Europa subsidieert en Moskou scoort

Servië kiest morgen een president: het huidige pro-westerse staatshoofd Boris Tadic, of de Moskou-gezinde Tomislav Nikolic? Premier Vojislav Koštunica weigert te kiezen.

Verkiezingsbijeenkomst in de Belgrado Arena van de Servische Radicale Partij van de ultranationalistische presidentskandidaat Tomislav Nikolic. (Foto Dirk-Jan Visser) (Photo Dirk-Jan Visser: Belgrade / Belgrado - Serbia / Servie: 31-01-2008) In the Belgrade arena in new Belgrade the Serbian Radical Party is having it’s closing gathering for the coming presidential elections on Sunday. In this second round Tomislav Nikolic of the Radical Party is competing with the current president Boris Tadic of the Democratic Party (DS). Approximately 30.000 supporters of the radical party visited this gathering to support their ‘new’ president, In the polls Nikolic and Tadic are neck and neck. Main issues in these elections are the Kosovo status and the relation with the European Union. Nikolic would like to strengthen the relation with Russia and Tadic with the EU. In de Belgrado arena in nieuw Belgrado houdt de Servische Radicale Partij zijn laatste bijeenkomt voor de komende presidentsverkiezingen aanstaande zondag. In deze tweede ronde nemen Tomislav Nikolic van the Radical Party het op tegen de huidige president Boris Tadic van de Democratic Party (DS). Ongeveer 30.000 supporters uit heel Servie waren bij deze bijeenkomst aanwezig. In de peilingen gaan Nikolic en Tadic nek aan nek. De belangrijkste thema’s in deze verkiezingen zijn de status ontrent Kosovo en de relatie met de EU. Nikolic wil een sterkere relatie met Rusland en Tadic wil een aansluiting met de EU. Visser, Dirk-Jan

Voor gezanten van de Europese Unie, werkzaam in Servië, zijn het dagen van ontluistering. Aan de vooravond van de tweede, beslissende ronde van de Servische presidentsverkiezingen, zondag, leggen ze het in de peilingen af tegen de Russische president Poetin. Diens hoofd prijkt op stickers aan lantaarnpalen, op voorpagina’s van kranten en op posters in huiskamers. Met een blauwe Europese vlag daarentegen, vertoont niemand zich op straat.

„Europa investeert miljarden in de wederopbouw van Servië, Moskou geeft niets”, zegt de Brit John White, sinds 2001 in Servië werkzaam voor het EU-agentschap voor Wederopbouw. White’s bittere conclusie: „Poetin heeft zichzelf hier goed aan de man gebracht.”

Alom worden de verkiezingen beschouwd als een sleutelmoment: kiezen de Serviërs voor de pro-westerse, zittende president Boris Tadic, die ijvert voor aansluiting bij de Europese Unie, of geven ze hun stem aan de ultranationalist en euroscepticus Tomislav Nikolic. Servië kan best zonder Europa, zegt Nikolic die sterk leunt op Rusland dat Servië steunt in het verzet tegen de afscheiding van de Servische provincie Kosovo.

De uitslag van de eerste ronde op 20 januari ( Nikolic bijna 40 procent; Tadic 35,4 procent) werd in sommige Servische media vertaald als: Moskou-Brussel: 1-0. Om voor de tweede ronde het beeld te kantelen hoopte Tadic op de ondertekening, begin deze week, van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst (SAO), het voorportaal van officiële EU-kandidatuur.

Maar de EU hield de deur dicht, mede door de opstelling van Nederland, dat pas een SAO wil ondertekenen als Servië „volledig samenwerkt” met het Joegoslavië-tribunaal, lees: uitlevering van de voormalige Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic, de beul van Srebrenica.

„Nederland frustreert onze ambities”, zegt Srdjan Majstorovic van het Servische bureau voor Europese Integratie. „Tegelijk is ons bureau opgezet met financiële steun van Nederland.”

Een paradoxale situatie, die volgens Majstorovic ook de verkiezingen kleurt. „In de campagneretoriek wordt gedaan alsof we op een kruispunt staan: richting Europa, of aanklampen bij Rusland? Maar in werkelijkheid zijn we allang halverwege Brussel, we geven de Europese subsidies al uit. Van Rusland hebben we nog geen cent staatssteun gezien.”

Sinds de val van dictator Slobodan Miloševic, najaar 2000, is de Europese Unie actief in Servië, op het gebied van juridische, bestuurlijke en economische hervormingen. „Aan subsidies staat de teller inmiddels op 2,3 miljard euro”, zegt White. „Daarvan ging 1,3 miljard naar Servië en 1 miljard naar de provincie Kosovo.”

In de EU-begroting over 2007-2014 werd opnieuw jaarlijks 200 miljoen euro toegewezen aan Servië. „Desondanks blijft de EU voor de gewone Serviër onzichtbaar”, zegt Majstorovic. „Van bestuurlijke hervormingen, hoe belangrijk ook, wordt niemand opgewonden. De EU gaat pas leven als er op borden langs nieuwe snelwegen staat: ‘Dit project komt mede tot stand met geld van de Europese Unie’. Maar zover zijn we nog lang niet, daarvoor moeten we eerst officieel EU-kandidaat worden, dan kunnen de grote infrastructurele projecten van start gaan.”

Vorige week sloten Servië en Rusland een overeenkomst over de verkoop van het Servische staatsenergiebedrijf NIS aan het Russische Gazprom. NIS wordt gemoderniserd en de Russen stellen tevens een gaspijpleiding over Servisch grondgebied in het vooruitzicht – een aanzienlijke inkomstenbron voor Servië.

Waarnemers in Belgrado noemen het een volgende stap in het geopolitieke spel dat Rusland speelt op de Balkan. De NIS-deal zou de pro-Russische Nikolic extra wind in de zeilen geven.

„Dat is pure manipulatie, onderdeel van de mythevorming rond onze zogenaamde Slavische broederschap met de Russen”, zegt Majstorovic. „Wie zit er tegenwoordig níet om de tafel met Poetin. De Nederlandse premier maakte in Moskou onlangs toch ook afspraken over gasleveranties? De verkoop van NIS is voorbeeld van goed zakendoen, niet meer dan dat.”

Ruim zeven jaar werkt John White in Servië nu aan de opbouw van democratische instellingen. „Probleem is alleen dat de EU nog altijd wordt vereenzelvigd met het Joegoslavië-tribunaal dat jaagt op Servische oorlogsmisdadigers.”

Rusland is in Servië slechts uit op economisch eigenbelang, „terwijl de EU zich inspant voor stabiliteit in het land en in de regio”, meent White. „Desondanks zien veel Serviërs de EU als strenge keurmeester die Kosovo van ze afpakt, en Moskou als strohalm in de strijd om Kosovo.” Het zijn omstandigheden waarin Nikolic beter gedijt dan Tadic, zegt White.

Bij de vorige presidentsverkiezingen in 2004 behaalde Nikolic een ruime overwinning in de eerste ronde, maar won Tadic alsnog in de tweede ronde. Servische media schreven Tadic’ winst destijds toe aan het shockeffect: hervormingsgezinde Serviërs schrokken wakker en bekenden zich pas in tweede instantie tot Tadic.

Premier Koštunica, wiens partij DSS in een coalitieregering zit met Tadic’ DS, weigert Tadic openlijk te steunen in diens strijd om herverkiezing. De DSS-kanidaat voor het presidentschap, Velimir Ilic, strandde in de eerste ronde op 7,4 procent (zo’n 300.000 stemmen). Door Koštinica’s opstelling is onduidelijk welk kamp zij zullen kiezen. Dat geldt ook voor de stemmers op de overige zes kandidaten die in de eerste ronde afvielen (samen ruim 17 procent).

„Als Nikolic wint moeten we maar afwachten wat er met het Europese integratieproces gebeurt”, zegt Majstorovic. „Daarover durf ik geen voorspelling te doen.”