Halters en stompjes

Nee, ze steken niet. Langpootmuggen lijken wel op uit de kluiten gewassen steekmuggen, maar ze zijn ongewapend. Ze prikken geen bloed en eten in hun armzalige bestaan zelfs helemaal niets. Bij volwassen langpootmuggen is er maar één ding van belang en dat is de voortplanting. Om te zorgen voor een nieuwe generatie voordat er een eind komt aan hun korte leven.

Het eten heeft de langpootmug al eerder in zijn of haar leven gedaan, als larve. Die heet bij deze insecten emelt, een witte worm die in de bodem leeft van plantenwortels. Zo sprietig als de volwassen mug is, zo volvet is de emelt. De posturen passen bij de prioriteiten die de verschillende levensstadia hebben. Eten doen emelten het liefst alleen, want dan hoeven zij hun maal niet te delen. Maar eenmaal verpopt tot mug zoeken ze elkaar op. Immers, geen seks zonder partner. En slungelig als ze zijn, kunnen langpootmuggen nog aardig goed vliegen.

Net als andere tweevleugelige insekten hebben langpootmuggen zogeheten halters, een tot stompjes gereduceerd achterste vleugelpaar. Bij langpootmuggen zijn ze extra goed zichtbaar. Bij hen is immers alles lang en dus ook de halters.

Zo weinig geavanceerd als deze ledematen eruit zien, zo belangrijk zijn zij voor het vliegen. Het zijn namelijk de gyroscopen van het insect, de zintuigen waarmee het zijn vlucht stabiel kan houden.

De halters detecteren kleine veranderingen in de positie van het insect, en koppelen die informatie terug naar de vleugels en het lichaam. Duitse onderzoekers ontdekten in 1980 dat als zij een halter van een vlieg naar voren bewogen, het dier in een reflex zijn kop opzij bewoog, kennelijk in de veronderstelling dat hij een duikvlucht maakte die hij onmiddellijk diende te corrigeren.