‘Als mijn kop moet rollen, moet-ie rollen’

De eredivisie voor vrouwen denkt na een half seizoen al aan uitbreiden. Te vroeg, vindt bondscoach Vera Pauw. „We moeten geen te grote broek aantrekken.”

Ze komt net terug uit Dublin, waar het Nederlandse vrouwenelftal een oefeninterland tegen Ierland speelde. „Een goede voorbereiding op de EK-kwalificatiewedstrijd over drie weken in Wales”, zegt bondscoach Vera Pauw (45). „Want eigenlijk hadden we moeten winnen van een ploeg die nooit van het woord ‘positiespel’ heeft gehoord.” Dat Nederland niet verder kwam dan een gelijkspel heeft volgens haar vooral met een gebrek aan strijd voor het doel van de tegenpartij te maken – het grootste gemis in het Nederlandse vrouwenvoetbal. „Dus laten we hopen dat de meiden iets hebben opgestoken van de Ierse warriors.”

Pauw weet waarover ze spreekt. Want zelf heeft de voormalig international al drie decennia van strijd achter de rug. Het begon met de gymlerares van haar middelbare school in Utrecht, die Pauw verbood met de jongens mee te sporten. Toen volgde de KNVB, die weigerde haar lid te maken omdat ze als meisje nog te jong was om te voetballen. Maar de meest intensieve strijd voerde Pauw voor de invoering van een eredivisie vrouwenvoetbal. Dat het daar na maanden van lobbyen toch van kwam, afgelopen augustus, beschouwt zij nog steeds als een klein wonder. „Ik heb begrepen dat de Duitse bondscoach Sylvia Neid ons model inmiddels als voorbeeld gebruikt voor de herstructurering van de Bundesliga. De wereldkampioen hè? Daar mogen we best trots op zijn.”

De eredivisie is bijna een half jaar oud. Is het geworden wat u ervan verwachtte?

„De meiden maken over het algemeen veel progressie. Ze krijgen een beter gevoel voor positiespel. En in de kleedkamers wordt bijna alleen nog maar over de wedstrijden gesproken. Was voetbal eerst een hobby, nu is het een baan, zij het een onbetaalde. Speelsters smeren hun studies vaker uit en krijgen makkelijker vrij van school voor belangrijke wedstrijden. Wat je ook ziet is dat langzaam het kaf van het koren wordt gescheiden. Bij de start van de competitie konden de meeste speelsters goed meekomen. Nu krijg je de eerste bankzitters. Dat levert nogal wat problemen op. Sommige meiden keren hun club de rug toe omdat ze niet genoeg speelminuten krijgen. En dan heb ik het niet over voetbalsters die al jaren topsport bedrijven, maar over jonkies die nooit hebben hoeven vechten voor een plek omdat ze van de ene op de andere dag van de hoofdklasse naar de eredivisie werden overgeheveld. Voor dat soort gedrag heb ik geen begrip. Maar goed, speelsters realiseren zich kennelijk niet wat voor strijd wij hebben geleverd.”

Er zijn genoeg mannen die morren als ze niet aan spelen toekomen.

„Dat zal ik niet ontkennen. Mensen zeggen te snel: daar heb je die vrouwen weer.”

Je zou het zelfs als een vorm van emancipatie kunnen beschouwen dat speelsters stampei maken als ze onvoldoende kansen krijgen.

„Klopt. Maar feit blijft dat die speelsters nooit hebben hoeven vechten voor een plaats. Ze begonnen in de veronderstelling dat ze tot ster zouden uitgroeien. Het zijn dezelfde meiden die in de voorbespreking wilden weten of hun naam op het shirtje kwam. Die nu betaald willen worden voor hun verdiensten, of in het stadion van de mannen willen spelen. Maar volleybalsters spelen toch ook niet in Ahoy? Die krijgen toch ook ‘maar’ een vergoeding van NOC*NSF? Ik zeg niet dat ik tegen gelijke behandeling ben, op termijn. Maar laten we niet meteen een te grote broek aantrekken.”

Welk gevaar schuilt er in de tendens dat voetbalsters zichzelf met mannelijke collega’s vergelijken?

„Dat je dezelfde situatie krijgt als in de Verenigde Staten. Daar werd de eredivisie vrouwen voortijdig opgeheven omdat er in één jaar een budget van drie jaar doorheen werd gejast. De directie rekende zich rijk. Als wij op die lijn gaan zitten, is het zo voorbij.”

Toch kan een middelmatig voetbalster er niets aan doen dat ze wordt geselecteerd voor een eliteklasse die geen strikte kwaliteitsnorm hanteert omdat er een x-aantal teams geformeerd moet worden.

„Dat is waar. En het is ook waar dat we dit probleem hebben voorzien. Als je voetbalsters uit de hoofdklasse in een eliteklasse zet, moet die hoofdklasse worden aangevuld met speelsters uit de eerste en tweede klasse in het gemengd voetbal. Tot nu toe lukt dat. De speelsters die de afgelopen maanden afvielen, worden vervangen door nieuw gescout talent. Maar het houdt allemaal niet over.”

De komende dagen moet duidelijk worden of de eredivisie wordt uitgebreid. Stokt de toevoer niet als er twee of drie clubs bijkomen?

„Dat is zeker een probleem. Veel clubs in de hoofdklasse hebben al aangegeven dat ze het niet redden als ze nog een keer worden leeggeplukt. Maar ze hebben het niet alleen voor het zeggen. Potentiële nieuwkomers als Feyenoord en Roda JC oefenen een grote aantrekkingskracht uit. Ze zouden de eredivisie meer status verlenen – en dus meer kijkcijfers en sponsors. ‘Smeed het ijzer als het heet is’, is een veelgehoord geluid. Maar de mensen die dat zeggen, weten niet hoe het vrouwenvoetbal in elkaar steekt. Als speelsters in de eredivisie zich goed ontwikkelen, wil dat niet zeggen dat meiden een tree lager na een half jaar op hetzelfde niveau zitten. Los daarvan is het mijn persoonlijke overtuiging dat we speelsters niet mogen gebruiken om sponsors aan te trekken. Bij de mannen hebben ze contracten, dat is koopwaar. Bij ons is kwaliteitsverbetering het uitgangspunt.”

Sponsoren hanteren misschien andere criteria.

„Ik geloof niet dat supermarkt Plus [de hoofdsponsor] wegloopt als we de uitbreiding een jaar opschorten. Ze sponsoren ook de mannen en de jeugd – zo’n actie is slecht voor hun imago. En daar komt nog wat anders bij: als het vrouwenelftal in 2009 naar het EK gaat, zit Plus op rozen.”

Maar als u straks met lege handen staat als bondscoach, valt het hele bouwwerk in elkaar.

„Ja, daar lig ik wel eens wakker van. Als we ons plaatsen voor het EK én de eredivisie wordt uitgebreid, kunnen de clubs zich in de luwte ontwikkelen. Als we het EK niet halen, worden we afgerekend op het niveau van de wedstrijden – dat bij uitbreiding zeker zal dalen. En we halen nóg meer meiden binnen die de eredivisie in de schoot geworpen krijgen – met alle gevolgen vandien.”

De start van de eredivisie werd overschaduwd door een rel rond twee speelsters die moesten overstappen naar een andere club om de competitie in evenwicht te brengen. Bent u niet bang voor een herhaling als de eredivisie wordt uitgebreid?

„De speelsters hebben voor aanvang van de competitie met het gelijkwaardigheidsprincipe ingestemd. Ze wisten: met te grote niveauverschillen wordt het niets. Karen Stevens stapte op ons aangeven over van FC Twente naar Willem II, waar ze het nu erg naar haar zin heeft. Sanne Pluim werd zó door haar omgeving beïnvloed dat ze weigerde de consequenties van haar afspraak te aanvaarden. Omdat ik destijds een aantal suggesties deed om de eredivisie in evenwicht te brengen, kreeg ik de zwartepiet toegespeeld. Ik zou er Oostblokpraktijken op nahouden. Werd voor dictator versleten. Speelsters in het Nederlands elftal begonnen mij met wantrouwen te bejegenen. Ook vanuit de hoofdklasse bemerkte ik een gedragsverandering. Die affaire heeft mijn positie als bondscoach geschaad. Het scheelde weinig, of ik was er aan onderdoor gegaan. Eén ding weet ik daarom zeker: ik ga niet nog eens bepalen welke speelsters moeten verhuizen om de competitie in balans te brengen.”

Het klinkt alsof u in een slangenkuil terecht bent gekomen.

„Het mannenwereldje is nog veel erger, geloof me. En dit zijn startperikelen. Er is geen sport in de wereld waar met zo’n eensgezindheid zo’n omvangrijk project is neergezet. De [wereldvoetbalbond] FIFA beschouwt ons als voorbeeld voor het vrouwenvoetbal wereldwijd. Dat zegt genoeg, lijkt me.”

Vindt u dit werk nog wel leuk?

Lange stilte. „Dat vraag ik mij ook wel eens af.”

U heeft een mooi buitenhuis in Frankrijk...

Lacht. „Ja, genoeg leuke dingen te doen, ik kan me prima vermaken. Maar ik ben geen wegloper. Ik blijf knokken tot de laatste snik. Charles van Commenée (chef de mission van het Nederlands olympisch team, red.) vroeg ooit: ‘heb je het ervoor over als je kop er af gaat?’ Ik dacht: hoezo? Dit werk doe ik toch niet voor mezelf. Als mijn kop moet rollen, dan moet-ie rollen. Mijn geluk hangt er niet van af.”

U komt over als iemand die zichzelf wegcijfert.

„Dat klopt. En dat is een valkuil. Maar voor een professional is dat misschien ook wel een kracht.”

Drie jaar geleden haalde u als eerste vrouw het diploma Coach Betaald Voetbal. Heeft u wel eens overwogen een mannenploeg te coachen?

„In papieren zin ben ik voor het mannenvoetbal gekwalificeerd. Maar het zou me niet gelukkig maken; ik zou altijd als vrouw op mijn prestaties worden afgerekend. Als ik dan een overstap zou maken, dan liever binnen het vrouwenvoetbal: daar gaat mijn hart naar uit. Vorige maand kreeg ik een droombaan aangeboden bij de FIFA. Ze belden me om een cursus in Zürich te bespreken. Maar toen ik aankwam, bleek dat ze me voor een gloednieuwe functie wilden hebben: technisch directeur van het vrouwenvoetbal. Een vaste aanstelling, per direct. Ik mocht het vrouwenvoetbal wereldwijd op de kaart zetten; mooier kun je het niet krijgen. Maar na twee dagen bedenktijd was al duidelijk: ik kan dit schip niet verlaten. Dat zou ik mezelf nooit vergeven. Waarmee ik wil zeggen: waarom zou ik dan wel coach bij een mannenelftal worden? Ik werk niet voor geld of status – al lijken mensen soms anders te denken.”

U had nog een tweede huisje in Frankrijk kunnen kopen.

Vera Pauw haalt haar schouders op. „Ik ben niet iemand die mensen in de steek laat.”