Het midden, dat ben ik

In het buitenland is ze ferm. In het binnenland zoekt ze het midden. Ze zwijgt, ook als ze praat. Zo paait bondskanselier Angela Merkel de Duitsers.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel in Parijs, op 30 januari 2008, op een congres van de UMP, de partij van de Franse president Nicolas Sarkozy (l) Foto AFP French President Nicolas Sarkozy (L), Germany's Federal chancellor, Angela Merkel (C), and French Prime minister Francois Fillon (R), attend a meeting focused on Europe during a congres of the French right-wing Union for a Popular Movement (UMP) ruling party, 30 January 2008 in Paris. AFP PHOTO MARTIN BUREAU AFP

Een kleine maar stevige vrouw loopt door de gangen van een evenementenhal in Wetzlar, een stad in de Duitse deelstaat Hessen. Ze ziet er vermoeid uit, kucht en snuit haar neus. Ze heeft een markante pas: ietwat gehaast, een beetje slepend. Ze draagt een helrode, dichtgeknoopte blazer en een zwarte pantalon. Onder de blazer een zwart T-shirt. Een donkere ketting siert haar hals.

Angela Merkel, bondskanselier, moet dadelijk een publiek toespreken van vijfduizend mensen. Een lijfwacht volgt haar discreet op een paar meter afstand. Een lokale partijfunctionaris legt haar op weg naar de schminkruimte uit wat er van haar wordt verwacht. Hij wandelt druk gebarend met haar op. Merkel zwijgt. Ze kijkt strak voor zich uit, loopt haastig door en lijkt maar half te luisteren.

Verderop staat een fotograaf van de Wetzlar Kurier, een van de weinige persmensen die de moeite hebben genomen Merkel naar deze hoger gelegen ruimtes te volgen. Als ze de fotograaf ziet, begint de bondskanselier ontwapenend te glimlachen. Dat duurt kort, maar het is lang genoeg. De fotograaf drukt af. Ook de lezer in de regio zal Angela Merkel morgen op haar voordeligst zien.

Door de zaal wordt ze even later als een vorstin onthaald. Haar vermoeidheid is weg geschminkt, ze is een en al glimlach. Trompetgeschal en donderende paukenslagen weerklinken. „Angie, Angie”, wordt er geroepen. Merkel houdt een speech van vijftig minuten en spreekt vrijwel uit haar hoofd. Ze is geen groot redenaar, maar saai is haar betoog allerminst. Ze neemt punt voor punt haar beleid door, zegt dat het goed gaat met Duitsland, waarschuwt voor de financieel-economische bedreigingen en aarzelt niet om op de actualiteit in te gaan van de verkiezingen in de deelstaten Hessen en Nedersaksen.

Ze houdt zorgvuldig de middenlijn aan. Polariseren doet ze niet. Van haar partij, de christen-democratische CDU, heeft ze laatst gezegd: „Wir sind die Mitte”. Wij zijn het midden. Daar kan iedereen zich thuis voelen. Rechts, links, christen-democraat, sociaal-democraat, groenen en liberalen. Angela Merkel is de personificatie van het midden. Met deze politiek heeft ze zich geliefd gemaakt. Ze is al geruime tijd de populairste politicus van Duitsland. Maar de oppositie gruwt van ‘Angela Mitte’ of ‘Angela das Mittelmass’. Boegbeeld van het midden en de middelmaat, de doorsnee regeert.

Ruim twee jaar is Merkel in Duitsland aan de macht. Met nog krap twee jaar te gaan, zijn de verkiezingen van afgelopen zondag in de deelstaten Hessen en Nedersaksen voor haar een belangrijk ijkpunt geweest. In het electoraal belangrijke Hessen heeft haar partij verloren. En flink ook. Merkel steunde openlijk de campagne van haar partijgenoot Roland Koch, de uitgesproken conservatieve Hessische minister-president. Hij leed een daverende nederlaag, waardoor ook Angela Merkel beschadigd raakte. De bondskanselier was te ver van het midden afgeweken.

De weken voorafgaand aan de deelstaatverkiezingen liet ze zich veel zien. Ze ging in Hessen op bezoek en gaf er interviews. Ze houdt zelden persconferenties, maar een paar dagen voor de verkiezingen meldde de bondskanselier zich onverwachts in het pand van de Bundespressekonferenz in Berlijn.

Merkel beantwoordde in ruim honderd minuten de meest uiteenlopende vragen. Haar belangrijkste boodschap was dat er gewoon wordt geregeerd, ondanks de hoogoplopende verkiezingsruzies en de politieke polarisatie. Ze kwam verzoenen, dat wil zeggen ze zocht het midden weer op. En ze vroeg begrip voor het feit dat „we allemaal hartstochtelijke partijmensen zijn”.

Zulke ontboezemingen doet Merkel niet vaak. Ze verstaat bovenal de kunst van het zwijgen – ook als ze spreekt. Ze kan goed verhullen en gladstrijken. In een grote coalitie van partijen die in feite elkaars tegenpolen zijn, is dat nodig. De speelruimte is per definitie beperkt. Iedereen moet voortdurend concessies doen. In zo’n coalitie gaat het minder om de strategie en meer om de tactiek: de juiste handeling of het welgekozen woord op het goede ogenblik. Algemeen wordt erkend dat Merkel tactisch onovertroffen is.

Dat heeft haar lof maar ook kritiek opgeleverd. Haar beleid zou onduidelijk zijn. Wat wil ze met Duitsland? Ze zou niet daadkrachtig genoeg zijn en grijpt niet in als dat nodig is. Haar politiek zou te karakteriseren zijn als een eindeloze surplace. Veranderingen worden met zulke kleine stapjes doorgevoerd dat ze nauwelijks waarneembaar zijn.

Merkel heeft meermaals beaamd dat zij als bondskanselier niet per se het laatste woord moet hebben. Dat ze ruimte wil geven aan het politieke debat. En dat de veranderingen die haar coalitie doorvoert inderdaad stap voor stap moeten gaan. Tegenstanders vinden dat slap en roepen om meer leiderschap. Merkel laat alleen op sleutelmomenten van zich horen en toont pas leiderschap als dat echt nodig is.

In de splijtende debatten in Duitsland over online spionage, invoering van het minimumloon en criminaliteit door jeugdige allochtonen hield ze lang haar mond. Om uiteindelijk met een paar rake opmerkingen, een concessie of een verzoenend gebaar de fricties weg te werken. In zulke gevallen zijn haar woorden zorgvuldig afgewogen. Ze drukt zich sowieso precies uit. Met de kwestie minimumloon ging ze half overstag. Ze is tegen een algemeen wettelijk minimumloon, maar om de lieve vrede mag die van haar per afzonderlijke bedrijfstak worden afgesloten.

Met deze tactiek, die haar al jaren eigen is, heeft ze een lange mars door de politiek gemaakt. Ze is altijd onderschat. Haar politieke opponenten heeft ze intussen allemaal omspeeld of onderuit gehaald. Niet door grof machtsspel, maar door „af te tasten, te onderzoeken en beheerst gebruik te maken van haar mogelijkheden”, zoals de Westdeutsche Allgemeine Zeitung laatst schreef.

Het is een werkwijze die past bij haar exacte geest en die toegesneden is op haar opleiding als natuurkundige. Ze bedrijft politiek als wetenschap en laat weinig ruimte voor toeval of spontaniteit. Ze houdt de regie strak in handen bij al haar optredens, voor en achter de schermen. Of ze laat dat doen door haar belangrijkste medewerkster in het Kanzleramt, Beate Baumann.

Sinds ze kanselier is, heeft ze uiterlijk een metamorfose ondergaan. Van een meisje is ze ‘Powerfrau’ geworden. De soepjurken zijn verdwenen. Haar werktenue bestaat uit stijlvolle blazers en broeken die zowel goed vallen als haar vormen verhullen. Het Oost-Duitse bloempotkapsel werd grondig onder handen genomen door sterrenkapper Udo Walz. Wat eronder vandaan kwam is voller, blonder, beter gestyled. Merkel waakt ervoor om slordig gekleed, slecht gekapt of zonder lach voor de camera’s te verschijnen. Ooit gaf ze weinig om uiterlijk vertoon, maar haar adviseurs hebben haar overtuigd van het belang ervan.

Het chagrijn in het Merkelkamp was dan ook groot toen de bondskanselier vorig jaar in een onbewaakt moment onderuitgezakt in een vliegtuigstoel met sombere blik werd gefotografeerd. Het Amerikaanse weekblad Newsweek zette de foto op zijn omslag en schreef eronder: „Lost Leader”, verloren leider. In het artikel werd ze bekritiseerd omdat ze haar oorspronkelijke hervormingskoers had losgelaten en was vastgelopen in binnenlandse politieke haarkloverijen. Sindsdien zijn camera’s in het regeringsvliegtuig alleen welkom als Merkel dat wil.

Over haar vrouw-zijn spreekt Merkel nooit. Althans niet in het openbaar. Vragen daarover worden weggewuifd of behendig ontweken. Hoe een vrouw politiek op topniveau bedrijft, is voor haar een non-issue. Dat een flink deel van de wereld daar anders over denkt, deert haar niet. Taferelen zoals die van haar Franse collega Nicolas Sarkozy, die van zijn liefde voor z’n vriendin Carla Bruni een staatsaffaire heeft gemaakt, zal men van Merkel niet zien. Haar man, de 58-jarige hoogleraar chemie Joachim Sauer, wordt zorgvuldig buiten de publiciteit gehouden.

Merkels positie in de CDU is onbedreigd. Ze is op het hoogtepunt van haar macht. Dat was goed merkbaar op het partijcongres van de christen-democraten in Hannover, eind vorig jaar. Merkel stond op het podium en liet zich niet alleen minutenlang door een enthousiaste zaal toeklappen, maar ook door de mannen die haar jarenlang hadden dwarsgezeten.

De concurrenten in de partijstrijd om het kanselierschap – stuk voor stuk door Merkel verslagen – stonden voor de kanselier in gelid. Iedere vorm van opstandigheid was verdwenen. Roland Koch van Hessen, Christian Wulff van Nedersaksen, Günther Oettinger van Baden-Württemberg, Jürgen Rüttgers van Nordrhein-Westfalen – minister-presidenten en alfamannetjes – betuigden hun onderhorigheid aan een vrouw die ze ooit als politiek talent hadden miskend. Nu was ze hun baas en moesten ze stram staan en klappen.

Een van haar medewerkers vertelt dat Merkel zelden het machtswoord spreekt. „De bondskanselier regeert met argumenten. Niet met de vuist.” Ze kent haar zaken, doet dossieronderzoek of laat zich tot in detail voorlichten en troeft tegenstanders af door een geslepen onderhandelingstactiek. En door haar uithoudingsvermogen. „Ze gaat door waar anderen opgeven.”

Merkel is mentaal en fysiek sterk. Ze is een volbloed partijpoliticus die twee zetten vooruit denkt. Dat zie je niet aan haar af. Menigeen heeft zich verkeken op haar zachte, wat timide uiterlijk. Als het moet, is ze keihard. En onderhandelingsresultaten weet ze altijd goed te verkopen. Hoe mager die ook zijn.

De veranderingen onder Merkel zijn het beste zichtbaar in de buitenlandpolitiek. Daar kan ze meer haar eigen gang gaan dan in het binnenland, waar om ieder akkoordje moet worden gebikkeld. Haar voorganger Gerhard Schröder, tegenstander van de oorlog in Irak, had de vanouds goede relatie van de Bondsrepubliek met Washington onder zware druk gezet. Een van Merkels eerste regeringsdaden is herstel van de Duits-Amerikaanse betrekkingen geweest. Tegelijk sloeg ze een andere toon aan tegen president Poetin van Rusland, destijds innig bevriend met Schröder. Ze wil goede banden met Rusland, maar hecht ook aan handhaving van de mensenrechten. Waar ze ook komt, draagt Merkel dat uit. Dus ook in Moskou. Voor Poetin is dat wennen.

Ook aan China heeft ze duidelijk laten blijken dat met haar niet te marchanderen valt. Merkel ontving afgelopen najaar de verbannen geestelijk en politiek leider van Tibet, de Dalai Lama, in haar werkkamer in het Kanzleramt. Dat leek op een officieel bezoek. Peking voelde zich geschoffeerd, temeer daar het gevoelige thema van de mensenrechten in Tibet ter sprake was gekomen. En ook Merkels nieuwe vicekanselier en minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier (SPD) was gepikeerd. Hij vond dat Merkel de betrekkingen met China onnodig onder spanning had gezet. Steinmeier, een sociaal-democraat wiens ster rijzende is, bedrijft in dit soort gevallen liever diplomatie achter de schermen.

Het gevolg was een wekenlange rel. Merkel wachtte met haar commentaar tot iedereen zijn zegje had gedaan. Vervolgens liet ze in het boulevardblad Bild weten: „Als kanselier beslis ik zelf wie ik ontvang en waar ik dat doe. Een gesprek met de Dalai Lama moet mogelijk zijn en stelt noch de Duitse China-politiek ter discussie noch de betekenis van China als opkomende economische macht.”

Daarmee diende ze Peking van repliek én Frank-Walter Steinmeier, die vanaf dat moment ook zijn plaats kent: achter Merkel.

Dit soort eigenzinnigheid – of zo men wil: soevereiniteit – valt goed bij het electoraat. De ruzie met China is geruisloos en onder druk van de wederzijdse handelsbelangen bijgelegd. Maar bij het publiek is blijven hangen dat de bondskanselier de Chinezen een lesje heeft geleerd.

Zo paait Angela Merkel de Duitsers. In het buitenland met fermheid, in het binnenland door een middenkoers te varen die misschien niet spectaculair is, maar die wel is toegesneden op wat Otto Normalverbraucher wil: werk, stabiliteit en delen in de welvaart. Met haar belangrijkste politieke punt, de werkgelegenheid, heeft Merkel gescoord. De werkloosheid in Duitsland is gedaald sinds zij regeert. Dat kan te maken hebben met de gunstige ontwikkeling van de wereldconjunctuur sinds 2005 en met de economische hervormingen die Gerhard Schröder nog doorvoerde. Hoe dan ook, Merkel claimt het succes.

Ze gaat niemand uit de weg. Voor haar zijn overal stemmen te halen, vindt ze. Anders dan haar voorbeeld Helmut Kohl, die vakorganisaties altijd heeft gemeden, aarzelde Merkel niet toen haar werd gevraagd om de grootste vakbond van Duitsland, IG Metall, op een congres in Leipzig toe te spreken. Het was spannend, maar Merkel triomfeerde.

Dat ging zo: in de Leipziger Messe wachtten honderden vakbondsmensen met de armen over elkaar Merkels komst af. Niemand klapte toen ze samen met IG-Metall-voorzitter Berthold Huber de zaal binnenliep. Het was doodstil. Daar was de ideologische vijand. Met een mix van hartelijkheid en vertrouwelijkheid brak ze het ijs. Ze roemde de rol van de vakbonden in Duitsland, en toonde haar linkse kant. Ze beloofde een scherper toezicht op buitenlandse staatsbedrijven die Duitse ondernemingen willen overnemen. Ze drong aan op betere scholing en zei: „Alles wat banen schept is sociaal”. Een bondsbestuurder constateerde: „Het lijkt wel of hier een SPD-kanselier spreekt.” De vakbondsmensen beloonden Merkel met een daverend applaus.

Het is de magie van de macht, maar het is ook de magie van Merkel. Dit is de bondskanselier ten voeten uit: rechts én links, christen-democratisch én sociaal. Leider van een grote coalitie die twee ongelijke grootheden verenigt. Baas van het midden. Van alles wat. Ogenschijnlijk zonder eigenschappen. Zo niet uit overtuiging, dan uit politieke overlevingsdrift. Ze is er ver mee gekomen.