Kilometerheffing is coalitie op drijfzand

Verbetering van het milieu en vermindering van de files zijn het droombeeld van de kilometerheffing. Maar achter deze schone schijn gaat een wereld van problemen schuil.

Belastingen op het bezit van een auto maken plaats voor een heffing op het gebruik ervan: de kilometerheffing. Het droombeeld achter deze operatie is vermindering van de files en verbetering van het milieu. De opbrengst wordt teruggesluisd naar het wegverkeer.

Nu verdwijnt bijvoorbeeld de motorrijtuigenbelasting in de algemene middelen. De bedoeling is dat de kilometerheffing vanaf 2011 tot 2016 geleidelijk wordt ingevoerd. De voorbereiding is al begonnen door het stapsgewijs verlagen van de luxe-btw op personenauto’s (bpm).

De plannen zijn in 2004 gepresenteerd door een platform van maatschappelijke organisaties. Het kabinet nam het voorstel in november 2007 goeddeels over. Het krijgt brede steun van het bedrijfsleven, de vakbonden, de gemeenten en provincies alsook organisaties als Natuur en Milieu en de ANWB. Maar het gaat om een coalitie op drijfzand.

Toen de Tweede Kamer afgelopen donderdag in een openbare hoorzitting alle opvattingen inventariseerde, bleef het front nog krakend in stand. Het CDA wil dit momentum aangrijpen om woensdag in een debat met CDA-minister Camiel Eurlings (Verkeer en Waterstaat) spijkers met koppen te slaan. Dat lijkt te optimistisch. Voor de oppositiepartijen levert een omstreden kilometerheffing nog jarenlang kansen om te scoren. Het kabinet komt in september met uitgewerkte plannen en – op last van de Kamer – in mei alvast met een langetermijnvisie.

Als de kilometerheffing er in de voorgestelde vorm komt, zet de Kamer zichzelf buitenspel. De hoogte van de heffing is afhankelijk van het verkeersaanbod en niet van de Kamer. Onder meer de ANWB wil dat de heffing wordt geïnd door een ‘onafhankelijke instantie’ en niet door de Belastingdienst.

Over de bestemming van het opgehaalde geld heeft de Kamer evenmin iets te zeggen. Trouwens ook Provinciale Staten leveren macht in. Nu dekken de provincies eenderde tot de helft van hun begroting uit de opbrengst van de motorrijtuigenbelasting. Dat geld kunnen ze naar eigen inzicht besteden. Maar de motorrijtuigenbelasting verdwijnt en de opbrengst van de kilometerheffing moet verplicht naar de weg. De provincies legden donderdag een claim bij de Tweede Kamer voor een nieuwe provinciale belasting zodat ze een eigen inkomstenbron behouden. Dat wordt waarschijnlijk een ingezetenenbelasting. Er staat ons nog wat te wachten.

Een ander probleemgeval wordt het registratiekastje dat vastlegt hoeveel belaste kilometers elke auto rijdt. Hoogleraar Roel Pieper stelt dat ze bij de MediaMarkt niet meer dan 5 à 7 euro hoeven te kosten mits men ze zelf inbouwt. Het College bescherming persoonsgegevens wil echter veel duurdere registratiekastjes die zelfstandig de hoogte van de heffing uitrekenen zonder privacygevoelige gegevens prijs te geven.

De Kamer hoorde ook experts aan die alleen wat in de kilometerheffing zien als er aan extra eisen wordt voldaan. Helaas kwamen ze allemaal met andere eisen en zagen ze niets in elkaars oplossingen. Groepen potentieel gedupeerden zoals motorrijders, bestelautobezitters, leasemaatschappijen en actievoerders stonden inmiddels al klaar om de onredelijke kanten van de heffing aan de kaak te stellen.

De invoering van de kilometerheffing is – gelet op de verhoudingen in de Tweede Kamer – eigenlijk al een politiek feit. Het kabinet heeft de opbrengsten ingeboekt en alternatieven zijn niet voorhanden. Er spelen enorme financiële belangen. De kilometerheffing heeft zich deze week daardoor vastgenesteld op de agenda van de Tweede Kamer.

Aertjan Grotenhuis

Zie voor een poll en de lezersdiscussie: nrc.nl/geld