Gelovige flensjes

voor 9 stuks

112 g patentbloem

1 groot ei

snufje zout

20 g suiker

1 blikje met 2 dl Prosecco (Aldi)

15 g roomboter, gesmolten

rozenwater (Marokkaanse en Turkse winkels)

plantaardige olie

bloemenhoning

1 citroen, gehalveerd

6 eetlepels crème fraîche

poedersuiker

In katholieke kringen worden op 2 februari vaak flensjes gebakken. Het is een oud gebruik om op de dag dat Maria Lichtmis wordt gevierd – veertig dagen na de geboorte van Jezus – flensjes te eten. Het Lupercaliafeest dat de Romeinen vierden op 15 februari ligt hieraan ten grondslag. Maar in de vijfde eeuw werd dat heidense feest door paus Gelasius I in zijn strijd tegen de ketterij de kerk binnengehaald: hij bestempelde 2 februari, de dag dat herdacht werd dat Jezus in de tempel werd opgedragen, tot feestdag. De kaarsen die de gelovigen meenamen werden gewijd voor een processie na afloop en Gelasius liet koeken uitdelen aan de pelgrims die Rome bezochten. Zo raakte 15 februari in onbruik. De voedzame koeken van Gelasius hebben door de eeuwen heen standgehouden, al hebben ze wel enige verfijning ondergaan doordat het deeg verrijkt werd met eieren en melk, bier of wijn.

Bereiding: Doe bloem, zout en 20 gram suiker in een beslagkom, maak een kuiltje in het midden en breek het ei erboven. Roer het ei los en neem vanuit het midden al roerend telkens wat bloem mee. Roer er dan 1 dl Prosecco door zodat zeer dik beslag wordt verkregen. Roer de gesmolten boter erdoor tot deze goed is opgenomen. Roer tot slot 3 eetlepels rozenwater en circa ½ dl Prosecco erdoor tot een dun beslag is verkregen. Laat het een uur (of langer) rusten. Bak de flensjes in een met een weinig olie ingevette bakpan (18 cm doorsnee) op half hoog vuur, keer ze met een lang en soepel pannenkoekenmes en bak de tweede kant korter dan de eerste. Bedruppel 3 flensjes met honing en citroensap, 3 met suiker en citroensap en 3 met crème fraîche,vermengd met 1 eetlepel rozenwater. Vouw de flensjes in vieren en bestrooi ze met poedersuiker.

Florine Boucher