Gesausde putdeksels

De Franse kunstenaar Franck Bragigand verbouwde de winkel van Droog in Amsterdam. Met alleen verf en kringloop-meubels gaf hij de verkoopruimte van het hippe designlabel een nieuw gezicht.

Een pretpark voor de ogen, zo kan het nieuwe interieur van de winkel van Droog omschreven worden. De verkoop- en galerieruimte van het vormgevingslabel dat ‘Dutch Design’ wereldwijd op de kaart zette, is deze week na een verbouwing heropend. Een opzienbarende verbouwing, want met minimale middelen – verf en kringloopmeubels – heeft de Franse kunstenaar en designer Franck Bragigand gezorgd voor een maximaal effect.

De ‘flagshipstore’ van Droog is gevestigd in drie naast elkaar gelegen monumentenpanden op een steenworp van de Stopera in Amsterdam. Een labyrint van grote en kleine kamers die via doorgangen met elkaar zijn verbonden. Drie weken geleden sloot Droog de deuren. Op aanwijzing van Bragigand namen tien huisschilders de 400 vierkante meter grote verkoop- en tentoonstellingsruimte daarna stevig onder handen.

Van een reguliere, witgeschilderde galerie veranderde de publieksruimte van Droog in een enorm, driedimensionaal schilderij. Vloeren, wanden en plafonds, de meubels en zelfs de koelkast in de keuken, alles werd bedekt met een onregelmatig patroon van rechthoekige kleurvlakken, dat per ruimte een andere sfeer ademt. Waar de bezoeker zich ook bevindt in de galerie, steeds biedt het kleurenschema nieuwe verrassende indrukken.

Franck Bragigand (36) schildert niet op doek maar op de wereld. Op tal van plekken heeft hij de openbare ruimte al met kleur vormgegeven. Zo fleurde hij de monotone naoorlogse Tuinwijk in Amsterdam op door samen met de bewoners de voordeuren en het straatmeubilair in vele kleuren te schilderen. In het Japanse Osaka maakte hij van een tram een rijdend schilderij. En in het Canadese Montreal sausde hij putdeksels in vrolijke tinten. „Die deksels zijn de deuren naar de hel”, zegt Bragigand. Door ze zo op te vrolijken wilde hij een ode brengen aan de arbeiders die onder nare omstandigheden de stad laten functioneren.

Het overschilderen van architectuur en van objecten noemt Bragigand „de restauratie van het dagelijks leven”. Een uitgangspunt dat hij als student uit ergernis formuleerde. „Er wordt zoveel troep geproduceerd, de wereld raakt steeds meer vervuild. Eind jaren tachtig besloot ik op een dag nooit meer iets nieuws te maken, alleen nog over bestaande dingen heen te schilderen.”

Zes jaar geleden kreeg Bragigand zijn eerste opdracht van Droog. Het designlabel was gevraagd bij een festival in het Russische Sint Petersburg een café in te richten. Een spoedklus midden in de zomer, herinnert directeur Renny Ramakers zich. Om toch een bijzonder standpunt uit te dragen, vroeg ze Bragigand of hij het café van onder tot boven wilde beschilderen. Ramakers: „Die lelijke ruimte veranderde daardoor spectaculair.”

Dat succes leidde vier jaar geleden tot een nieuwe opdracht, toen Droog verhuisde naar de drie monumentenpanden in de Staalstraat in Amsterdam. Van buiten was het nieuwe onderkomen oké, maar van binnen zag het er niet uit, zegt Ramakers. „Systeemplafonds, tl-verlichting, typisch jaren zeventig, helemaal verkeerd.”

Maar de panden strippen en een interieurontwerper van voren af aan laten beginnen, daar voelde Ramakers niet voor. „Alles intact laten en daar een laag overheen zetten, dat past meer bij Droog. Kijk naar onze meubels van Jurgen Bey. Over bestaande stoelen bracht hij een elastische kunststof aan.”

Droog vroeg Bragigand om de twee kantooretages (samen 300 vierkante meter) in te richten. De Fransman vroeg de negen werknemers van Droog ieder drie favoriete kleuren op te geven. Met die 27 kleuren beschilderde hij de kamers op de eerste etage in verschillende sferen. Zo zit de boekhouder in een overwegend rode kamer en kreeg Ramakers een kamer met veel bruinen. Bragigand: „Hoe lastiger kleuren met elkaar te combineren zijn en hoe beroerder de architectuur van een ruimte, hoe interessanter het voor mij wordt.”

De Fransman beschilderde niet alleen wanden en plafonds, hij zorgde ook voor het meubilair. Bij een kringloopcentrum in het Belgische Leuven zocht hij een verzameling stoelen, bureaus en stellingkasten uit. „De shit van de shit, meubels waar ze zelfs daar geen raad mee wisten.”

Een verfbad en deze winkeldochters waren goed genoeg voor een van de hipste designlabels ter wereld. Bragigand met een lach: „Iedere vormgever droomt ervan tenminste één keer in zijn leven een stoel te maken. Ik heb honderden unieke meubels gemaakt. En geen onbetaalbare exclusieve meubels, maar spotgoedkope.”

Door het allesbedekkende kleurpatroon in de kantoren stoort geen van de Droog-werknemers zich aan de lelijke systeemplafonds en de schrootjeswanden. Werken in een schilderij is een feest, zegt Ramakers. „Elke kamer is anders. En als een kleur gaat tegenstaan, geen probleem. Eén keer per jaar komt Franck langs om het interieur aan te passen.”

Na het succes van de kantoren mocht Bragigand ook de witgeschilderde winkel onder handen nemen. Eerst moest hij nadenken over een plan voor een wit op wit interieur met verschillende soorten muurverf. Maar na enige discussie kreeg de Fransman de vrije hand en mocht hij een schema met wel twintig kleuren voorstellen.

Over die aanvankelijke terughoudendheid zegt Ramakers: „Dit is onze eerste grote winkel. We hebben moeten leren waar de voetangels en klemmen lagen, hoe bezoekers zich zouden gedragen. Als we de afgelopen jaren tijdelijk het winkelidee loslieten en kozen voor een grote tentoonstelling, kelderde meteen de omzet. Een museale opstelling werpt een drempel op, waardoor passanten niet meer binnen durven komen.”

Door de uit diverse kamers bestaande winkelruimte in vijf verschillende sferen te schilderen, onderving Bragigand dat probleem. De grote ruimte achter de entree, de ‘supermarkt’ bedoeld voor de verkoop van goedkope producten, is overwegend in pasteltinten geschilderd, aangevuld met vlakken in drie donkerder kleuren die per seizoen gaan veranderen. De ruimte waar de juwelen en duurdere artikelen staan uitgestald is in bruintinten geschilderd, de galerie voor de dure, exclusieve meubels is overwegend wit, met bijzondere structuren op de wanden.

Gevraagd naar zijn kleurtheorie begint Bragigand te grijnzen. Speciaal voor journalisten heeft hij ‘de Eerste Wet van Bragigand’ geformuleerd: „Twee willekeurig gekozen kleuren passen altijd bij elkaar.”

Rood maakt nerveus en groen is rustgevend, oké, dat zijn algemene waarheden, zegt Bragigand. Maar voor het overige heeft hij weinig op met de gangbare betekenissen die aan kleuren worden gegeven. „Bruin op de muur werkt anders dan op een tafel of op de grond. Daarom kan je volgens mij niet zeggen ‘Ik haat groen’. Het ligt eraan hoe het wordt toegepast.”

Odette Migchels, de winkelmanager van Droog, is blij met het resultaat. Het nieuwe interieur is beslist méér Droog dan de neutrale oude, zegt ze. „Dit zie je nergens. In elk hoekje van de winkel valt visueel wat te beleven.”

Ook Renny Ramakers is opgetogen. De Droog-directeur deelt niet Bragigands uitgangspunt dat er niets nieuws meer aan de wereld hoeft te worden toegevoegd. Maar uit zijn aanpak kan volgens haar wel een belangrijke les worden getrokken. „Je hoeft je huis niet helemaal vol te zetten met design. Franck laat zien dat je van oude dingen ook iets moois kunt maken.”

Droog is gevestigd in de Staalstraat 7B in Amsterdam. Op www.insitugallery.be zijn foto’s van andere projecten van Franck Bragigand te zien.