Afgelezen burgers

Nieuwe technologie laat het strafrecht uitdijen. Iedere mens kan straks dagelijks digitaal worden gevolgd en gescand. In een maatschappij die gebouwd is op wantrouwen gaat de overheid de mogelijkheden ook gebruiken. Folkert Jensma

Wat zien ballen er toch raar uit, gevangen in een onderbroek en dan in beeld gebracht met de security scan op luchthaven Schiphol. De mobiele telefoon in de broekzak is ook prima te zien.

Mijn gids is enthousiast en zonder gène. Of ik misschien ook even in de scan wil? Ik aarzel en weiger. We staan met z’n drieën in een geblindeerde eenpersoonscabine met dubbele deur en toegangssluis. Wij mannen, en de mevrouw van Schiphol. Er is net ruimte voor een tafel met een beeldscherm en een bureaustoel. Hier zit de ‘security agent’ van het particuliere veiligheidsbedrijf voor een beeldscherm. Hij bekijkt iedereen die het vliegtuig in wil, in natura in zwart-wit. Alles wat op of aan het lichaam zit, is te zien. De naden van de onderbroek, de knoopjes van het overhemd, de gesp van de riem, de navelpiercing. Het gezicht wordt automatisch geblokkeerd. Ik zie geen printer, geen USB-ingang, zelfs geen systeemkast. Alleen een muis. Het programma biedt geen ‘opslaan’-functie: alleen de opties ‘voorzijde’, ‘achterzijde’ en ‘verder’. Er ligt een portofoon. Als de agent iets ziet dat vragen oproept meldt hij dat aan de collega bij de gate: ‘achterzak, links’.

Kennelijk is het saai werk. Er hangt een briefje. Wie met een spelcomputer wordt betrapt krijgt een officiële waarschuwing. De security scan vervangt de beveiligingsman die, voordat je het vliegtuig in mag, je hele lichaam aftast, tot vlak bij je kruis.

De scan duurt drie seconden. De benen in spreidstand, de armen boven het hoofd – in de dubbele glazen wand zoeft voor en achter je een paneel heen en terug. Dat is de antenne, die radiogolven op het lichaam laat weerkaatsen. De ‘agent’ in z’n geblindeerde uitkleedkamer verderop ziet je lijf als foto-negatief. Het gezicht is automatisch onherkenbaar gemaakt. Maar ja, die ballen. Die staan er echt héél goed op. Ik zie het aan de projectmanager.

gluur-scan

De test omvat vijftien apparaten, verspreid over Schiphol. De andere Europese luchthavens kijken geïnteresseerd toe. Als het werkt en er ‘draagvlak’ is kan het Europabreed worden ingevoerd. Op Heathrow mislukte het. Daar hadden de stewardessen bezwaar tegen wat zij aanvoelden als een gluur-scan. Op Schiphol verloopt de introductie gladjes. Ook vrouwelijk cabinepersoneel uit moslimlanden accepteert de scan. Liever één onzichtbare man in een hokje verderop die met een apparaat door je uniform heen kijkt en alles ziet, behalve je gezicht. Dan iemand die je van boven tot onder met z’n handen betast en je ook nog aankijkt.

Ik kan er in komen. Alleen, die man met de handen zie ik nooit meer. En dat beeld – wat gebeurt daar mee? Niets, bezweert de luchthaven. Er wordt niets opgeslagen, uitgeprint, doorgegeven of bekend gemaakt. Laat staan op YouTube gezet. Dus niet de dikste passagier, de mooiste vrouw of de grootste piemel.

De scan is ooit ontwikkeld in de kledingindustrie, om dikke mensen snel en nauwkeurig de maat te nemen. De scans zijn nu ook in gebruik bij Westerse militaire bases in Irak en Afghanistan. Ideaal, een bomgordel is op afstand zo te zien. Een Japans softwarehuis gebruikt ze bij de uitgang. Het personeel mag geen USB-sticks mee naar buiten nemen. Of er op Schiphol al wapens mee zijn gevonden, wil men niet zeggen. Wel dat de scan nogal wat verborgen drugs zichtbaar maakt, die er met fouilleren niet uitgehaald werden. De luchthavenmensen zijn enthousiast. Het gaat snel, is makkelijk uit te leggen en velen hebben het liever dan de man met de handjes.

In de vertrekhal wandelen we langs borstbeelden van vier Nederlandse luchtvaartpioniers. Legro (Transavia), Schröder (Martinair), Plesman (KLM) en Block (Martinair). Er staat toevallig ook een vijfde sokkel, maar die is leeg. Daarop stond tot voor kort een apparaat dat de digitale revolutie voor het luchtreizen symboliseerde. Passagiers konden er hun nieuwe Europese biometrische paspoort alvast uitproberen. Daarin zit een chip in met alle persoonsgegevens en een gescande pasfoto. Straks komen daar ook scans van de vingerafdrukken bij. Deze paspoorten blijken met gevoelige apparatuur ook op enige afstand afleesbaar. Het nieuwe Europese paspoort is dus af te luisteren. Het bracht een Duitse deelstaat er al toe burgers een speciaal mapje ter beschikking te stellen dat de chip afschermt. Het paspoort zwijgt dan totdat het bij een officiële lezer open wordt gehouden.

De scans en de lezers maken straks nog veel meer mogelijk. In de ‘veiligheidsgebieden’ bij stations, luchthavens en overheidsgebouwen heeft de politie al ruimere bevoegdheden om te fouilleren. De digitalisering zal daar niet lang weg blijven. Als deze apparaten kleiner worden lenen ze zich ook voor heimelijke toepassing. Recherche en AIVD zijn al dankbare gebruikers van de richtmicrofoon en de warmtescan. Daarmee worden nu vanaf de straat heimelijk computers en gesprekken in huizen afgetapt. Wietplantages zichtbaar gemaakt en verdachten precies gelokaliseerd.

Legitimatieplicht en fouilleerbevoegdheid in combinatie met bewakingscamera’s, tourniquets en sluizen kunnen de burger automatisch op afstand afleesbaar maken. Hoe vaak wordt de gemiddelde forens straks op het station digitaal afgeklopt en uitgekleed? En kom je dat nog te weten? Wat blijft er over van privacy, van het grondrecht op lichamelijke integriteit?

zijweg

Bert-Jaap Koops is een jonge hoogleraar regulering van technologie in Tilburg. Een wiskundige en literatuurwetenschapper die vijf talen spreekt en via de zijweg van een proefschrift over cryptografie en opsporing professor in de rechtsgeleerdheid werd. Z’n dissertatie uit 1999 is een standaardbron (en website) geworden: http: //rechten.uvt.nl/koops/cryptolaw/ Koops is een privacy-waarschuwer. Hij is één van de steeds zeldzamer verdedigers in het publieke debat van de persoonlijke levenssfeer. Hij acht het een basale menselijke behoefte om een deel van het persoonlijk leven afgeschermd te mogen houden. Een plek waar je niet wordt bespied of beluisterd en waar je “aan niemand verantwoording verschuldigd bent”.

Koops is een privacy-waarschuwer. Hij is één van de steeds zeldzamer verdedigers in het publieke debat van de persoonlijke levenssfeer. Hij acht het een basale menselijke behoefte om een deel van het persoonlijk leven afgeschermd te mogen houden. Een plek waar je niet wordt bespied of beluisterd en waar je “aan niemand verantwoording verschuldigd bent”.

Koops zegt het ‘niet erg’ te vinden dat er veel persoonlijke gegevens worden verzameld “maar het hangt er wel heel erg van af hoe ze worden verwerkt en gebruikt”. Primaire waarden als eerlijkheid en fatsoen zijn in het geding. Net als de macht van de overheid. “Bepaalde informatie wil ik best aan de een geven, maar niet aan de ander.” Anderen gaan met jouw gegevens aan de slag. Er wordt gecombineerd, geïnterpreteerd, er ontstaan profielen waaraan conclusies worden verbonden. Die kunnen onschuldig zijn: je krijgt geen aanbieding voor babyvoeding. Of belastend: de AIVD informeert naar je telefoongesprekken en overboekingen naar Teheran. Koops wil het recht behouden om gegevens aan zichzelf toe te voegen en andere te laten verjaren. “Je moet je kunnen ontplooien en veranderen. Dat kan niet als je voortdurend geconfronteerd wordt met oude informatie. Dan wordt je in je rol vastgepind. Dan heb je ook geen mogelijkheden meer om te vergeten of te worden vergeten. Met digitale opslag is dat een groot probleem aan het worden.”

Hij schreef in 2005 in het Nederlands Juristen Blad met Merel Prinsen het artikel ‘Glazen woning, transparant lichaam’ over de juridische bescherming van woning en lichaam. Volgens hem moet het recht op bescherming van de lichamelijke integriteit worden uitgebreid. Nu beperkt zich dat tot fysieke aantasting van het lichaam. Het grondrecht moet van hem ook de registratie van het lichaam zelf en de informatie uit het lichaam omvatten. “Kernelement van dit grondrecht is dat een inbreuk erop altijd kenbaar is geweest. Je weet immers dat je wordt gefouilleerd, gefotografeerd of je lichaamsmateriaal afstaat.” Bij wet is ook geregeld hoe groot de verdenkingen moeten zijn voordat zoiets mag.

Maar langs een scan lopen of een apparaat dat de chips afleest die je bij je hebt – dat heb je niet in de gaten. Behalve in paspoorten duiken er immers overal chips op. De zogeheten RFID-chips (Radio Frequency Identification) zijn zo klein en goedkoop dat ze ook in kleding en andere consumptie artikelen worden toegepast. De Europese Commissie onderzocht in 2002 de mogelijkheid om bankbiljetten te ‘chippen’. Het ging (nog) niet door. Behalve je paspoort zijn dan ook de inhoud van je portemonnee en het wasvoorschrift van je zijden overhemd digitaal af te lezen. Om van je horloge, camera, mp3-speler, laptop, gsm en OV-chipkaart maar te zwijgen. De moderne burger is een levende peilzender die een wolk digitale informatie verspreidt.

daglicht

Het ongevraagd scannen van een lichaam vindt Koops een duidelijke inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht. Juridisch valt scannen tussen fouilleren en observeren in. Tussen het recht op privacy (artikel 10 van de grondwet) en het recht op lichamelijke integriteit (artikel 11). Koops zou de ‘agent’ met het beeldscherm liever niet anoniem in een afgesloten hok op afstand zetten. “Dan is er geen natuurlijke rem”. Maar liever in het daglicht, aan de gate, vlakbij collega’s en passagiers. “Hoe kunnen we zeker zijn dat ze geen beelden opslaan? Of inzoomen op grote borsten of zo. In principe kunnen ze alles doen”.

Hij zou bij het recht op lichamelijke integriteit liefst een notificatieplicht opnemen. Een verplichting om degene die ongezien is gescand of ‘uitgelezen’ daarvan achteraf op de hoogte te stellen. Tot nu toe was dat niet nodig omdat fouilleren toch niet ongemerkt kan. Koops vergelijkt het met de telefoontap. Ook daar geldt een plicht om na verloop van tijd de afgeluisterden daarvan op de hoogte te stellen, mits het onderzoeksbelang dat toestaat. Die plicht wordt overigens door Justitie volgens Koops maar ‘heel mondjesmaat’ nageleefd. Het kost tijd, moeite, geld “en er is vooral een mentaliteit voor nodig. Die is lang niet bij iedereen bij Justitie aanwezig”. Als de heimelijke scan of chiplezer werkelijkheid zou worden dan zou Koops zelf willen weten wanneer hij is ‘gescand’. “Als het een incident is niet. Maar als ik vijf keer ben gescand dan wil ik het wel weten”.

In zijn oratie ‘Tendensen in opsporing en technologie’ (2006, Wolf Legal Publishers) merkte Koops al op dat technologie de drijvende kracht is achter het uitdijende strafrecht. Meer gegevens leidt tot meer strafrecht. Intussen valt de privacy van burgers ‘in de put van volledige transparantie’. Het is inmiddels onmogelijk geworden om je huis elektronisch te beveiligen tegen meekijken en meeluisteren, zegt hij “tenzij je je huis in een stalen kooi van Faraday stopt”. Of in ieder huis een afgeschermde kamer bouwt zoals sommige ambassades hebben. Ook zou je kleding kunnen dragen die minder makkelijk doordringbaar is. Maar veel zoden zal het niet aan de dijk zetten. Ook een huis is één grote afleesbare stralingsbron. Bovendien bewoond door burgers die vrij onbekommerd hun privéleven in beeld, tekst en geluid op de harde schijf opslaan. Die kan in de systeemkast van de computer thuis zitten, maar ook in de server van Google of KPN, op de laptop in de auto of de blackberry dan wel Ipod in de binnenzak. De burger organiseert z’n eigen kwetsbaarheid. Veel apparaten in huis communiceren met internet, soms al zelfstandig. Het huis wordt een schakel in een informatieketen. Als juridisch afgebakend fysiek begrip waar alleen onder strenge condities mag worden ‘binnengetreden’ verliest het huis aan relevantie. Voor een ‘computerzoeking’ hoeft de politie niet meer binnen te komen. “De gordijnen dicht en de deur op slot is niet meer voldoende om thuis onbevangen jezelf te kunnen zijn”, zegt Koops.

En daar was het huisrecht nou precies voor bedoeld.

pistool

Tegelijkertijd is de samenleving geobsedeerd geraakt door veiligheid en risicovermijding. “Er is een omslag naar een samenleving die op wantrouwen is gebaseerd. We bekijken haast iedereen alsof ze een pistool op zak hebben.” En dus iemand van wie zo veel mogelijk bekend moet zijn. “Dat zal z’n weerslag hebben op de manier waarop je je buurman bekijkt en de leraar op school. Hoe mensen met elkaar omgaan en zich voelen. Je krijgt een maatschappij waar op voorhand angstgevoelens domineren. En die angst moet je vervolgens weer proberen weg te nemen.”

Koops noemt de opslag van telecomgegevens het meest tekenend. Het kabinet wil de verkeersgegevens van het telefoon, fax- en internetverkeer van iedereen in Nederland gedurende achttien maanden bewaren. “Vroeger had je eerst een lijk en dan ging je achteraf gegevens over die persoon en de mensen om hem heen verzamelen. Maar nu zeggen we het omgekeerde. Misschien wordt er over een jaar een moord gepleegd. Dus is het wel handig om van iedereen alvast alle gegevens vast te leggen. Je weet maar nooit.” Volgens Koops hoeft er maar één terreuraanslag te gebeuren en de discussie zal losbarsten of niet alle reisgegevens van alle OV-chipkaarten niet ook maar bewaard moeten blijven. “Beelden van bewakingscamera’s worden al een tijdje bewaard. Nou, dat kan dan ook wel een stuk langer. Er zijn heel veel situaties waarin gegevens worden bewaard. Voor je het weet...” Nu mag je nog een anonieme OV-kaart kopen. Zal dat straks zo blijven? Wordt het betalen met baar geld straks niet automatisch verdacht? Bij grote bedragen is cash nu al verdacht, per slot van rekening. Zou de moderne ouder zich aan het ‘elektronisch kind dossier’ mogen onttrekken, of roept dat maar onaangename vragen op? Wat opdoemt, is de angstsamenleving, waar de burger die een deel van zijn persoonlijk leven wil afschermen, automatisch verdacht is.”

Vanavond 2 februari organiseert nrc Handelsblad met het Rathenau instituut in Rotterdam de wetenschapsavond ‘Het glazen lichaam’, over zichtbaarheid en kwetsbaarheid van de moderne mens. Dit is het laatste deel in een serie artikelen over dat thema. Zie www.hetglazenlichaam.nl.