Weg is de kick van de Kaagbaan

Waar winden stedelingen zich over op? Op Schiphol is de spottersplaats verhuisd. De gebruikers zijn niet helemaal tevreden.

Een vliegtuigspotter bij de verplaatste spottersplek bij de Polderbaan. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold schiphol spotterplek foto rien zilvold spotten van vliegtuigen Zilvold, Rien

Het is nog vroeg. De eerste bezoekers posteren zich op een doordeweekse ochtend op de nieuwe spottersplaats van Schiphol naast de Polderbaan. „Vliegtuigen kijken!” roept de 2-jarige Fabian naar zijn vader Dennis Stappers. „Vindt-ie leuk hè”, zegt vader. „Kan-ie ze ook eens van dichtbij zien.”

Een jaar geleden kondigde Schiphol aan dat de meest bezochte plaats voor vliegtuigspotters, bij de Kaagbaan, zou worden gesloten. „We hebben de ruimte nodig om het vrachtareaal te vergroten”, legt een woordvoerder van Schiphol uit. Een groep fervente spotters kwam onmiddellijk in actie. Ze verzamelden zeshonderd handtekeningen en boden Schiphol Real Estate een petitie aan. „Die actie heeft in zoverre geholpen”, zegt spotter en actievoerder Bob van Pamelen, „dat Schiphol besloot ons serieus te nemen en met ons in gesprek is gegaan over een mogelijke nieuwe spottersplaats.”

Vorige week werd de nieuwe locatie geopend. Van alle gemakken voorzien. Ongeveer honderd parkeervakken. Prullenbakken. Fietsenrekken. Bij enige drukte een patatkraam. Binnenkort volgt nog een mobiel toiletgebouw. De spottersplaats is minder aantrekkelijk gesitueerd dan de vorige. „Daar zag je toestellen van verschillende banen manoeuvreren”, zegt Bob van Pamelen. „Hier kun je de toestellen alleen maar zien landen en opstijgen.”

Toch zijn de gebruikers over het algemeen wel tevreden. Bezoeker Gilles Holl waardeert dat je de toestellen van tamelijk dichtbij kunt zien. In zijn geval extra interessant, omdat hij een opleiding tot piloot heeft gevolgd. Van vliegen is het nooit gekomen. „Bij nader inzien leek het me toch niet zo’n leuk beroep. Je vliegt ergens heen om daarna te wachten tot je weer terug kunt vliegen.” Hij is nu inkoper bij een elektronicaconcern en moet daarvoor regelmatig vliegen. Ook op het echtpaar Ton en Marijke Redegeld maakt de spottersplaats een gunstige indruk. Ze zijn zojuist uit Alphen aan den Rijn aangekomen voor een dagje spotten. De drievoet wordt opgesteld. Erop staat een verrekijker. Ton Redegeld: „Kijk, daar in de verte is de brandweer met schuim aan het spuiten.” De achterklep van de auto staat open en op de hoedenplank heeft echtgenote Marijke enige versnaperingen klaargelegd. „De oude spottersplaats was natuurlijk beter. Er viel meer te zien. Maar hier is het ook niet slecht. De tijd zal het uitwijzen. Kijk, daar moet een toestel stoppen om een ander toestel voorrang te geven bij het taxiën.”

Wat is de kick van het spotten? Bob van Pamelen legt het uit. Hij woont in Leidschendam en staat al sinds zijn vroege jeugd naast start- en landingsbanen. „Ze noemen mij de spot-rot, omdat ik al zo lang meedraai.” De kick, vertelt de vijftiger, is het maken van foto’s van vliegtuigen en vervolgens een mooie verzameling aanleggen, bijvoorbeeld vier foto’s van één toestel dat van eigenaar is verwisseld en in verschillende kleuren is gespoten. Op de scanner meeluisteren met piloten, verkeerstoren en luchtverkeersleiders. Aanwezig zijn wanneer de Antonov, het grootste vliegtuig ter wereld, Schiphol aandoet. „Magnifiek om mee te maken.” En soms hopen op moeilijkheden. „Afgelopen zaterdag stond er heel veel wind. Dan is het een beetje jammer als er geen toestel naast de baan belandt.”

Eén kwestie moet de spotters van het hart. Dat uitgerekend pal achter het gelukkig erg lage hek een paar grote hopen compost zijn neergekwakt die het uitzicht danig belemmeren. Dat is tijdelijk, bezweert Schiphol. Zoals de spottersplaats tijdelijk is. „We hebben afgesproken dat het voor maximaal vijf jaar is. We gaan met de spotters op zoek naar een mooie, definitieve plaats”, aldus de woordvoerder.

De spotters doen het ermee. Bezoeker Dennis Stappers stapt in zijn auto en rijdt met zijn ventje weg. „Naar IJmuiden”, roept hij. „Boten kijken.”