtbij zie je de oceaan zelfs niet vanuit de auto. Aangekomen in San Diego is het ineens genoeg. De conducteur heeft de hele weg kerstliedjes gezongen over de intercom, in een decor van diepblauw water en palmbomen. Terug met het vliegtuig.