DE ONVERBIDDELIJKE NAAKTEN VAN LUCIAN FREUD

Ze zijn knokig of juist moddervet, en nooit zijn ze glamoureus: de naakten van Lucian Freud. In het Gemeentemuseum Den Haag begint deze maand de eerste Nederlandse overzichtstentoonstelling van de wereldberoemde Britse schilder.

85 jaar oud is hij inmiddels, maar nog vrijwel iedere dag maakt Lucian Freud de gang naar zijn atelier in Notting Hill. Dankzij zijn schilderijen weten we hoe dat atelier er ongeveer uitziet. Het heeft een houten vloer, donkere wanden en een groot dakraam waardoor het grijze Londense licht gretig naar binnen valt. De muren gebruikt de hoogbejaarde schilder als palet. In de loop der jaren heeft zich daar een centimeters dikke verfkorst afgezet, in Freuds kenmerkende kleuren – oker, bruin, grijs, ivoorwit en de perziktint van mensenvlees.

In het atelier staat een eenvoudig eenpersoonsbed, dat meestal alleen met een wit laken opgemaakt is. Daarop positioneert de schilder zijn modellen. Sinds de tweede helft van de jaren zestig heeft Freud, de kleinzoon van de psychiater Sigmund Freud, zich gespecialiseerd in het schilderen van naakten. Rauwe, directe schilderijen zijn dat, van bleke Engelse lichamen die niet bepaald glamoureus in beeld zijn gebracht. Freuds naakten zijn knokig of juist moddervet. Hun huid is pokdalig, gerimpeld of getekend door cellulitus. Vaak liggen ze te slapen en lijken ze niet door te hebben dat ze zo open en bloot te kijk liggen. Ze ogen een beetje uitgeblust, maar wel heel erg op hun gemak.

Freud is een langzame schilder. Met engelengeduld boetseert hij de olieverf in de vorm van een menselijk lichaam. ‘Vlees is levende klei’, heeft hij eens gezegd. Het is een proces dat maanden, soms zelfs jaren vergt. En altijd moet het model paraat zijn – ook als hij die dag slechts ploetert op een deurknop of raamkozijn. ‘De aanwezigheid van het model verandert alles’, vindt de kunstenaar.

Vaak zijn het vrienden en familieleden die voor de schilder poseren. Zijn assistent David Dawson bijvoorbeeld heeft diverse malen model gestaan, en ook Freuds dochters Rose en Esther hebben naakt op de divan gelegen. Aan professionele modellen heeft de schilder een hekel – al maakte hij voor Kate Moss vijf jaar geleden een uitzondering. Het probleem met topmodellen, vindt Freud, is dat ze te gewend zijn om te poseren. Ze spelen al snel een rol, terwijl de schilder zijn modellen het liefst zo objectief mogelijk in beeld brengt. ‘Ik bekijk ze als dieren’, zei hij eens. ‘Mijn werk gaat niet over personen maar over verf.’

Soms ook vraagt de schilder aan sympathiek ogende onbekenden of ze voor hem uit de kleren zouden willen gaan. In de jaren negentig diende de gezette Sue Tilley, ambtenaar bij het arbeidsbureau, meermalen als muze. En twee jaar geleden nodigde Freud de 26-jarige Ria Kirby, medewerkster van het Victoria & Albert Museum, uit om voor hem te poseren. Tussen april 2006 en augustus 2007 moest Kirby dagelijks een uur of vijf komen opdraven. In die zestien maanden had ze slechts vier dagen vrij, vertelde ze aan de Britse krant The Daily Telegraph.

Dankzij Freuds modellen weten we hoe het er in het atelier van Freud aan toegaat. Dat hij vaak aan diverse schilderijen tegelijk werkt bijvoorbeeld: twee ‘dagschilderijen’ in de voorkamers en twee ‘nachtschilderijen’ in de achterkamers. Freud is een avondmens. Zijn eerste model arriveert om twee uur ’s middags op het atelier, de volgende om half zeven ’s avonds. Vaak werkt hij tot diep in de nacht door. Saai zijn de sessies nooit, zo blijkt uit de getuigenissen van de modellen. Freud schijnt een ware entertainer te zijn, die dankzij een fenomenaal geheugen tijdens het schilderen gedichten opdreunt en gezangen voordraagt. ‘Het moeilijkste was om niet in lachen uit te barsten’, vertelde Ria Kirby enkele maanden geleden. ‘Er waren zoveel grappige verhalen en liedjes en anekdotes.’

Maar Freud is ook een perfectionist. Als hij Sue Tilley schilderde, dan bedekte hij eerst de tatoeages op haar bovenarmen met vleeskleurige verf. De groenblauwe en vaalrode inkt zou hem anders uit zijn concentratie brengen. En toen dezelfde ‘Big Sue’ na een lange vakantie in India diep gebronsd terugkeerde, vond Freud dat zo afstotelijk dat hij haar pas na een jaar, toen de teint vervaagd was, weer wilde schilderen.

Zo scherp is zijn schildersoog dat hij het doorheeft wanneer een model getraind heeft. Toen een van zijn modellen tijdens een poseersessie een bad had genomen omdat ze het koud had gekregen, kon de kunstenaar onmogelijk verder gaan met schilderen – de kleur van haar huid was namelijk veranderd. Meermalen, zo vertelden zijn modellen, trapte Freud een schilderij doormidden als hij er ontevreden over was. Dat er dan al maanden van werk in zat en dat ook zo’n mislukt schilderij miljoenen zou kunnen opbrengen, deerde hem niet.

Als je naar de portretten van Freud kijkt, dan is het alsof je al de energie die de schilder erin heeft gestopt, kunt voelen. Het zijn intense schilderijen die, zeker wanneer je ze op hun ware formaat aan de muur ziet hangen, de kijker tegemoet stralen. Maanden en maanden van noeste arbeid openbaren zich dan in enkele luttele seconden. Deze schilderijen zijn geen momentopnames, maar diep-psychologische portretten. ‘Wat hij schildert is de som van alle facetten van hun persoonlijkheid’, zo omschreef assistent David Dawson deze werken eens. Alles zit erin samengebald: verdriet, blijheid, ijdelheid of juist een gebrek aan zelfvertrouwen. Het zijn schilderijen die zeldzaam intiem zijn. Het heeft iets vertrouwds om naar deze door Freud geschilderde mannen en vrouwen te kijken. Juist omdat zij zich zo ongegeneerd blootgeven, is het alsof we ze al jaren kennen.

De overzichtstentoonstelling van Lucian Freud is van 16 februari tot en met 8 juni te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag. Zie voor meer informatie www.gemeentemuseum.nl.

Sandra Smallenburg is kunstredacteur van NRC Handelsblad.

Lezersaanbieding: museumcursus Lucian Freud

NRC Handelsblad Academie organiseert exclusief voor abonnees een korte museumcursus rond de tentoonstelling van Lucian Freud in het Gemeentemuseum Den Haag. De cursus bestaat uit drie bijeenkomsten van een uur en wordt gegeven door een gerenommeerde kunsthistoricus. De museum-cursus sluit aan bij de tentoongestelde werken en hun context. Deelnemers aan de cursus bezoeken drie keer op vrijdagmiddag het museum.

Cursusdata: 11, 18 en 25 april 2008.

Tijd: 12.00-13.00 uur.

Deelname kost 49,- euro per persoon (exclusief toegang tot het museum).

Opgeven kan via de website van de krant: www.nrc.nl/extra