Speuren zonder ambtelijke molens

Peter R. de Vries lost zaken op waar de autoriteiten niet uitkomen. „Peter laat veel zaken liggen. Hij kiest alleen voor dossiers waar hij vraagtekens bij kan zetten.”

Niet voor het eerst claimt misdaadverslaggever Peter R. De Vries de oplossing van een schijnbaar onoplosbare zaak. Of zijn programma van aanstaande zondag daadwerkelijk het mysterie rond Natalee Holloway zal oplossen, is nog onzeker. Laat staan of de bijdrage van De Vries voldoende zal zijn om de betrokkene te veroordelen.

Wat wel zeker is, is dat De Vries (Aalsmeer, 1956) beschikt over een indrukwekkend track record. Tal van zaken die door politie en justitie waren opgegeven, werden door hem opgelost. Van ontvoeringen en verkrachtingen tot – heel vaak – moord. De Vries, die al bijna dertig jaar mee loopt in de misdaadjournalistiek, ontwikkelde zich in die periode als luis in de pels van politie en Openbaar Ministerie. Bekend werd hij door zeer publiciteitsgevoelige zaken: de ontdekking van Heineken-ontvoerder Frans Meijer, de Bruinsma-connectie van Mabel Wisse Smit.

Vermoedelijk het bekendste en zeker het juridisch meest ingrijpende succes van De Vries is de Puttense moordzaak. Twee verdachten werden tot tien jaar celstraf veroordeeld voor de moord op stewardess Christel Ambrosius in 1994. De Vries wijdde er aandacht aan in ongeveer dertig uitzendingen.

„We zeiden op de redactie weleens: Peter, word je nou niet doodziek van deze zaak!”, zegt gepensioneerd misdaadverslaggever Bert Voskuil, die als adviseur mede aan de wieg heeft gestaan van het programma De misdaadverslaggever van De Vries. „Hij is een vastbijter. Als hij eenmaal in een zaak gelooft, laat hij niet los.” Mede door zijn uitzendingen gelastte de Hoge Raad in 2001 heropening van de Puttense zaak. Uiteindelijk werden de verdachten vrijgesproken.

Wat maakt dat Peter R. de Vries zaken kan oplossen die justitie met duizenden medewerkers niet tot een goed eind kan brengen? Voskuil: „Peter is een hele slimme, logisch denkende man. Hij laat ook veel zaken liggen. Hij kiest voor dossiers waar hij vraagtekens bij kan zetten. Hij werkt ook met andere middelen dan justitie.” Voskuil wijst op de inzet van verborgen camera’s. „Die zijn de pijlers van zijn programma’s.”

Het verschil zit volgens hoogleraar strafrecht Theo de Roos niet zozeer in de bevoegdheden of de middelen. Ook politie en justitie mogen in principe heimelijke opnames maken. „Als het maar omkleed is met waarborgen”, aldus De Roos tegen persbureau ANP. Aangenomen wordt dat De Vries ook in de zaak van Holloway heeft gewerkt met verborgen camera’s en infiltranten. De Roos: „Voordat bijzondere opsporingsmiddelen als infiltreren of afluisteren gebruikt mogen worden, moeten een officier van justitie, de top van het OM of een rechter daar toestemming voor geven.” De Vries hoeft zulke lange ambtelijke molens niet te doorlopen.

Volgens de Amsterdamse strafpleiter Cees Dekker beschikt de politie ook over technische hulpmiddelen. Tijd en geld zouden volgens hem ook geen belemmering hoeven te zijn. Het lukt volgens de advocaat de politie in undercoveroperaties vaak niet om dicht genoeg bij verdachten te komen. „Je moet geschikte mensen hebben die dat soort werk op locatie kunnen doen. Boeven herkennen rechercheurs vaak op kilometers afstand.” Volgens Voskuil praten getuigen ook eerder en sneller tegen De Vries dan tegen opsporingsambtenaren. Dat schrijft hij toe aan de grote dossier- en mensenkennis van de verslaggever.

Een veel gehoord punt van kritiek op De Vries is dat hij te selectief zou zijn in zijn keuze voor onderwerpen. Hij zou alleen maar kleine boeven aanpakken en de grote jongens met rust laten. „Hij kiest voor andere zaken”, zegt Voskuil, „vanuit een enorm gevoel voor rechtvaardigheid.” Ook in de zaak-Holloway verwacht Voskuil dat De Vries zijn belofte zal waarmaken. „Hij is geen bescheiden man, maar ik heb hem er niet op kunnen betrappen dat hij een bluffer was.”

Discussieer mee over de werkwijze van Peter R. de Vries op nrc.nl/discussie