‘Cziki, pak alle negatieven en vertrek snel’

Phillip Block van het IPC onderzoekt de negatieven uit Capa’s gevonden koffer. „Er voltrekt zich een visuele revolutie op deze negatieven. Opwindend!”

Een van de drie kartonnen dozen met negatieven uit de ‘Mexicaanse koffer’ van Robert Capa Foto AP/Kathy Willens One of three cardboard valises containing thousands of negatives taken by Robert Capa during the Spanish Civil War are displayed at the International Center of Photography in New York, Monday, Jan. 28, 2008. Capa, who left behind the contents of his Paris darkroom, assumed the negatives were lost during the Nazi invasion and died in Vietnam in 1954 thinking that. But the negatives took a journey from Paris to Marseille and landed in the hands of a Mexican general and diplomat. There they remained hidden for half a century until last month, when, after years of negotiations, they were handed over to the New-York based photography museum. (AP Photo/Kathy Willens) Associated Press

Phillip Block, adjunct-directeur van het International Photography Center (IPC) in Manhattan, behoort tot het selecte groepje fotografie-experts dat al vijftien jaar op de hoogte was van het bestaan van ‘de Mexicaanse koffer’. Dat deze koffer na een lang verblijf in Mexico nu ook echt boven water is, noemt Block „zonder enige concurrentie de mooiste gebeurtenis uit mijn professionele leven”.

De koffer, in werkelijkheid drie afzonderlijke dozen die volgens Block beter te omschrijven zijn als een „zooitje aan elkaar genaaide kartonnen platen”, bevat duizenden negatieven van foto’s die Robert Capa tijdens de Spaanse Burgeroorlog maakte. Het IPC is de inhoud nog aan het onderzoeken, maar vast staat dat de dozen ook werk bevatten van Gerda Taro, Robert Capa’s collega en geliefde, en van David Seymour, met wie Capa in 1947 fotoagentschap Magnum oprichtte.

„Dit materiaal stamt rechtstreeks uit de geboortetijd van de moderne beeldjournalistiek”, zegt Block. „Er bestond eind jaren dertig een enorme honger naar visuele berichtgeving. Met hulp van Taro ontwikkelde Capa een nieuwe manier van fotograferen: de fotograaf was geen observator vanaf de zijlijn meer, maar maakte deel uit van het slagveld. Die visuele revolutie voltrekt zich op deze negatieven. Zeer, zeer opwindend.”

Capa’s motto – als je foto’s niet goed genoeg zijn, dan kom je niet dichtbij genoeg – is nog altijd de norm in de beeldjournalistiek, zegt Block. „Op het journaal zie je bijvoorbeeld beelden van een demonstratie waarop de gezichtsuitdrukkingen van de demonstranten te zien zijn. Dat heeft Capa uitgevonden.”

Het nieuws over de ontdekking van de koffer heeft dan ook voor de nodige beroering in de fotografiewereld gezorgd – niet in het minst vanwege de hoop dat de gevonden negatieven opheldering kunnen geven over Capa’s beroemde foto De vallende soldaat, die hij in 1936 maakte. Deze foto, waarvan het originele negatief is verdwenen, toont het moment waarop een Republikeinse soldaat dodelijk wordt getroffen. Na publicatie in het Franse tijdschrift Vu, waardoor de Europese sympathie voor het Republikeinse kamp toenam, raakte het beeld in opspraak: Capa zou de foto in scène hebben gezet.

Als tussen de gevonden negatieven opnames zitten van de momenten rondom het neerschieten van de soldaat, dan zou dat de vraag kunnen beantwoorden of Capa de foto heeft geënsceneerd. Block vindt dit aspect van de vondst echter niet het boeiendst. „Het is een detail. Bovendien heeft de biograaf van Capa, Richard Whelan, al overtuigend aangetoond dat de foto echt is. Wat mij interesseert, zijn al die beelden van een burgeroorlog die in zekere zin nog van onze tijd is, maar die we niet goed kennen.”

Daaronder bevinden zich al enkele ontdekkingen, waaronder foto’s die Capa maakte van Ernest Hemmingway en Federico García Lorca. Ook het negatief van David Seymours beroemdste foto van de Spaanse Burgeroorlog is al komen bovendrijven. Daarop kijkt een vrouw die tijdens een massabijeenkomst haar kind de borst geeft, op naar een spreker.

Al deze beelden hebben een wonderbaarlijke reis gemaakt voordat ze in Manhattan terechtkwamen, vertelt Block. Het enige dat er zo’n beetje niet onwaarschijnlijk aan is, is dat de koffer uiteindelijk in het ICP is terechtgekomen. Dat is immers opgericht door Capa’s broer Cornell, de wettelijke erfgenaam van Robert.

Capa zat volgens Block in 1940 in Parijs, in zak en as. Zijn geliefde Gerda Taro was in 1937 tijdens haar werk in Spanje om het leven gekomen, als gevolg van een ongeluk met een tank. De nazi’s kwamen eraan en Capa was joods. Hij had bovendien met zijn fotografie het regime van de fascist Franco ondermijnd. Capa vluchtte naar Amerika.

Vanuit New York wist hij de volgende boodschap bij zijn assistant Cziki in Parijs te laten bezorgen: „Cziki, pak alle negatieven in en maak dat je wegkomt”.

Dat deed zijn assistent. In Marseille realiseerde hij zich dat de negatieven in zijn koffer hem zijn leven konden kosten. Hij overhandigde de koffer daar aan een Mexicaanse diplomaat, generaal Aguilar Gonzalez. Via Algiers kwam Cziki in Mexico City terecht. Ook de generaal streek neer in deze stad, waar hij in bezit van de koffer in 1967 stierf. Diens erfgenamen vertelden over het bestaan van de koffer aan een Mexicaanse filmmaker, die in 1992 contact met het IPC opnam. Na een gesprek dat vijftien jaar duurde, ging de koffer over naar New York.

„Fantastisch verhaal, nietwaar”, zegt Block. „Maar er zijn nog zoveel vragen over. Waarom heeft Cziki de generaal nooit meer om de negatieven gevraagd? Ze woonden allebei in Mexico City en kenden elkaar. Toen Capa in 1940 in Mexico was vanwege de verkiezingen, waarom heeft hij Cziki niet om de koffer gevraagd? Was hij afgeleid door de Tweede Wereldoorlog?”

Block en zijn mensen in het ICP blijven uiteraard doorzoeken naar de antwoorden op deze vragen, maar hij realiseert zich dat de kans op een echt antwoord klein is – alle betrokkenen zijn dood. „Wat zou het mooi zijn als we ze allemaal hier op het Instituut bij elkaar konden brengen: Capa, Cziki, generaal Aguilar Gonzalez, Richard Whelan.”

Dan bedenkt Block: „Het zou nog mooier zijn als Gerda Taro ook kon langskomen. Dan zou ik tegen haar zeggen: ‘Kijk, we hebben je werk gevonden. Je bent niet voor niets gestorven’.”