Als alles mis gaat

Nederlanders raken steeds vaker en erger in de schulden. „Niets is zo makkelijk als geld lenen.”

In een jaren-zeventigwijk in Wijchen – „het zijn vaak jaren-zeventigwijken” – staat Andy Roos op een vrijdagochtend voor een deur die hetzelfde blauw is als de andere in dat rijtje. Een lamp in de woonkamer brandt, een hond blaft. Het duurt even, maar dan doet een tienermeisje open. Ze heeft bruin haar tot op haar schouders, haar make-up is uitgelopen. Ze wrijft in haar ogen. Het is half tien.

Andy Roos is deurwaarder. Steeds meer mensen hebben schulden en de schulden worden hoger. Roos probeert de schulden te verhalen. De moeder van het tienermeisje woont ergens anders. Nee, ze weet niet waar. Haar vader is niet thuis en nee, ze weet niet hoe ze hem kan bereiken. Ja, ze zal zeggen dat hij moet bellen. Ja. Ze sluit de deur.

Zo zal het vaker gaan, deze dag. Van de tien mensen die Andy Roos wil spreken, doen er maar twee zelf open, van wie één zegt te hebben betaald en de ander belooft dat te zullen doen. Mensen praten niet graag over schulden. Ook in dit verhaal willen sommigen niet met naam worden genoemd. De ouders van het meisje hebben rekeningen openstaan bij de tandarts, twee anderen hebben schulden bij voormalige zakenpartners, de rest bij een sportschool die klanten trekt met abonnementen die goedkoper zijn naarmate ze langer gelden. Jaren zitten ze er aan vast.

Rechters bepaalden dat deze mensen hun schulden moeten betalen en Roos komt ze dat vertellen. Hij draagt een zandkleurig jasje over een witte blouse. Hij draagt meestal geen pak. „Ik wil in gesprek komen met mensen. In dit soort buurten zitten mensen vaak buiten op straat. Ze weten toch wel dat ik de deurwaarder ben. Vragen ze: ‘Moet je bij mij zijn?’”

De NVVK, de vereniging van gemeentelijke kredietbanken en andere instanties voor schuldhulpverlening maakte donderdag bekend dat vorig jaar 47.500 mensen om een schuldregeling vroegen, 3 procent meer dan het jaar ervoor en een verdubbeling ten opzichte van 2001. De gemiddelde schuld steeg in vijf jaar van 16.000 euro naar ongeveer 26.000 euro.

Het kabinet wil daarom het aantal mensen met problematische schulden terugdringen en maakt er 88 miljoen euro voor vrij. Mensen kunnen minder lang rood staan en kredietverstrekkers krijgen een hogere boete als ze geld lenen aan mensen van wie ze zouden moeten weten dat die het niet kunnen terugbetalen. Daarom zal de kredietwaardigheid van burgers beter worden bijgehouden, als aanvulling op de gegevens van het Bureau Kredietregistratie (BKR) in Tiel.

Het begint bij de opvoeding, zegt Ger Jaarsma. Hij is de voorzitter van de NVVK. Ouders durven hun kinderen niets te weigeren. Kinderen groeien op met wat ze maar willen. Wanneer ze uit huis gaan weten ze niets van geld. Ze hoefden niet te sparen.

Geld werd onzichtbaar, zegt hij ook. „Geld is niet meer tastbaar. Betalingen gaan via internetbankieren, pin, chip, creditcard. Een bankoverzicht komt nog maar eens per maand. We zijn het zicht kwijt op geld. Na grote uitgaven vraag ik me ook wel eens af: ‘hebben we eigenlijk nog wel genoeg geld op de rekening?’”

Als je hem vraagt welke Nederlanders schulden hebben, zegt hij dat meer dan 80 van de 100 mensen in de schuldhulpverlening de Nederlandse nationaliteit heeft, alleenstaand is, met of zonder kinderen. Ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Meer dan de helft is tussen de 25 en 45 jaar oud. Ze hebben een uitkering of verdienen minder dan modaal. Slechts 15 van de 100 verdienen bovenmodaal – ze hebben verkeerde keuzes gemaakt: een te dure hypotheek bijvoorbeeld en dan een scheiding. 5 van de 100 zijn ouder dan 65 jaar. Een paar jaar geleden zag Jaarsma nog nauwelijks ouderen. „Er zijn er bij die denken: na mij de zondvloed. Anderen kunnen de eindjes gewoon niet meer aan elkaar knopen.”

Als je deurwaarder Roos vraagt welke Nederlanders schulden hebben, zegt hij dat ze overal wonen maar vooral „in flats driehoog zonder lift”. Hij noemt juist allochtonen en jongeren. Die melden zich niet vaak bij schuldhulpverlening. Ze krijgen hulp van ouders en familie.

In een kleine, nette flat bij de metro van Spijkenisse woont een vrouw van 60. Overal staan kaarsen en fotolijstjes. Ze schenkt koffie. Ze heeft kort wit haar, een rood brilmontuur, zilveren oorknopjes. Ze heeft een half weduwenpensioen en 8.000 euro schuld bij de bank. Sinds ze haar financiën uit handen gaf bij een bureau voor schuldhulpverlening, krijgt ze 40 euro per week. Haar huur en elektriciteit en de rekening van haar vaste telefoon zijn dan al betaald. Ze heeft een kat, een mobieltje, rookt shag. Twee tubes kleefpasta, een strippenkaart en het is op.

Toen ze drie jaar geleden hoorde dat haar man zou overlijden, deed ze er alles aan het hem naar de zin te maken. Nú konden ze nog uit eten, een weekend naar Parijs. Een dik matras verzachtte de pijn van botkanker. Ze stonden al 3.000 euro rood.

Ze viel dertig kilo af, nu is haar kunstgebit te groot. De twee tubes kleefpasta moeten het op zijn plaats houden. De vlekken van haar overleden man sneed ze uit de matras. De gaten vulde ze op met een deken. „Jezus, red deze vrouw”, zei de vrijwilligster bij de Voedselbank toen ze vertelde wat haar was overkomen. Nu helpt ze bij de uitgifte, op vrijdag. Aan het eind van de dag neemt ze zelf een voedselpakket mee naar huis. Ook zegt ze, ongevraagd, steeds meer ouderen te zien die om hulp vragen.

Schulden ontstaan vaak na scheidingen, zegt Roos. Na ziekte. Overlijden. Faillissementen. Pech. Van alles gaat mis. Mensen die zich melden bij schuldhulpverlening hebben gemiddeld elf schuldeisers. Ze kunnen de huur niet betalen, de stroomrekening, de zorgverzekering.

Maar soms willen ze gewoon te veel. Openstaande rekeningen bij providers van mobiele telefonie en internet, postorderbedrijven, kredietbanken. Roos: „Gisteren nog kwam ik bij een man met een netto-inkomen van 2.800 euro. Netto! Ík heb het niet. Hij kon er niet van rondkomen. Ik hoor ook vaak: ‘die en die is er niet, die is op vakantie’. Dan denk ik: dan leef je boven je stand. Niet de rekening van de sportschool betalen en wel op vakantie.”

Gerard (31) woont in Deventer met zijn vrouw en zoontje van anderhalf. Tien jaar geleden belde hij een kredietverstrekker in de Veronicagids. Hij zei hoe hij heette, waar hij woonde en werkte en op welk nummer het geld kon worden gestort. Drie dagen later stond er vijfduizend gulden op zijn bankrekening. Hij kocht een nieuwe televisie, nieuwe kleren, gaf rondjes in de kroeg. „De helft van het geld heb ik verbrast.” Toen het op was belde hij een andere kredietverstrekker – die adverteerde in een huis-aan-huisblad. Nu zegt hij: „Niets is in Nederland zo makkelijk als geld lenen. Je moet bijvoorbeeld werk hebben, maar als je een willekeurig bedrijf een bedrag laat overmaken op je rekening – voor mijn part tien cent – staat er een bedrijfsnaam op je afschrift. Dat is dan je werkgever. Het bedrag mag je met een dikke stift doorstrepen, om privacyredenen.”

Toen hij schulden had bij vier kredietbanken en de Postbank dook hij onder. „Ik was een paar jaar op papier onvindbaar. Zat in onderhuur, werkte zwart in een café. Toen de eigenaar er na twee jaar mee ophield, schreef ik me weer in, bij een uitzendbureau.” Hij kreeg weer brieven van kredietverstrekkers: dat ze hem eerder een lening hadden geweigerd, maar misschien was zijn situatie gewijzigd? Hij kon ze gerust bellen voor een lening. Ook de deurwaarders verdrongen zich op zijn stoep.

´Daar zal het zijn”. Verderop in de straat, in een oude arbeidersbuurt in Eindhoven, staan twee kapotte brommers voor de deur. Roos belt aan. Na twee keer bellen gaat de vergeelde zonnewering boven een stukje omhoog. Roos steekt zijn hand op. Een 27-jarige man op slippers doet open. Hij knikt vriendelijk. Slaperig. Hij heeft gewerkt gisteravond, in een shoarmazaak in Valkenswaard. Hij steekt een sigaret op. Achter hem in de gang staan kartonnen dozen opgestapeld en daarop vergeelde tuinstoelen. De post ligt verspreid op de grond. De sportschool heeft nog 557 euro van hem te goed. „Ja. Dat klopt wel”, zegt de man. Zullen we honderd euro per maand afspreken, vraagt Roos, dan ben je er over een half jaar vanaf. De man knikt weer vriendelijk. Hij belooft het bedrag iedere maand over te maken naar het rekeningnummer dat op de brief staat die de deurwaarder hem geeft.

Gemiddeld weet Roos 90 procent van de openstaande rekeningen binnen te halen. Hij verwacht bijvoorbeeld dat de vader van het tienermeisje zal bellen. Hij wacht een week. Dan gaat hij hem zelf bellen. Als hij de vader niet kan bereiken zullen Roos’ medewerkers informatie over hem gaan zoeken op internet: Google, Hyves, kentekenbewijzen, het kadaster. Met de juiste gegevens kunnen ze beslag leggen op een auto, een huis. Als ze weten waar mensen werken of bij welke bank ze een rekening hebben, kunnen ze beslag leggen op hun bankrekening of loon.

Via internet weet hij ook oude schuldenaren op te sporen. Twintig jaar nadat een rechter een vonnis heeft uitgesproken, kan een schuld nog worden geïnd. „Zo ontdekten we dat een student die op kamers woonde in Utrecht en zijn huur maar niet betaalde, nu directeur is van een of ander bedrijfje. Dat lazen we in zijn profiel op Hyves. Zijn schuld is opgelopen van 995 naar 2.000 euro.” Sommigen schuldenaren lopen tegen de lamp als ze bijvoorbeeld 65 zijn en AOW aanvragen.

Als zijn medewerkers niets vinden huurt hij soms een verhaalsinformatiebureau in. De medewerkers daar hebben meer ervaring in het vinden van informatie over schuldenaren.

In Eindhoven zegt een vrouw de vriendin te zijn van de zoon van de vrouw die een rekening heeft openstaan.

„Kan ik haar op haar werk bereiken?”, vraagt Roos.

„Nee. Ze zit vast.”

„Wat heeft ze gedaan?”

„Ze heeft haar zoon met een mes bedreigd.”

„Wanneer komt ze thuis?”

„We weten het allemaal niet.”

Op het volgend adres staat een jongetje van vier in lichtblauwe pyjama op het tuinpad. Hij houdt twee gele danoontjes en een pakje Wicky vast. Een oudere vrouw met hoofddoek neemt hem mee naar haar huis, een paar deuren verder. „Hij was alleen thuis. Ik hoorde hem huilen.” Ze weet niet waar de moeder is.

Niet iedereen wil geholpen worden. Zelfs niet alle mensen die zich vrijwillig melden bij een bureau voor schuldsanering. Ze willen af van hun schulden, maar niet zonder internetaansluiting of auto. Jaarsma: „Tegen iemand in de bijstand, met een auto zeggen wij: die auto heb je niet nodig voor je werk. Lever hem maar in, dat levert misschien nog 500 euro op. Dat ging altijd goed, dat deden ze. Maar sinds een paar jaar zeggen ze vaker: ‘Ben jij gek, die heb ik nodig. Als dat de voorwaarde is doe ik niet mee’.”

Veel mensen stappen voortijdig uit de schuldhulpverlening. In 2004 en 2005 meer dan de helft. De gemeenten, die voor de schuldhulpverlening betalen, wilden betere resultaten zien. Jaarsma: „We leveren nu maatwerk. We zeggen tegen onze medewerkers: het maakt niet uit hoeveel gesprekken je ervoor nodig hebt, als hij maar van zijn auto afkomt.” Dat kost meer tijd en de gemeenten meer geld, maar het werkt wel, zegt hij. Vorig jaar stapte nog maar eenderde voortijdig op. Ook komen schuldenaren nu eerder in beeld. In plaats van te wachten tot ze zich melden, komen medewerkers van sommige kredietbanken daarom nu al in actie na een eerste melding van een woningcorporatie of een energiebedrijf dat iemand zijn rekeningen maar niet betaalt.

De regels van schuldhulpverlening zijn star, vinden sommige schuldenaren. Een voormalig bouwkundig ingenieur van 56 uit Baarlo moet rondkomen van 50 euro per week. Hij mocht op sollicitatiegesprek komen in Utrecht, maar kreeg van schuldsanering geen geld om er naartoe te gaan. Hij kon een andere baan krijgen in Utrecht, op voorwaarde dat hij zou verhuizen. „Waarvan?” Hij is moeilijk te verstaan, zonder tanden. Zijn ouders hielpen hem aan een nieuw gebit, dat krijgt hij volgende week. Hij werkte in Ethiopië, Mauritius, Zuid-Amerika. Zijn Egyptische vrouw maakte hem geld afhandig. Zijn tweede vrouw, uit Marokko, ook. Vier jaar geleden ontdekte hij dat zijn BMW op haar naam stond. Toen hij haar ermee confronteerde, was zijn auto weg. Zij ook. Hij bleef achter met een schuld van 25.000 euro.

Soms gaat het snel. In mei 2003 had Peggy Hekker (38) uit Spijkenisse haar financiën nog op orde, zeven maanden later kwam ze 24.000 euro te kort. Haar man had haar beschuldigd van betrokkenheid bij een gewapende overval. Vijf weken zat ze in voorarrest. Haar uitkering werd stopgezet. Ze dook met haar vier kinderen (19, 17, 8 en 5) onder voor haar man, in een blijf-van-mijn-lijf-huis en later ging ze beschermd wonen. Zeven maanden had ze geen vast woonadres en kon ze daarom geen uitkering krijgen. Haar vaste lasten, van haar oude woning in Tilburg, liepen door. Ze kon de huur niet opzeggen omdat de woning nog gemeubileerd was. Water, gas en licht had ze al opgezegd. Het eten liep uit de koelkast en vriezer. De woning moest worden ontruimd en opnieuw bewoonbaar worden gemaakt. Ze heeft zich niet bij schuldhulp aangemeld. Haar financiën heeft ze altijd zelf gedaan. Hekker zegt dat ze, nadat ze alle vaste lasten heeft afgetrokken, 1 euro 56 per persoon per dag overhoudt.