Reïntegratie kan wel werken

Twee miljard geven we per jaar uit om mensen met een uitkering weer aan het werk te helpen. Prima, maar dan wel anders, vindt Arthur van de Meerendonk.

Minister Donner stuurde deze week een rapport over het reïntegratiebeleid naar het parlement. Door reïntegratie worden mensen met een uitkering weer aan werk geholpen. Maar het effect ervan blijkt bedroevend, zodat enkele politici al de conclusie trokken dat we er maar mee moeten stoppen.

Hoe kort kan de horizon van de politiek zijn? In plaats van te veel geven we te weinig uit. En wat we uitgeven komt voor een groot deel verkeerd terecht, namelijk in dure programma’s die stammen uit het verleden. Uit recent gepubliceerd onderzoek van de Raad voor Werk en Inkomen blijkt dat de netto effectiviteit van reïntegratie over het geheel genomen bescheiden is, maar dat enkele onderzochte gemeenten het wel degelijk goed doen. Het kan dus wel.

De oplossing zit in de concurrentie. Wat gemeenten en UWV niet moeten doen, is kiezen voor de laagste aanbieder van reïntegratie. Concurrentie alleen op prijs leidt tot een ‘race to the bottom’. Het gaat zo’n bedrijf om het contract binnen te slepen; de te leveren inspanningen zijn tijdens de aanbesteding kennelijk van minder belang.

Er zijn twee manieren om de concurrentie te richten op resultaat. De ene manier is benchmarken, de resultaten van verschillende bedrijven vergelijken en publiceren, zoals in Australië gebeurt. Goed presterende bedrijven ontvangen extra sterren. Australische bedrijven met minder dan drie van de vijf te halen sterren, krijgen de volgende keer geen contract meer. In acht jaar tijd is het aantal reïntegratiebureaus er tot een derde teruggebracht, wat leidde tot een sterke verbetering van de kwaliteit van de reïntegratiediensten. En dit komt ook terug in de netto-effect- scores. Sinds de introductie van deze Star Rating methode circa zes jaar geleden is de netto-effectiviteit in Australië vervijfvoudigd, zo blijkt uit een recent rapport van de regering.

De tweede manier is een veel hogere prijs hanteren, het dubbele van de nu gangbare prijzen. Gaat dat dan de overheid niet te veel kosten? Niet als bedrijven een bedrag moeten betalen om hun contract aan te mogen bieden. Het bedrijf berekent hoeveel ze kunnen verdienen op mensen die met weinig inspanning werk vinden, waarvan er altijd wel een paar tussen zitten en kan een concurrerend bod doen in de aanbesteding. Deze manier is vorig jaar getest in een wetenschappelijk experiment in Amsterdam en blijkt de beste resultaten op te leveren. Uiteindelijk is dat ook het goedkoopste voor de overheid. Voor de moeilijk bemiddelbare cliënten biedt de hogere vergoeding het bedrijf ook echt de ruimte om een passende training te verzorgen.

In plaats van ons af te vragen of we de twee miljard aan reïntegratiemiddelen niet beter aan andere zaken kunnen uitgeven, wordt het de hoogste tijd om door te pakken en de markt nu eindelijk eens goed te organiseren.

Arthur van de Meerendonk heeft een advies- en trainingsbureau