Bedrijven helpen

De promovendus en de hbo’er helpen elkaar bij Devlab. En stuiten daarbij op elkaars eigenaardigheden. Martine Zuidweg

Promovendus Caspar Bolsman en hbo-student Bob Peters werken samen aan een elektronische ‘vlinder’ die vliegend metingen kan doen. foto merlin daleman Nederland, Eindhoven, 15-01-08 Caspar Bolsman & Bob Peters aan de TU/e. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

De lamme helpt de blinde, is de eerste associatie. En solidariteit is er zeker. De hbo’er werkt mee met het promotieonderzoek van de academicus. En de promovendus helpt de hbo’er aan zijn afstudeerproject. Dat is de kern van Devlab, het project dat afgelopen november de Award Onderwijsvernieuwing 2007 kreeg. Maar het is de initiatiefnemers van Devlab ergens anders om begonnen.

Devlab komt uit de koker van dertien technologiebedrijven, die elkaar kennen van een brancheorganisatie voor industriële elektronica. Ze noemen zich de Development Club. Het zijn bedrijven die combinaties maken van elektronica en software, zoals besturingssystemen van bagagesystemen op vliegvelden of de automatisering van de temperatuurregeling in bejaardentehuizen.

Het zijn bedrijven die zitten te springen om innovatieve kennis voor de ontwikkeling van nieuwe producten. Maar ze zijn individueel te klein om onderzoeksopdrachten te verstrekken aan universiteiten en hogescholen. “Klop als technisch bedrijfje maar eens aan bij een universiteit met een probleem. Ze lachen je uit”, zegt Wim Hendriksen, lector op de Fontys Hogeschool in Eindhoven en coördinator van het Devlab. “Wetenschappers scoren met internationale publicaties. Een bedrijfje van een probleem afhelpen, levert geen pluspunten op.”

Daar komt bij dat een promovendus minstens vier jaar doet over zijn onderzoek. Zo lang kan een klein bedrijf niet wachten op resultaten. Door een hbo’er te koppelen aan een promovendus komt er elk half jaar toch nieuwe kennis naar buiten. Want een afstudeerproject duurt in het hbo precies een half jaar. Maar Devlab wil niet alleen hbo’ers; het wil ook wetenschappelijk onderzoek laten doen.

Devlab zit op het terrein van de TU Eindhoven. Daar werken de hbo-studenten aan een van de langlopende projecten van Devlab. De betrokken promovendi komen wekelijks naar het lab voor overleg. Maandelijks is er nog het Devlab-café, waar de hbo-studenten hun projecten presenteren aan vertegenwoordigers van de technologiebedrijfjes.

Op tafel ligt een kleine cilinder van metaal, met daarin een motortje en aan de buitenkant vier vleugeltjes. De vlinder, Atalanta, heeft een spanwijdte van tien centimeter en een massa van vier gram. Promovendus Caspar Bolsman (29), werktuigbouwkundige aan de TU Delft, ontwierp hem naar model van een insect. De Atalanta moet ook gaan vliegen, en kan dan bijvoorbeeld de temperatuur of het vochtgehalte op moeilijk bereikbare plaatsen meten. “Of na een aardbeving in een gebouw dat op instorten staat, kijken of er iemand is achtergebleven”, zegt Bolsman. Die vlinder was een idee van de promovendus en zijn begeleiders. Als hij op de markt zou komen, zouden de technologiebedrijven de elektronica ervoor kunnen maken.

Sinds hij twee jaar geleden begon met zijn promotieonderzoek naar de miniatuurvlinder, hebben verschillende hbo’ers met hem samengewerkt. En dat was wennen. Voor beide partijen. Toen Bolsman uitgebreid de tijd nam voor een literatuurstudie, wapperde de hbo’er naar de zin van de promovendus iets te vaak met zijn handen: wat moet ik nou doen?

Maar Bob Peters (22), hbo-student elektrotechniek bij Fontys, vult, met zijn kennis van elektronica, Bolsman aardig aan. Waar Bolsman nadenkt over mechanische structuren, er bijvoorbeeld voor zorgt dat de vlinder een bocht kan maken, kijkt Peters hoe de sensoren intussen de beweging kunnen meten zodat de Atalanta na die bocht niet te pletter slaat tegen een muur. Peters werkt nu aan de sensoren van de vlinder. “Ik moet zorgen dat er met zo min mogelijk elektronica wordt gewerkt. De sensoren moeten licht zijn en een zo laag mogelijk energieverbruik hebben. Met een grote batterij komt de vlinder niet van de grond.”

Er is ook wel eens wrijving. Toen ze samen keken hoe ze de vlinder in een driedimensionale ruimte moesten plaatsen, kon Peters het al snel niet meer volgen. “Caspar heeft me toen een stuk basiswiskunde moeten bijbrengen. Daarna ben ik zelf nog in de boeken gedoken. Het wiskundeniveau op het hbo ligt een stuk lager. Caspar kan abstracter denken, zonder een voorbeeld zaken beredeneren.”

Bolsman is lovend over de leergierigheid van de hbo-studenten die bij hem komen. Maar het schoolse hbo-systeem stuit hem tegen de borst. “Dat projectmatige werken vind ik zo jammer. Een project moet per se dan en dan klaar zijn, hoe ver je op dat moment ook bent met je onderzoek. Terwijl ik denk: als je nog een maandje door zou gaan, zou er misschien iets heel leuks uitkomen.” Hbo’ers gaan van de gebaande wegen uit, is Peters duidelijk geworden. Ook dat is een verschil tussen hem en een academicus als Bolsman. “Ik merk dat Caspar sneller met andere invalshoeken komt. Naar andere oplossingen zoekt dan de gebruikelijke.” Wat dat betreft gaat de vergelijking met de lamme helpt de blinde niet helemaal op, zegt Peters. “Ik denk dat bij mij het kwartje vaker is gevallen.”