Spanning binnen NAVO over gebrek troepen Afghanistan

Binnen de NAVO groeit de spanning over militaire versterkingen in Zuid-Afghanistan. De VS doen een steeds dwingender beroep op de Europeanen.

In uitzonderlijk scherpe bewoordingen heeft de Amerikaanse minister van Defensie, Robert Gates, er bij zijn Duitse collega Franz Josef Jung op aangedrongen militairen naar het zuiden van Afghanistan te sturen. In de brief, ingezien door de Süddeutsche Zeitung, beklaagde Gates zich vorige week over het gebrek aan Europese NAVO-troepen in het zuiden, waardoor zich volgens hem verdeeldheid tussen de bondgenoten aftekent en de NAVO aan geloofwaardigheid inboet.

Duitsland draagt met ruim 3.100 militaren bij aan de NAVO-stabilisatiemacht ISAF, in de relatief rustige noordelijke provincies Kunduz en Faizabad.

Volgens het Duitse ministerie van Defensie hebben andere Europese bondgenoten een vergelijkbare oproep van Gates ontvangen.

Eerdere opmerkingen van Gates dat sommige NAVO-landen niet in staat zijn om de Talibaan te bestrijden, vielen onder andere verkeerd in Nederland, dat 1.600 man in het zuidelijke Uruzgan heeft.

In april volgt een officiële ontmoeting in Boekarest over de troepenkwestie. Gates zou op zoek zijn naar 3.200 man. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Franz-Walter Steinmeier, zei vanochtend dat het geen zin had soldaten te verplaatsen, omdat ze juist het noorden stabiel houden.

Wat anderhalf jaar geleden al duidelijk was, dat ISAF te weinig grondtroepen heeft in Zuid-Afghanistan, uit zich in oplopende spanning binnen het bondgenootschap. De Canadese premier Harper belde gisteren met de Britse premier Brown om zijn dreigement te herhalen: als andere bondgenoten niet snel duizend militairen toezeggen, vertrekt Canada volgend voorjaar uit Kandahar. Woensdag bracht hij deze boodschap al over aan president Bush.

Nu de kou en de sneeuw nog niet verdwenen zijn in Afghanistan, regent het pessimistische voorspellingen over het komende ‘vechtseizoen’.

[Vervolg NAVO: pagina 5]

NAVO

‘Ik weet niet zeker of we een plan hebben’

[Vervolg van pagina 1] In een handvol rapporten van Amerikaanse en Europese denktanks wordt gewaarschuwd dat Afghanistan „de vergeten oorlog” dreigt te worden. De Verenigde Staten en de NAVO hebben geprobeerd „de oorlog te winnen met te weinig militairen en onvoldoende economische hulp”, constateert de Amerikaanse generaal James Jones, tot eind 2006 de hoogste commandant van de NAVO, in een woensdag verschenen studie. Het gevolg: „Het vooruitzicht dat belangrijke delen van Afghanistan weer verloren gaan aan extremisten is verschoven van onwaarschijnlijk naar mogelijk.”

Woensdag verscheen ook een rapport van de Atlantic Council, dat de oorlog in Afghanistan „een in gevaarlijke mate verwaarloosd conflict” noemde. Beide rapporten werden gisteren besproken in de Amerikaanse senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken, waarin zowel Democraten als Republikeinen kritisch waren over de Amerikaanse strategie. „De vraag is of we Pakistan en Afghanistan niet hebben verwaarloosd door onze te grote nadruk op Irak”, zei de Democratische senator Russ Feingold. En de Republikeinse senator Richard Lugar: „Ik weet niet zeker of we wel een plan voor Afghanistan hebben.”

„Niemand kan mij vertellen dat het niet de goede kant opgaat”, hield onderminister voor Zuid-Azië Richard Boucher vol. Hij wees onder andere op het aantal uitgeschakelde extremisten, de economische groei en de stijging van het aantal schoolgaande kinderen, hoewel dat aantal in het zuiden vorig jaar is gedaald.

Ook in de verschenen rapporten wordt het gebrek aan een coherente militaire, politieke en economische strategie gesignaleerd. Een coördinator onder vlag van de Verenigde Naties moet deze activiteiten met elkaar afstemmen, zodat „de militaire en de civiele aspecten gelijkwaardig zijn”, aldus de Afghanistan Study Group onder leiding van Jones, die betreurt dat de Britse diplomaat en oud-militair Paddy Ashdown deze functie wegens een gebrek aan steun van president Karzai heeft afgewezen.

Het is onontkoombaar dat ‘gematigde’ Talibaan-strijders een plaats krijgen in het politieke proces, vindt ook de vorig jaar opgerichte denktank European Council on Foreign Relations (ECFR). De VS zijn hier huiverig voor, maar de Britse premier Brown zei onlangs hier wel voor te voelen.

Het meest urgente en concrete probleem blijft de troepenversterking in het zuiden. Over het benodigde aantal lopen de meningen uiteen. De NAVO zegt op zoek te zijn naar duizend man, Gates wil er liever 3.200, bovenop de 3.200 Amerikaanse mariniers die in april naar het zuiden komen. De Amerikaanse denktank American Enterprise Institute pleit voor een surge, zoals vorig jaar rond Bagdad uitgevoerd, waarvoor zeker drie brigades en een bataljon nodig zijn.

Steeds luider klinkt de oproep aan Europese landen als Duitsland, Spanje en Frankrijk om hun caveats, hun beperkende voorwaarden, te versoepelen, zodat troepen naar het zuiden verplaatst kunnen worden. De ECFR stelt een grand bargain voor: de Europeanen leveren meer militairen (volgens de adviesraad 2.000 tot 2.500) en in ruil stemmen de VS in met een andere strategie. Die moet meer gericht zijn op de bescherming van Afghaanse burgers, en minder op terreurbestrijding. Concreet betekent dat onder andere dat de VS moeten afzien van hun wens om de papaver vanuit de lucht te besproeien en open moeten staan voor gesprekken met de Talibaan.

De adviesraad weet ook al hoe de Europese landen over de streep getrokken kunnen worden: als zij taken van de Amerikanen overnemen in het oosten, kunnen de Amerikanen worden ingezet in het zuiden. Het oosten is iets veiliger dan het zuiden: daar is het aantal geweldsincidenten vorig jaar met 39 procent gestegen, tegenover 60 procent in het zuiden. Bovendien, zei de Amerikaanse ISAF-commandant Rodriguez onlangs, is een voorjaarsoffensief daar onwaarschijnlijk, omdat extremisten in de tribale gebieden hun aandacht naar Pakistan verleggen. Daar zouden zij meer kansen zien om de instabiliteit te vergroten.