Exitstrategie voor het goede doel

Goede doelen zijn bij veel vermogende particulieren vast onderdeel van de financiële planning. Toch kan het soms nuttig zijn de donaties te staken.

Het geven aan een goed doel heeft alles te maken met emotionele betrokkenheid. Daarom zal iemand die eenmaal een bepaalde keus voor een goed doel heeft gemaakt niet snel besluiten de geldkraan dicht te draaien en zijn giften te annuleren. Niettemin kan het geen kwaad om een – periodieke – kritische heroverweging van de steun aan goede doelen te maken.

De ervaring leert namelijk dat de belangen van de donateur en de ontvangende charitatieve instelling op termijn uiteen kunnen lopen. De gever kan in dat geval met een flinke kater achterblijven. Zijn geld is immers niet besteed aan de zaken waar het voor was bedoeld. Reden genoeg voor vermogende particulieren om het werk van het door hen gesteunde goede doel goed te monitoren.

De ervaring wijst uit dat dit meestal niet gebeurt. „De meeste particulieren geven uitsluitend met hun hart en schakelen het verstand uit”, weet Femke Lagaaij, zelfstandig adviseur op het gebied van filantropie. En goed nadenken over de besteding van het geld is volgens de adviseur vaak nodig om de impact van een grote schenking goed te kunnen beoordelen.

„Uitgangspunt is dat het geld op de best mogelijke manier wordt besteed”, zegt Lagaaij. Om dat te bereiken wordt steeds meer gekeken naar het rendement dat het geschonken geld heeft opgeleverd. Die informatie maakt het volgens Lagaaij duidelijker of het zinvol is de financiële steun voort te zetten of niet.

De basis daarvoor moet terug te vinden zijn in de verslaglegging van de instelling. De gever moet op basis daarvan kunnen beoordelen hoeveel geld men heeft besteed en aan welk doel. En dat gaat nog wel eens mis. Dat bleek bijvoorbeeld vorig jaar onder andere bij de stichting Childright die er niet in slaagde een goede administratie bij te houden.

Ook de voortgang van lopende projecten moet duidelijk zijn. De instelling moet bovendien duidelijk maken hoe die uitgaven binnen de doelstelling passen. Een fonds dat is opgericht met het doel onderzoek te doen naar een zeldzame ziekte zou zijn geld niet zonder overleg moeten besteden aan het organiseren van uitstapjes voor patiënten, hoe nuttig die ook kunnen zijn.

Enige richtlijn geven de criteria van het Centraal bureau fondsenwerving (CBF), dat goede doelen jaarlijks beoordeelt op onder andere de samenstelling van het bestuur, verslaggeving en de besteding van middelen. Ook de code van goed bestuur van goede doelen (de code Wijffels) biedt inzicht in de eisen die aan een goed doel gesteld kunnen worden. Bijvoorbeeld over de salarissen van de bestuurders. Een honorering die het salaris van de minister-president overschrijdt zou vragen bij de donateurs moeten oproepen.

Een keurmerk zelf is echter niet zaligmakend vindt Lagaaij. „Er zijn 268 grote goede doelen met een keurmerk op een totaal van meer dan 16.000 geldwervende algemeennutorganisaties.” Veel stichtingen kunnen of willen de kosten van het aanvragen van een keurmerk niet opbrengen. Dat betekent uiteraard niet per definitie dat zij hun zaken niet op orde hebben.”

Belangrijk is in ieder geval transparantie. Daarbij draait het niet alleen om accountantsverklaringen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het fonds Egelopvang Zoetermeer, dat in 2006 een speciale transparantprijs kreeg voor de duidelijkste jaarverslaglegging van charitatieve instellingen. Het fonds kreeg met name complimenten voor de gedetailleerde verslaglegging, waarbij de kosten onder andere werden uitgesplitst naar het aantal opgevangen egels.

Voor donateurs is het bovendien belangrijk het bestaansrecht van een goed doel te toetsen. Wat maakt hen uniek? Dat de activiteiten van een stichting die hulp biedt aan eenzame ouderen in het noorden van het land lijken op die van een stichting in Limburg valt te verdedigen omdat beide partijen in de eigen omgeving voor opvang zorgen. Het nut van een klein fonds dat geld voor kankeronderzoek bijeenbrengt kan echter vragen oproepen. Mogelijk is de impact van een dergelijk initiatief veel groter als er samenwerking met andere partijen wordt gezocht.

Goede doelen staan niet bekend om hun goede communicatie met donateurs. Lagaaij weet dat veel ontevredenheid bij donateurs ontstaat door onduidelijkheid en verkeerde verwachtingen. Ze besteedt veel van haar tijd aan de educatie van vermogende particulieren op het gebied van filantropie. Daarin adviseert ze partijen heldere afspraken te formuleren en deze vast te leggen.

Bijvoorbeeld hoe en op welke termijn een specifieke gift wordt ingezet. Dat kan veel misverstanden voorkomen. Een lezer van deze krant stelde enige tijd geleden een substantieel bedrag beschikbaar voor een ziekenhuis in zijn eigen regio dat hij al langer steunde. Hij liet het medisch centrum weten dat het geld beschikbaar was voor een door de medische staf te bepalen doel. Daar werd in de eerste instantie verheugd op gereageerd. Toen na drie maanden een reactie uitbleef – men was nog druk met de besluitvorming – besloot hij van de donatie af te zien.

Afspraken maken het ook makkelijker – mocht daar reden toe zijn – om op basis van onderbouwde redenen afscheid van elkaar te nemen. Het vormt de basis van wat in de VS de exitstrategie wordt genoemd. Het proces dat ingaat als donateur en charitatieve instelling besluiten de relatie te verbreken. Uit een dossier van het Amerikaanse platform voor donateurs Grantcraft blijkt dat zowel gevers als charitatieve instelling het nut van een exitstrategie inzien.