Zijn tijd ging langzaam maar was gauw om

Gerard Bilders: Zo ben ik nooit eens gelukkig. Schildersdagboek. IJzer, 157 blz. € 15,–

Had Gerard Bilders (1838-1865) in onze tijd geleefd, dan zou hij een weblog hebben bijgehouden. Zijn notities over het dagelijks leven omstreeks 1860, bladzijden vol puntige formuleringen en mooie observaties, zijn nog steeds leesbaar en geldig. Bilders had zelf de illustraties op zijn log kunnen verzorgen, want hij was in de eerste plaats schilder. Zijn schilderijen en tekeningen ademen eenzelfde gevoeligheid voor alledaagse zaken als zijn dagboek. Knotwilgen in de zon, een krakkemikkige schutting en hoog gras in namiddaglicht werden door hem toegewijd vastgelegd, in een stijl die hij had afgekeken van de Franse Barbizonschilders. Bilders geldt als een voorloper van de Haagse School.

Maar daarnaast was hij dus een begaafd schrijver. Al kort na zijn vroege dood verschenen zijn dagboek en zijn brieven aan zijn mecenas Johannes Kneppelhout in druk. Dat boek is alleen nog in bijzondere bibliotheekcollecties te vinden, maar in 1974 maakte Wim Zaal er een selectie uit die bij Meulenhoff verscheen onder de titel Vrolijk versterven. Dat boek werd een geheime tip onder schilders en kunstliefhebbers. Nu, ruim dertig jaar later, is eindelijk Bilders’ dagboek onverkort heruitgegeven. Het zou mooi zijn als ook een heruitgave van de brieven volgde, maar dat dagboek alleen al behoort – zoals Hans Heesen in zijn verhelderende nawoord terecht opmerkt – tot de hoogtepunten in de 19de-eeuwse Nederlandse literatuur.

Het is het zelfportret van een slimme jongen die zoveel zelfkritiek heeft dat hij zijn doen en laten kapot kan denken. Een arme en eenzame tobber, die om de paar bladzijden ‘het land’ heeft, maar dat zichzelf ook kwalijk neemt. ‘Het is eigenlijk bespottelijk dom zich te vervelen.’ Bilders’ dagboek is een en al navelstaarderij – maar intelligent en scherp verwoord en geboren uit een diepe behoefte zichzelf te ontleden en gerust te stellen. ‘Men heeft toch nog altijd duizenden redenen waarom men zich gelukkig kan gevoelen, al loopt ons ook nog zoveel tegen. Het is maar de kunst dat gelukkig gevoel levendig in ons te houden.’

Zo spreekt Bilders zichzelf geregeld moed in, maar de somberheid blijft overheersen. ‘De tijd gaat ook zo langzaam!’, verzucht hij op 26 maart 1860, eenentwintig jaar oud. Het is wrang te bedenken dat hij vijf jaar later al dood was. Lezend in zijn dagboek vraag je je vaak af hoe hij zich zou hebben ontwikkeld – als schilder en als dagboekschrijver. Toch heeft hij in zijn korte leven betere schilderijen gemaakt dan menig kunstenaar in een leven van normale lengte. En de in zijn dagboek gecombineerde openhartigheid, zelfkennis en helderheid van stijl kom je op weblogs nooit tegen.