‘Routinehandelingen in de zorg hebben vaak geen nut’

Verpleegkundigen en verzorgenden verrichten geregeld handelingen die onnodig zijn, omdat het nut ervan is achterhaald. Dat zegt het Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging (LEVV) in het rapport Doorbreek de rituelen.

„Dit is een wake-upcall”, zegt directeur Joke Mintjes van het LEVV. „De zorg aan patiënten en cliënten kan effectiever.” Het rapport en een stappenplan ‘om de zinloze rituelen te doorbreken’ zijn vandaag gepresenteerd op een LEVV-congres.

Het scheren van de huid voorafgaand aan een operatie is zo’n ritueel waarvan is aangetoond dat het beter achterwege kan worden gelaten. Een haarloze huid vermindert de kans op wondinfectie, is het idee, maar de praktijk wijst uit dat dat niet zo is. Zo staan in het rapport nog achttien routinematige handelingen zonder wetenschappelijke onderbouwing.

„Je moet je afvragen: heeft dit wel zin?”, zegt Hester Vermeulen, die onlangs aan het Academisch Medisch Centrum is gepromoveerd op onderzoek naar verschillende routinematige gewoontes. Zij noemt als voorbeeld het standaard opnemen van de temperatuur na een operatie om te controleren of de patiënt een infectie heeft. „Dat geeft schijnzekerheid. Iemand met koorts hoeft geen infectie te hebben en iemand met een infectie hoeft geen koorts te hebben.”

Een handeling die patiënten bijzonder veel ongemak oplevert, is het aanbrengen van een maagsonde na een operatie. „Mensen krijgen er braakneigingen en keelpijn van. En het biedt geen voordelen bij het genezingsproces.” Wat Vermeulen betreft zou dat afgeschaft moeten worden.

De ruim 400.000 verpleegkundigen en verzorgenden vormen de grootste beroepsgroep in de zorg. Volgens Vermeulen is niet te zeggen waar de meeste „onnodige rituelen” worden uitgevoerd. „Ik zou willen zeggen dat het minder gebeurt in academische ziekenhuizen, maar dat is niet zo. ”

Het uitbannen van zinloze rituelen is geen eenvoudige klus, aldus het rapport. Afleren is moeilijker dan aanleren, zegt Vermeulen. „En dit is niet alleen een zaak van verpleegkundigen en verzorgenden. Vooral artsen moeten er achter staan.”