Inkijkjes in kamers van gruizige verf

Expositie Matthias Weischer, Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41. T/m 13 april. Di-zo 11-17u.Inl.: 070-3381111 www.gemeentemuseum.nl

De jonge Duitse schilder Matthias Weischer neemt de kijker altijd mee naar binnen, een kamer in, een atelier, of zolder; een vertrek met muren, een vloer, meubilair en soms is er ook nog een stuk plafond te zien. Zodra we binnen zijn, begint de verwarring: wat is dit voor vertrek? Waar zijn we nu beland, in welk spookachtig interieur? En wat is hier gebeurd, welke catastrofe heeft hier plaatsgevonden? Heeft er een orkaan gewoed?

De geschilderde interieurs van Weischer roepen meteen allerlei vragen op. We zien een snoer zonder peertje doelloos aan het plafond hangen, of aan koord langs de muur, maar het bijbehorende gordijn ontbreekt. Of een zitbank die half uit elkaar is gevallen, papieren die door een kamer dwarrelen, een gebroken schemerlamp die toch licht geeft, een vaas met bloemen zonder stengels die in de lucht lijken te zweven. En overal zien we decoratieve patronen, op tapijten, gordijnen, kamerschermen, tegelmuren en behang. De patronen en meubels doen denken aan de interieurs uit de jaren vijftig, zestig en zeventig van de twintigste eeuw. Op het schilderij Zithoek (2005) staat op een salontafel nog een vol glas wijn. De kamer lijkt in grote haast verlaten en jarenlang door niemand meer betreden.

De schilderijen van Weischer wekken associaties op met Pompei. Wat hij blootlegt is niet de klassieke oudheid, maar ons recente verleden met alle meubels, spulletjes en decoraties die daarbij hoorden. De mensen zijn er allang uit verdwenen. En als er in de ruimte nog iets menselijks te bekennen valt, dan is dat niet meer dan een paar broekspijpen met schoenen eronder, of een schim, zoals in het doek Striptease (2007). Maar de striptease die de witte schim in deze onttakelde ruimte uitvoert, lijkt meer op een danse macabre.

Van Matthias Weischer (34) was begin vorig jaar al werk te zien in het Gemeentemuseum Den Haag op de expositie Schilderkunst Nederland - Deutschland Malerei. Nu is er een groot en indrukwekkend overzicht van zijn recente werk. Weischer, die in Westfalen is geboren, werd eind jaren negentig opgeleid aan de kunstacademie in Leipzig waar hij les kreeg van de Oost-Duitse schilder Neo Rauch die hem duidelijk heeft beïnvloed met zijn verhalende en licht surrealistische beeldtaal.

Net als Rauch gaat Weischer intuïtief te werk, schildert hij eerst een achtergrond, in vele transparante lagen, en vult die dan in met wat er in hem opkomt aan voorwerpen en patronen. In het Gemeentemuseum komt Weischer naar voren als een bezeten schilder die zich niet wil beperken, maar zwenkt van pop-art naar expressionisme of surrealisme.

In zijn nieuwste schilderijen hebben de overvolle en vervallen interieurs plaatsgemaakt voor dromerige ensceneringen van bijvoorbeeld een witte, kale boom, een geitenschedel en een gordijn. De doeken zijn leger geworden en niet alleen de voorstelling suggereert nu verval, maar ook de verf en de manier van schilderen. Op het schilderij Reliëf II (2007) geven vooral de dikke, gruizige verf en de scheuren en slordige gaten in het doek een impressie van verwering. Op andere schilderijen weet hij door eindeloos bij- en wegschilderen de indruk te wekken van oude, verbleekte en bijna verdwenen fresco’s.

Weischer kan ook geestig zijn. In De pijp (2007) wijst een pijltje op de muur naar een pijp die in een fauteuil ligt. Alleen het mondstuk is zichtbaar, maar het is onmiskenbaar de pijp van Magritte. Op dit schilderij is, geheel in de geest van Magritte, niets wat het lijkt. Let op het kunstwerk boven het haardvuur en op de signatuur onder het doek dat boven de bank hangt: ongetwijfeld een valse Van Gogh.