In Fictie

In de actualiteit wordt de literatuur weerspiegeld. Deze week de laatste ontdekkingen op het gebied van Romeins eten in het licht van de Satyricon van Petronius.

Hoe viezer het eten, hoe minder je ervan eet, en hoe meer je afvalt. Dat is een van de basisregels van het ‘dovemansorendieet’ dat Maarten ’t Hart in december het licht deed zien. Wat zal de nieuwbakken dieetgoeroe gesmuld hebben van de twee berichten over de oud-Romeinse keuken die dinsdag op de wetenschapspagina van deze krant stonden. In Akaba (Jordanië) was een Romeinse vaas gevonden met daarin de resten van de kieuwen van 33 tonijnen – het eerste archeologisch bewijs voor het bestaan van de vissaus haimation die gold als het fundament van de Romeinse haute cuisine. Tegelijkertijd bleek uit een onderzoek naar de resten van een Romeinse wachttoren bij Leidse Rijn dat de hier gelegerde soldaten leefden op een ultrasimpel dieet van onder meer pap, zoetwatervis, runderachterpoot, schelpdieren en moerasgevogelte.

Rottevispasta, broodpap en koeiepoten – die Romeinen aten alles! Maar anders dan de volgers van het dovemansorendieet vonden ze dat nog lekker ook. Dat konden we trouwens al weten uit de beroemdste dinerscène uit de Latijnse literatuur: het ‘Etentje bij Trimalchio’ uit de 1ste-eeuwse Satyricon. De schrijver van deze parodie op het heldenepos – waarin de hoofdpersoon wordt achtervolgd door de vloek van de seksgod Priapus – was naar alle waarschijnlijkheid Gaius (ook wel: Titus) Petronius, die in de geschiedenis bekend staat als de arbiter elegantiae, smaakscheidsrechter, van de beruchte keizer Nero. In zijn beschrijving van een diner bij een Zuid-Italische parvenu overdreef hij ongetwijfeld schromelijk, maar bijna alle genoemde gerechten zijn op een of andere manier wel terug te vinden in het beroemde kookboek van de Romeinse smulpaap (en tijdgenoot van Petronius) Apicius.

Wat aten de gasten aan tafel bij Trimalchio? Om te beginnen hazelmuizen met honing en maanzaad, en bastaardnachtegaal in gepeperd eigeel. Daarna onder meer ramserwten en de baarmoeder van een onvolwassen zeug. Als hoofdgerechten everzwijn gevuld met lijsters, en varken gevuld met bloedworstjes. En toe deeglijsters met rozijnen en noten, gans gemaakt van varkensvlees, en mosselen met alikruiken.

Dat laatste gerecht stond ook op het menu in de Leidse-Rijnse wachttoren. Zoals de in Akaba gevonden vissaus van rottende kieuwen ook bij Trimalchio werd geserveerd – stromend uit satyrbeeldjes en smaak gevend aan de ‘vissen die als het ware in de ringvaart zwommen.’ Erg appetijtelijk is het voor de moderne eter allemaal niet. En de dingen die sommigen onder ons misschien smakelijk in de oren klinken – hazelmuis, nachtegaal, tonijn – staan tegenwoordig allemaal op de lijst van verboden voedsel. Van ethisch eten hadden de Romeinen nog nooit gehoord, al blijkt uit het wachttorenrapport dat de soldaten noodgedwongen heel verantwoord aten. Aan hen had Maarten ’t Hart Het dovemansorendieet nooit kunnen slijten.

Petronius: Satyricon. Vert. A.D. Leeman. Salamander Klassiek, € 8,95.