Even wakker gekust

Op het Filmfestival draaide elke dag een film van een maker die het bij die ene film heeft gelaten.

Barbara Loden, Leonard Kastle, Helen Levitt, het zijn geen bekende namen. Die van titelontwerper Saul Bass, acteur Peter Lorre en kunstenaar Marcel Duchamp wel, maar niet als filmmaker. Wat deze bekende en onbekende namen gemeen hebben, is dat ze allemaal een film hebben gemaakt. Eén film, meer niet. In 1926, 1948 of 1986. Soms lijkt dat zonde, omdat de makers het wel geprobeerd hebben, maar, vooral door geldgebrek, faalden. Sommige zijn zo goed dat er daarna niets meer hoefde te komen, zoals die van Samuel Beckett en Yukio Mishima. Het blijkt dat één film ook genoeg is om invloed te hebben op een heleboel andere films. The House is Black van de Iraanse dichter Forough Farrokhzad, inspireerde een generatie Iraanse filmmakers, Un Chant d’Amour van Jean Genet stond aan de wieg van de homo-erotische verbeelding.

Een filmfestival is op de eerste plaats bedoeld voor nieuwe films, voor het zien van recente hits van oude rotten en frisse debutanten. Maar deze films zijn ook nieuw. Hun jaartallen spreken dat tegen, maar ze zijn zo weinig gezien dat ze als nieuw aanvoelen. Het siert het festival dat ze zo breed programmeert dat oude films ook nieuw mogen zijn. Chronologie is maar een van vele mogelijke indelingen.

Het programma Pièce Unique was om nog meer redenen bijzonder. Het biedt tegenwicht aan het idee dat films van auteurs afkomstig moeten zijn, die met elke film een ontwikkeling doormaken. Deze buitenstaanders doen het in één keer goed. En het zet vraagtekens bij de immer uitdijende productie van films, bij de „cinematografische overkill”, zoals programmeur Edwin Carels het noemt. Al blijken de pièces unique ook weer niet zo uniek; er zijn er nog zoveel dat er volgend jaar op het festival misschien een vervolg op het programma komt.

Het is jammer als de pièces uniques van dit jaar weer in hun kist verdwijnen, waar ze als Sneeuwwitjes moeten wachten tot ze weer wakker worden gekust. Het programma wordt in ieder geval overgenomen door het Museum van Hedendaagse Kunst in Antwerpen dat deze maand een groot deel van de films vertoont.

Voor het profiel van het festival worden zulke programma’s steeds belangrijker, nu de meeste nieuwe hits Rotterdam al als hits bereiken omdat ze al op andere festivals hebben gedraaid.

Vandaag worden ‘The Honeymoon Killers’ van Leonard Kastle en ‘Phase IV’ van Saul Bass nog vertoond. Zie voor het artikel daarover www.nrc.nl/kunst