Priesters op de bres voor illegalen

De Griekse landbouw is, ondanks de vele werklozen, goeddeels afhankelijk van illegale immigranten. Velen van hen leven onder erbar-melijke omstandigheden.

Door F.G. van Hasselt

Een voor Griekenland ongewoon fenomeen: zeven dorpspriesters in het gebied rondom Arta in het noordwesten hebben een hartstochtelijke oproep gedaan aan de bevolking, meer christelijke aandacht te schenken aan de immigranten, voornamelijk Roemenen, Afghanen en Pakistanen, die bij duizenden in de streek zijn neergestreken voor de sinaasappeloogst.

’s Morgens vroeg zitten ze bijeen in afwachting van Griekse boeren die hen met tractoren komen ophalen om ze naar de boomgaarden te brengen. Daar plukken ze tot zonsondergang voor minimale lonen; de werkgevers zijn niet verantwoordelijk voor onderdak zodat velen slapen in geïmproviseerde hutjes, anderen in de buitenlucht of onder de historische brug van Arta, onderwerp van veel oude volksliederen.

De kerstactie van de priesters heette: ‘Dit jaar werd Christus onder de brug geboren’. Zij kwam tot stand nadat 120 Roemenen met hun familie aan verbranding waren ontsnapt in een oude kippenhouderij waar ze bivakkeerden. Inmiddels heeft de regering een ambulante medische eenheid naar het gebied gestuurd.

Het is in dit land zonder precedent dat de kerk op de bres springt voor, merendeels nog illegale, buitenlanders. Alweer enkele jaren geleden waarschuwde het dezer dagen overleden hoofd van de Grieks-orthodoxe kerk, aartsbisschop Christódoulos, voor een toekomst waarin „wij Grieken in de minderheid zullen zijn geraakt”.

Uit Arta wordt gesignaleerd dat vele vreemdelingen met kwalen rondlopen, meest huidziekten waarmee ze in het plaatselijke ziekenhuis niet terecht kunnen om twee redenen: er is daar geen dermatoloog en ze zijn niet welkom. Een wet uit 2005 stelt sancties op medische zorg voor illegale buitenlanders in niet-acute gevallen.

Tweederde van alle landarbeid in Griekenland wordt door gastarbeiders verricht. Het land kan bogen op het Europese record van jeugdwerkloosheid, maar agrarische bedrijven kunnen moeilijk werkers vinden, ook in regio’s waar de werkloosheid (soms bijna 50 procent) hoogtij viert.

Albanezen vormden jarenlang zo’n 65 à 70 procent van alle immigranten. Opvallend is dat zij onder de ‘miserabelen’ van Arta slechts een kleine minderheid uitmaken. Er zijn tekenen dat zij op de sociale ladder zijn gestegen, latere lichtingen immigranten achter zich latend. Velen hunner hebben zich min of meer gevestigd en daarmee meer aanzien verworven.

Los hiervan zijn door de bosbranden van afgelopen zomer zo’n elfduizend buitenlanders, meest Albanezen, uit de Peloponnesos verdreven, die daar in de nu verbrande olijfgaarden werkten.

Het Griekse verbond van landbouworganisaties drukt in een recent rapport zijn bezorgdheid uit over het „opraken” van buitenlandse landarbeiders, terwijl de vraag juist toeneemt.

Er is een plan ontworpen, 50.000 Egyptenaren te laten komen die hier op jaarbasis bij de oogsten zouden komen werken. Een Griekse boerendelegatie zal met het oog hierop Egypte bezoeken. Een voordeel van zo’n regeling is dat er ook voor onderdak zal moeten worden gezorgd, zoals veelal in Nederland voor de Polen.