68 Jaar later is ‘making of’ Jud Süss adembenemend

Ruim 20 miljoen mensen zagen ‘Jud Süss’, de eerste antisemitische film. In Duitsland wordt de film op een expositie nader geduid. „Jud Süss? Zei me niets.”

Joost van der Vaart

Film met film verklaren – het werkt. ‘The making of’ kan heel onderhoudend zijn. En leerzaam. In Duitsland is eindelijk de eerste antisemitische film die er ooit is gemaakt, Jud Süss, met film en ander beeldmateriaal nader geduid. Het resultaat is te zien op een inhoudelijk sterke en visueel aantrekkelijke tentoonstelling in Stuttgart.

Jud Süss is een speelfilm van de Duitse regisseur Veit Harlan, gedraaid in opdracht van de nazi’s. Hitlers minister van propaganda, Joseph Goebbels, wilde een film van kaliber om het Duitse volk te overtuigen van de joodse doortraptheid. Het werd Jud Süss, die in september 1940 in première ging.

Jud Süss neemt een historisch feit als uitgangspunt en spint daar een verhaal omheen van goed en kwaad. Joseph Ben Issachar Süsskind Oppenheimer (1698-1738) was economisch adviseur van hertog Karel Alexander van Württemberg. Hij werd door zijn vorst geprezen als financieel genie, door zijn tegenstanders gehaat om zijn joodse afkomst. Toen de hertog overleed, werd Oppenheimer na een showproces in Stuttgart opgehangen.

Süss Oppenheimer was een fascinerende figuur. In hem kwamen politiek en economie samen, met op de achtergrond zijn geloof. In een neutrale tijd zou hij misschien voorzitter van een centrale bank zijn geweest. Er is veel over hem gepubliceerd, maar geen boek maakte zoveel indruk als Veit Harlans film, een vakkundige maar uiterst perfide rolprent met slechts één doel. Jood Süss moest de stereotypen van het antisemitisme laten zien: geldzucht, sluwheid en ongeremde seksuele lust.

De film mag in Duitsland alleen in besloten circuits worden gedraaid, onder leiding van een bevoegd deskundige. Die rol van explicateur is tijdelijk overgenomen door het Haus der Geschichte in Stuttgart. De daar ingerichte expositie Jud Süss, Propagandafilm im NS-Staat laat het antisemitisme, de propaganda en de historische context naadloos in elkaar overgaan.

In zes kabinetten worden sleutelpassages uit Jud Süss vertoond. Daarna volgt in afzonderlijke shots de uitleg. Foto’s van de hoofdrolspelers, tekeningen, de apparatuur van cameraman Bruno Mondi en de decorontwerpen van Otto Hunte vervolmaken de tentoonstelling, die door zijn visuele opzet en geraffineerde architectuur zelfs schoolklassen weet te boeien. Achtenzestig jaar later: The Making of Jud Süss. Het is adembenemend.

Wil zo’n tentoonstelling succes hebben, dan moet de bezoeker kort en kernachtig worden bijgepraat. Hitler kennen we wel, fluistert een 16-jarige scholiere die met haar klas de expositie bezoekt. „Maar Jud Süss en Veit Harlan? Zei me niets”. Een rondgang heeft verhelderend gewerkt. Ze is vooral onder de indruk van de filmpassages en begrijpt de propagandistische werking ervan.

De film was in Duitsland destijds een succes. Goebbels schreef na een bioscoopbezoek in zijn dagboek: „De zaal is razend enthousiast. Zo had ik het me voorgesteld”. Ruim 20 miljoen mensen zagen Jud Süss.

Uiteraard kwam na de oorlog de afrekening. Regisseur en hoofdrolspelers moesten zich voor de rechter verantwoorden. Veit Harlan (1899-1964) werd tot veler verbazing vrijgesproken, maar zijn glorietijd was voorbij. Zijn vrouw Kristina Söderbaum – die de vrouwelijke hoofdrol speelt – kwam na 1945 nog maar nauwelijks aan de bak. Hoofdrolspeler Ferdinand Marian, de vertolker van Süss Oppenheimer, reed in 1946 met zijn auto tegen een boom. Het is nooit opgehelderd of dit zelfmoord was. Marian beweerde dat hij door Goebbels gedwongen was de rol te spelen.

De enige die er betrekkelijk ongeschonden vanaf kwam, was Werner Krauss (1884-1959), een van de beste Duitse acteurs van de 20ste eeuw. In Jud Süss speelt hij zes rollen van schmierende joden. Hij kreeg een kort Berufsverbot opgelegd, maar kon daarna weer beginnen en werd later onderscheiden met de Iffland-toneelring en het kruis van verdienste van de Bondsrepubliek.

Expositie: Jud Süss, Propagandafilm im NS-Staat. Haus der Geschichte Baden-Württemberg, t/m 3 augustus. Inl: www.hdgbw.de